Jan van Rillaer is nu alles kwijt

Getekend, Jan R.; Jan Rombouts; een renaissancemeester herontdekt. Museum M Leuven. T/m 17/02. Inl: www.mleuven.be

Je zou postuum bijna medelijden met hem krijgen. Het oeuvre dat lange tijd werd toegeschreven aan de zestiende-eeuwse kunstenaar Jan van Rillaer uit Leuven was al niet groot, maar nu is hij het helemaal kwijt. Van het monogram met de in elkaar geschoven letters IANR waarmee een handvol paneelschilderingen en een paar prenten zijn gesigneerd, werd aangenomen dat het van Van Rillaer was. De werken stammen uit het Leuven van de jaren 1520, en daar is Jan van Rillaer gedocumenteerd als ‘stadsmeester-schilder’. Maar uit onderzoek van de Nederlandse kunsthistorica Yvette Bruijnen is onlangs gebleken dat hij pas omstreeks 1525/1530 is geboren en dus onmogelijk de maker geweest kan zijn. Veel meer voor de hand ligt een toeschrijving aan een andere Leuvense schilder op wie het monogram van toepassing is: Jan Rombouts. Diens rehabilitatie staat centraal in een expositie in Museum M in Leuven.

Alles wat er nog bekend is aan schilderijen van Rombouts, is daar te zien. Sleutelstukken vormen twee zijluiken van een groot retabel, waarschijnlijk afkomstig van het altaar van de apostelen Petrus en Paulus in de Leuvense Pieterskerk. Ze tonen scènes uit de legende van de twee patroonheiligen: de bekering van Paulus en de krachtmeting tussen Petrus en Simon de magiër. Deze magiër kon dankzij de hulp van satan een stukje vliegen, maar hij kon niet op tegen de kracht van het gebed van Petrus en stortte uiteindelijk neer. Rombouts schilderde de taferelen in heldere kleuren met veel figuren in een wijds landschap. Op de achterzijde van een van de luiken is de heilige Margaretha vergezeld van een fantasierijk geschilderde draak in fraaie changeantkleuren, van roodbruin naar groen.

Typerend voor deze werken en voor de schilderkunst in het Vlaanderen van die periode in het algemeen, is de combinatie van een Italiaans geïnspireerd classicisme met een middeleeuws aandoende detaillering en elegantie. In zijn artistieke ambitie betoont Jan Rombouts zich in elk geval een echte renaissance kunstenaar. Naast schilderijen maakte hij ook gravures en etsen van religieuze en mythologische thema’s, die hij zelfbewust van zijn monogram voorzag. Het zijn charmante, soms wat houterig uitgevoerde voorstellingen die in de expositie wat povertjes afsteken bij Rombouts inspiratiebronnen, de prenten van zestiende-eeuwse grootmeesters als Dürer en Lucas van Leyden.

En Rombouts was op nog meer terreinen actief. Op grond van stilistische vergelijkingen met onder meer de ondertekeningen van zijn schilderijen, wordt nu ook een reeks gebrandschilderde ramen met hem verband gebracht. Een opmerkelijk paneel met een pentekening van het Oordeel van Salomo doet door subtiel aangebrachte witte hoogsels denken aan een ontwerp voor een glasschildering. De ramen met scènes uit het leven van Christus, afkomstig uit het kartuizerklooster van Leuven, bijvoorbeeld, worden gekenmerkt door een vergelijkbare detaillering en een soms gebrekkig perspectief. Het ontwerp wordt daarom toegeschreven aan Jan Rombouts.

En de, van zijn oeuvre beroofde, Jan van Rillaer? Die is weer teruggebracht tot een papieren figuur die alleen uit de documenten bekend is. Kennelijk hield hij zich in Leuven toch vooral bezig met het ontwerpen en maken van praalwagens en tijdelijke triomfbogen en decoraties bij Blijde Inkomsten en requiemmissen voor aristocraten. De materiële kant van zijn artistieke nalatenschap lijkt definitief vervlogen.