Fnik

Ik hoor mensen vaak met een zweem van angst zeggen dat de taal zo verandert, en dan vooral door ‘de jongeren’. Die angst gaat denk ik niet echt over jongeren, en zelfs niet over verandering, maar meer over de eigen ouderdom en uiteindelijk de dood. Die sms-taal is zo passé. ‘Even’ als ‘ff’ schrijven: het

Ik hoor mensen vaak met een zweem van angst zeggen dat de taal zo verandert, en dan vooral door ‘de jongeren’. Die angst gaat denk ik niet echt over jongeren, en zelfs niet over verandering, maar meer over de eigen ouderdom en uiteindelijk de dood.

Die sms-taal is zo passé. ‘Even’ als ‘ff’ schrijven: het riekt naar 2005

Ik kan tot op zekere hoogte wel meegaan in zulk soort angsten, maar opmerkelijk is dat veel vernieuwingsangst zich bij oudere mensen richt op sms-taal. „En dan staat er w8, maar dat betekent dus ‘wacht’.” Dat maakt het leven misschien een promille onbegrijpelijker – daar valt wel mee te leven. En dan: die hele sms-taal is eigenlijk alweer zo passé. ‘Even’ als ‘ff’ schrijven: het riekt naar 2005.

Volgens mij is die hele sms-taal alweer grotendeels klaar, en dat is te wijten aan de opkomst van Whatsapp. Dit valt aan sms-taalangstigen niet uit te leggen, want Whatsapp is daar nog niet doorgedrongen. Maar waar het op neer komt: als je gratis mag doortypen, doen mensen dat echt wel. Hele verhalen.

Een paar jaar geleden waarschuwde de koningin in haar kersttoespraak nog voor de cultuuromslag die ervoor zorgde dat mensen alleen nog in ‘korte, snelle berichtjes’ met elkaar zouden communiceren. En zie nu eens; ik heb al verschillende vrienden die liever niet meer bellen, omdat je alles ook zou kunnen opschrijven.

Mensen schrijven dus meer dan vroeger, maar een echte cultuurpessimist kan daar natuurlijk ook wel weer wat over te zeuren hebben.

Afkortingen die ik wel vaak gebruik, zijn spreektaalafkortingen: woorden die in het spraakgebruik korter worden dan ze zijn, omdat dat makkelijker is uit te spreken. ‘Fnik’ in plaats van ‘vind ik’, ‘eik’ in plaats van ‘eigenlijk’, ‘sgoed’ in plaats van ‘is goed’. Ik schep een kinderlijk genoegen in deze gewoonte. Tegelijkertijd weet ik ook, dat als ik over tien jaar mijn mailtjes teruglees (mocht ik daar zin in hebben), ik juist heel erg ga struikelen over dat kokette ‘fnik’. Net zoals babyboomers zich er nu waarschijnlijk kapot aan ergeren dat ze in de jaren zeventig allemaal ‘krities’ en ‘bizonder’ schreven.

Niet alleen wordt ieders taal bedreigd door de taal van hen die jonger zijn. Je taal wordt ook bedreigd door een oudere versie van jezelf.