Column

Geen monsters, maar kinderen

Deze week werd beurshandelaar Kweku Adoboli in Londen veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens rogue trading, oftewel interne fraude. De 31-jarige Ghanees had jarenlang zijn steeds grotere verliezen „verborgen” in het IT-systeem van zijn Zwitserse bank UBS.

Uiteindelijk verlies: anderhalf miljard pond. Dat hadden er zeven kunnen zijn, mogelijk genoeg om de bank failliet te laten gaan – behalve natuurlijk dat UBS een too big to fail bank is. De Zwitserse belastingbetaler haalt opgelucht adem.

Het was verleidelijk om Adoboli af te schilderen als een inhalige gokbeluste griezel, en aangezien Engeland juryrechtspraak heeft, probeerde de aanklager dat ook. Maar de realiteit is complexer. Ik sprak erover met een accountant die banken adviseert hoe ze ‘rogue trading’ kunnen voorkomen.

Jawel, accountants controleren niet alleen de boeken van banken, ze geven ook duur betaald advies aan diezelfde banken. De accountant vertelde dat veel gevallen van ‘rogue trading’ nooit naar buiten komen. „Meestal is het geen hebzucht. Doorgaans gaat het zo: een beurshandelaar maakt een fout en verliest geld. Hij probeert dat goed te maken met een riskante transactie, maar verliest nog meer. Vervolgens gebruikt de handelaar zijn kennis van de gigantische IT-systemen om die fouten te verbergen, bijvoorbeeld door zijn transacties nooit te laten boeken.”

Het is geen toeval dat zowel Adoboli als die andere grote ‘rogue trader’ van de afgelopen jaren – Jérôme Kerviel van de Franse bank Société Générale – waren begonnen in de back office, waar transacties worden geboekt en afgehandeld. Bijna alle grote banken zijn het product van fusies en overnames, waarbij IT-systemen in elkaar zijn geschoven. Wie jarenlang met die systemen werkt, weet waar de mazen zitten.

‘Rogue traders’ zijn geen monsters, zegt de accountant en ze voegt eraan toe: het zijn kinderen. „De handelsvloeren zijn extreem masculiene omgevingen. Als een speeltuin vol jongetjes die elkaar constant opjutten om iets gevaarlijks te doen.” In zo’n atmosfeer wordt het heel moeilijk om je hand op te steken en een kleine maar kostbare fout toe te geven. Liever proberen handelaren hun verliezen goed te maken, en vaak lukt dat.”

De cultuur op een handelsvloer is bepalend, legt de accountant uit, en dat stemt weinig hoopvol. Ik moest denken aan het verhaal van een andere beurshandelaar. Hij wees op een dynamiek die ook journalistieke organisaties parten speelt: de kwaliteiten die je tot een goede beurshandelaar (of journalist) maken, zijn bijna tegenovergesteld aan de kwaliteiten die een goede manager nodig heeft. Beurshandelaren en journalisten zijn solisten die proberen te scoren. Goede managers zijn teambuilders die anderen laten scoren.

De beurshandelaar vertelde: „Ik heb managers gehad die op dagen dat ik geld had verloren naar me toe kwamen en zeiden: ‘Jij hebt geld verloren. Waarom verlies jij geld? Geniet jij ervan om geld te verliezen?’ ”

Het is een angstaanjagende combinatie. Banken waarvoor de belastingbetaler garant moet staan, met IT-systemen waarin God weet wat kan worden verborgen, en werknemers die niet hun bank managen maar hun carrière.

Adoboli gaat nu tenminste de gevangenis in. De verantwoordelijken voor de crisis van 2008 lopen niet alleen nog steeds vrij rond; velen zitten nog altijd aan de knoppen.

De auteur doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op: guardian.co.uk/bankingblog.