Innovatiecentra groeien snel

De toegenomen druk op de wetenschap om innovatiever te zijn, zorgt voor forse groei in het aantal science parks.

Het aantal campussen en science parks in Nederland is in drie jaar tijd met een kwart gegroeid. In 2009 waren er nog 55 campussen, inmiddels zijn dat er 74.

Dat blijkt uit een vandaag gepresenteerde inventarisatie die in opdracht van het ministerie van Economische Zaken is uitgevoerd door het Nijmeegse adviesbureau Buck Consultants International.

Campussen worden als belangrijke plekken gezien waar wetenschappelijke kennis wordt vercommercialiseerd tot nieuwe producten en diensten. In de internationale concurrentiestrijd groeit de druk om sneller en meer innovaties te produceren.

Volgens consultant René Buck zijn de gepresenteerde cijfers enigszins geflatteerd, want iets meer dan de helft van de locaties verdient de naam ‘campus’ eigenlijk niet.In 2009 waren er 24 ‘echte’ campussen; nu zijn het er 33. De Universiteit Twente scoort met zijn Kennispark het hoogst wat betreft het aantal gevestigde bedrijven: 384. Op de High Tech Campus in Eindhoven werken de meeste mensen: 8.000.

Volgens de definitie van het adviesbureau is een campus een plek waar een universiteit, een onderzoeksinstituten of een ziekenhuis in samenwerking met bedrijven onderzoek en ontwikkeling (r&d) uitvoert. Ook moet er sprake zijn van open innovatie – uitwisseling van ideeën, mensen of patenten.

In 2009 voldeed ruim de helft van de 55 campussen niet aan deze definitie. Met de huidige 74 campussen is dat nog steeds zo. Voorbeelden van ‘onechte’ campussen zijn de Achmea Campus in Apeldoorn, de Creatieve Campus in Almere, de A4 Logistieke Campus op Schiphol en Paardenwereld in Deurne.

Dat deze bedrijventerreinen toch de naam campus krijgen is volgens Buck een imago-kwestie. „Het geeft een hoogwaardige uitstraling”, zegt hij. „In die zin is de term ‘campus’ aan inflatie onderhevig.”

Voorbeelden van campussen die in 2009 nog niet bestonden in Nederland en nu in de opstartfase zitten, zijn onder meer het Life Sciences Park in Oss (op het terrein van de voormalige medicijnenfabrikant Organon), het Polymer Science Park in Zwolle en de Thales High Tech Campus in Hengelo.

Er zijn volgens Buck ook locaties die amper groeien. Als voorbeeld noemt hij het Zernike-park in Groningen. Dat is ooit gevestigd aan de noordkant van de stad en ligt nu eigenlijk verkeerd: de meeste bedrijvigheid is er rond het Universitair Medisch Centrum. Dat ligt vlakbij het centrum van de stad. „Mensen delen apparatuur, clean rooms, wisselen ideeën uit, en willen daarvoor toch zo dicht mogelijk bij elkaar zitten.”