Haags vonnis toont dat het goed is om misdadig te zijn

Het Haagse tribunaal lijkt in zijn uitspraak over Ante Gotovina figuren als Karadzic en Mladic alleen maar aan te moedigen, stelt Eric Gordy.

De Kamer van Beroep van het Joegoslavië-tribunaal heeft Ante Gotovina en Mladen Markac vrijgesproken van misdrijven waarvoor zij eerder waren veroordeeld. Bij eerste lezing lijkt dit een radicale uitspraak die nieuwe wetgeving schept.

Zelf is de Kamer van Beroep verdeeld. De vijf rechters van het college hebben hun meeste beslissingen met 3 tegen 2 genomen. De eensgezindheid over de wet en de feiten van de zaak is onder de leden van de Kamer van Beroep dus niet groter dan onder het publiek. Hiermee krijgen we geen uitkomst die controverses oplost, maar zullen ze juist nog lang door blijven smeulen.

De advocaten van Gotovina voerden een verweer tegen de aanklacht dat burgers tot vluchten werden aangezet door lukrake beschietingen van de steden waar ze woonden. Zij stelden dat per afzonderlijke granaat niet aan te tonen was welke aanval met explosieven nu precies welke burger op de vlucht had gejaagd. De Kamer van Beroep aanvaardde deze stelling en verwierp het verweer van de aanklager dat mensen niet door één bepaalde granaat tot vertrek werden gedwongen, maar door het algehele aanvalsklimaat dat een kernelement van de militaire strategie vormde.

De Kamer van Beroep heeft een vreemde beslissing genomen over de status van de georganiseerde misdadige operatie om de burgerbevolking met geweld te verdrijven: ze gaat geheel voorbij aan de bewijzen uit de verslagen van Brioni en de publieke uitspraken van Franjo Tudjman waaruit blijkt dat de verdrijving van de burgerbevolking een doel van de militaire operatie was. Beslist werd nu dat bestudering van de Brioni-verslagen niet wijst op enig specifiek bevel om enige specifieke artillerieaanval uit te voeren. En zo werd besloten dat het ‘indirecte bewijs’ niet duidt op het bestaan van een georganiseerde misdadige operatie, terwijl aan het directe bewijs voorbij werd gegaan.

Hier wordt het raar. Inzake de uitvoering van plannen om burgers te verdrijven, komt de Kamer van Beroep tot de slotsom dat ‘bespreking van voorwendselen voor artillerieaanvallen, van het mogelijk vertrek van burgers en van de verschaffing van uitreiscorridors, redelijkerwijs kan worden uitgelegd als een verwijzing naar wettige gevechtsoperaties en public relations-inspanningen’. Ook vindt de Kamer ‘dat de discriminerende maatregelen die Kroatië na het vertrek van Servische burgers uit Krajina heeft genomen niet bewijzen dat dit vertrek gedwongen was’.

Elke uitspraak wordt voorafgegaan door de zinsnede ‘De rechters Agius en Pocar zijn een andere mening toegedaan.’ Agius verbindt zijn afwijkende mening aan het inzicht dat de meerderheid ‘duidelijk een verkokerd en vernauwd standpunt inneemt’ en hij is van mening dat de meerderheid het ‘met alle respect, maar volledig’ bij het verkeerde eind heeft. En Pocar stelt vast dat de Kamer van Beroep een norm afwijst, maar wel ‘verzuimt om zoals aangekondigd het bewijsmateriaal nog eens te bezien’.

De Kamer van Beroep heeft heel wat meer gedaan dan menigeen die de onschuld van Gotovina en Markac bepleitte had verwacht. Ze heeft vastgesteld dat er geen misdaden hebben plaatsgevonden. Dat is nieuwe wetgeving. Het onderscheid vervalt tussen militaire en burgerdoelen in de Conventies van Den Haag en Genève, want voortaan kan elk doel achteraf als militair worden bestempeld. Zo wordt de categorie ‘onwettige oorlogsdoelen’ inhoudsloos. Bepaald is dat de verwoording van een beleid niet meer van belang is voor de karakterisering ervan.

Deze nieuwe wettelijke normen zullen beide heel bemoedigend zijn voor misdadigers en legerbevelhebbers die in de toekomst van plan zijn zich op burgers te richten. Beide zullen hoop bieden aan de mensen die Radovan Karadzic en Ratko Mladic verdedigen, omdat naar de maatstaven van het beroepsvonnis veel daden waarvoor zij zijn aangeklaagd niet meer onwettig zijn.

Eric Gordy is verbonden aan het University College London. Het artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de website van Balkan Transitional Justice, www.balkaninsight.com.