'Ik maak geen lesbische zinnen'

De roman van Minke Douwesz, Weg, is volgens de jury van de Anna Bijns Prijs een „lesbische vechtscheidingsroman”.

Jammer dat het zo moet, vindt Minke Douwesz. Blij is ze met de Anna Bijns Prijs, die ze vanavond in Amsterdam ontvangt voor haar roman Weg, maar het idee van een bekroning van literatuur die is geschreven door een vrouw, zint haar minder. „Waar houdt dat op? Komt er ook een prijs voor het beste boek van een homoseksuele vrouw? Ik denk niet dat ik als lesbienne op een bepaalde manier schrijf, in lesbische zinnen of zo.”

De tweejaarlijkse Anna Bijns Prijs ontstond ruim 25 jaar geleden in reactie op het bekroningsbeleid van de grote literaire prijzen, de AKO Literatuurprijs en Libris Literatuurprijs. Die gaan naar het oordeel van de Anna Bijns Stichting te weinig naar vrouwen. Weg lijkt in de rol van vrouwenboek enigszins getypecast: het gaat over promoverend gynaecologe Edith, die na een jarenlange relatie besluit te breken met haar vriendin Norma. Die accepteert dat niet en hun strijd wordt steeds harder en pijnlijker.

De gesprekken worden in de lijvige, Voskuiliaanse roman tot in detail uitgeschreven. De jury typeert Weg als een „lesbische vechtscheidingsroman”. Vrouwelijkheid speelt er wel degelijk een rol in: Edith zoekt voor een wetenschappelijk artikel een band tussen anorexia en het seksueel ontwaken van meisjes.

Hoe het zit bij jongens is ze vergeten erbij te betrekken. Dat was onontkoombaar, zegt Douwesz. „Iedere schrijver schrijft vanuit zijn eigen preoccupaties, ook Edith. Je geschiedenis bepaalt je drijfveren en zij kampt met moeilijke herinneringen aan de puberteit. Dat ik zelf schrijf over verschillen tussen mannen en vrouwen, komt ook doordat ik me in de puberteit anders behandeld voelde. In scheikundelessen zat ik tussen de jongens die wedstrijdjes met elkaar deden en ik ‘telde niet mee’.”

Douwesz is in het dagelijks leven werkzaam als psychiater – en in haar vrije tijd voltooit ze voorlopig nog haar proefschrift. „Het onderzoek was leuk, maar het schrijven is heel geestdodend werk. Alles moet verantwoord zijn. Het gaat bij proza schrijven en bij mijn werk als psychiater juist om het proces, om de interactie, om hoe mensen denken en dingen beleven. De feiten zijn aardappels en de mensen een wokkelmachine: ik bestudeer de wokkels die eruit komen.”

In Weg speelt de subjectieve waarheidsbeleving een geniepige rol: lange tijd beleeft de lezer het verhaal mee met de hoofdpersoon. Die identificatie wordt steeds ongemakkelijker, als blijkt dat ze zelf ook schuld heeft en egocentrisch is. „Ik wilde laten zien wat er verandert wanneer één van de twee besluit dat de relatie niet leuk meer is. De ander wordt prompt een lastpost, terwijl dat jarenlang goed ging. Edith en Norma maken karikaturen van elkaar, waardoor ze het makkelijker maken om uit elkaar te gaan.”

Weg speelt in het Nederland van 2002, als de Fortuynrevolte op zijn hoogtepunt is. „Dat is een decorstukje waarin ook terugkeert dat het voor de lange termijn misschien niet werkt om maar alles op scherp te zetten. Iedereen roept elkaar maar de rauwe waarheid toe, terwijl het prettiger en duurzamer is als dat in wat meer bedekte vorm gebeurt. Balkenende riep als premier schrijvers eens op om zich over politiek uit te spreken. Dat wilde ik hiermee doen. Ik houd er rekening mee dat hij mijn roman niet gelezen heeft. Of de prijs daar iets aan zal veranderen vraag ik me ook af. Anna Bijns was een ontzettende katholiek.”

Minke Douwesz: Weg. Van Oorschot, 575 blz. €25,-