Hoe de verdween uit het onderwijs Bildung

Bildung, zoals deze week bepleit door de Teldersstichting, is algemene intellectuele en culturele vorming die leerlingen in staat stelt een eigen kijk op de wereld te ontwikkelen. Daarnaast moeten zij zich leren te verplaatsen in anderen.

Schooltypen zoals we die in het verleden kenden, waren in oorsprong allemaal beroepsopleidingen. Omdat een zekere culturele bagage vanzelfsprekend werd gevonden kenden die opleidingen veel meer vakken dan voor het beroep noodzakelijk was. In de lerarenopleidingen speelden culturele en morele vorming een belangrijke rol en dus werden schoolvakken ook zo ingevuld. Denk aan de lange boekenlijsten of aan opstellen met titels als De doodstraf of Televisie: een venster op de wereld?

Ook de Mammoetwet die midden jaren zestig werd ingevoerd, vond zijn oorsprong in de beroepsvoorbereiding. In de jaren vijftig kondigde zich een nieuwe tijd aan. Automatisering zou administratieve krachten overbodig maken. Huizen zouden uit fabrieken komen en ter plekke in elkaar gezet, waardoor metselaars en timmerlieden niet meer nodig zouden zijn. De techniek zou een hoge vlucht nemen.

De onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen leidde tot de conclusie dat het onderwijs jonge mensen niet moest opleiden voor bestaande beroepen, maar moest uitrusten met het instrumentarium om zich doorlopend de kennis en vaardigheden eigen te maken die de maatschappij op dat moment zou vragen. Onderwijs moest voorbereiden op een leven lang leren. Dat kon met een beperkt aantal eindexamenvakken: zes voor havo, zeven voor vwo, voor het merendeel zelf te kiezen.

Leraren hadden al vlug in de gaten dat die beperking leidde tot een verschraling van het onderwijs. Maar omdat in die jaren zich een andere ramp voltrok, werd niet naar hen geluisterd. Die ramp heette onderwijsvernieuwing. Wie op het belang van Bildung wees, had van eigentijds onderwijs niets begrepen. Inmiddels heeft zowat de hele generatie leraren die het niet kon nalaten leerlingen meer mee te geven dan voor toets of examen strikt noodzakelijk is, het onderwijs verlaten. Daardoor worden nu pas de gevolgen van deze verschraling ten volle zichtbaar.

En nu waait er een andere wind. Interessant is dat deze weersomslag ook nu weer wordt ingegeven door economische motieven. Tegen de horden Chinese, Koreaanse en Indiase nerds die er al zijn en – meer nog – er aan staan te komen, kunnen wij nooit op. Onze kracht moeten we zoeken in het vermogen verschillende kennisgebieden met elkaar te verbinden. Illustratief voor deze ontwikkeling is dat er naast het Californische Silicon Valley zich in Amerika een ander centrum, Silicon Alley, ontwikkelt. In dit gebied in New York vind je bedrijven die moderne technologie verbinden met „advertising, new media en financial technologies”.

Daarnaast is van belang een ander aspect van Bildung, namelijk de noodzaak om de maatschappelijke en morele gevolgen van bepaalde ontwikkelingen te doorgronden. Begin dit jaar verscheen het boek Waardenloos van George Möller, voormalig directeur van de Optiebeurs. Daarin wijst hij op het ontbreken van een ethische marktmoraal als oorzaak van de financiële crisis. Om het economisch belang van Bildung te onderstrepen, citeerde Sander Pleij in Vrij Nederland onlangs de aartsvader van de EU, Jean Monnet. „Als Europa zou worden gereconstrueerd, zou ik dit keer beginnen met cultuur in plaats van economie.”

Het is dan ook opmerkelijk dat de Teldersstichting aandacht in het onderwijs voor Bildung presenteert als het tegendeel van economische noodzaak: „Hoewel onderwijs economische doelen dient zou het niet primair, laat staan exclusief, op die doelen gericht moeten zijn. De relevantie van het onderwijs reikt veel verder dan de arbeidsmarkt.”

Wonderlijk.

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad.