Een lijkt minder te stinken sweatshirt

Acties tegen onnodig Nederengels zijn tot mislukken gedoemd. Mensen hebben gewoon te veel argumenten om ze te blijven gebruiken.

In de building waar ik werk (aan Tilburg University) stap ik na een nauwelijks verstaanbaar fourth floor uit de lift, en ga dan eerst naar de coffee corner. Daar hoor ik een jongere collega vertellen over een dagje uit met de kids, en een PhD praten over zijn nieuwe tablet (Engelse uitspraak). Waarom gebruiken wij woorden uit andere talen, en nu in het bijzonder uit het Engels?

Daarvoor zijn zeven algemeen geaccepteerde argumenten: 1 Algemeen gebruik: de secretaresse zal vragen of ik paperclips bedoel als ik om papierklemmetjes vraag. 2 Onvertaalbaarheid: privacy is iets anders dan beslotenheid. 3 Verschil in betekenis: make-up is geen opmaak; opmaak is lay-out. 4 Verschil in gevoelswaarde: een smile is triomfantelijker dan een lach. 5 Behoefte aan een eufemisme: een sweatshirt lijkt minder te stinken dan een zweethemd. 6 Behoefte aan een kort woord: stalken in plaats van ‘hinderlijk volgen van ex-geliefde of bekend persoon’. 7 Extra zeggingskracht: een controlfreak is iets neurotischer dan een regelneef of pietje-precies.

Er zijn ook drie discutabele argumenten: gemakzucht, imponeergedrag en gebrek aan taaltrots (eigentaalbashing). Maar waarom zouden we het onszelf af en toe niet gemakkelijk mogen maken? En soms is imponeergedrag heel effectief. Dat wist de fietsenmaker uit ons dorp vroeger ook al toen hij ‘bicycle home’ op zijn etalage schilderde. En waarom moeten we trots zijn op onze taal? Dat is toch maar een middel om ons uit te drukken. Onze taal kan heel goed andere woorden opnemen; kijk maar naar het verschil tussen tabletten en tablets.

Hieronder een paar voorbeelden met een combinatie van gemakzucht, imponeergedrag en gebrek aan besef van eigenheid.

Iemand zei tegen mij: ,,Wat hij daarmee bedoelt? Ik heb zelfs geen hunch!” Ik vroeg: ,,Waarom hunch?” ,,Ja, sorry, ik lees heel veel Engels en wist zo gauw het Nederlandse woord niet.” Zo jammer. Wij hebben twee mooie uitdrukkingen daarvoor: Ik heb echt geen idee. Ik heb geen flauw vermoeden.

Ik hoorde iemand in een discussie over geweld op schoolpleinen zeggen dat dat wat overdreven is, en dat het gaat om harassment. Ik vroeg: ,,Waarom harassment? Bedoelt u het Engelse juridische begrip?” Nee, hij bedoelde eigenlijk gewoon intimidatie, maar wilde aangeven dat er onderzoek naar is gedaan.

Er zijn prachtige initiatieven geweest tegen dit onnodige Nederengels: ‘Liever Nederlands’, MOE (Meldpunt Onnodig Engels), de rubriek ‘Ander woord voor …’ in het tijdschrift Onze Taal. In het begin van dit jaar berichtte NRC over een actie van twee Nederlandse Tweede Kamerleden, Jack Biskop en Ton Elias, voor het behoud van het Nederlands. Maar deze Kamerleden kregen nauwelijks steun van hun collega’s.

En toch: waarom dit onnodige Engels? Ik denk dat de neiging tot taalvermenging, na het verhaal van de Toren van Babel over de scheiding der talen, een troostgeschenk (een consolation present) is uit het oude Egypte, een geschenk van de god van de communicatie, Thot. Taal bevat doorgaans nauwelijks informatie over het karakter of de bedoelingen van de spreker of de schrijver. Maar die informatie kan voor mij als luisteraar of lezer bijzonder nuttig zijn. Wil die ander iets van me? Probeert die ander mij te overdonderen. Waarom vindt die ander het nodig zich te onderscheiden? Als je dan doorvraagt op basis van Nederlandse woorden krijg je vaak meer inzicht in het doel van de communicatie. Vergelijk de volgende zin maar eens met de beginzin: In het gebouw waar ik werk (aan de Universiteit van Tilburg) stap ik na een nauwelijks verstaanbaar ‘vierde verdieping’ uit de lift (nee, geen hijsbak), en ga dan eerst naar het koffiepunt. Daar hoor ik een jongere collega vertellen over een dagje uit met de kinderen, en een promovendus praten over zijn nieuwe tablet (nee, geen schootcomputer).