De Hamka’s-persoon

Het komt regelmatig voor dat ik met mensen aan tafel zit en er het volgende gebeurt: Op het toppunt van mijn gekte heb ik een met liefde bereide quiche uitgehold „Heb jij De Voedselzandloper al gelezen?” „Het is alweer achterhaald hoor. Al heeft hij over koolhydraten natuurlijk gelijk.” „Je mag heus wel koolhydraten eten, als

Het komt regelmatig voor dat ik met mensen aan tafel zit en er het volgende gebeurt:

Op het toppunt van mijn gekte heb ik een met liefde bereide quiche uitgehold

„Heb jij De Voedselzandloper al gelezen?”

„Het is alweer achterhaald hoor. Al heeft hij over koolhydraten natuurlijk gelijk.”

„Je mag heus wel koolhydraten eten, als het maar geen wit meel is.”

„Ik ga dus héél goed op lijnzaad en quinoa.”

„Blauwe vruchten zijn het best. Een banaan telt niet als fruit, daar zit alleen maar suiker in.”

„Wisten jullie dat wij de enige diersoort zijn die zijn leven lang melk blijft drinken?”

„Ik zeg altijd: bonen, bonen, bonen.”

„Drink jij nog sojamelk? Daar zitten allerlei gifstoffen in. Je moet amandelmelk nemen.”

„Uiteindelijk zijn bewerkte producten het probleem.”

„Ik voel me anders véél energieker nu ik enkel lunch met eiwitten.”

„Luister: we gaan tóch kapot aan de groeihormonen.”

Meestal zit er één persoon bij die een beetje beduusd naar het gesprek luistert en vervolgens stamelt: „Maar ik hou gewoon heel erg van Hamka’s.” Waarop iedereen het hoofd schudt en zegt: „We houden allemáál wel van Hamka’s. Maar ja.”

Ik was altijd die Hamka’s-persoon: ik dacht liever aan mozzarellapizza’s dan aan havervlokken, liever aan zure beertjes dan aan een handje gedroogde vijgen. Tot een vriend op een dag vertelde dat hij gestopt was met het eten van brood. Tijdens zijn verhaal, dat van ‘koolhydraatverslaving’ naar ‘vroeger, toen we nog op het land werkten’ ging, dacht ik alleen maar: geen brood meer – dan kun je net zo goed meteen overschakelen op astronautenvoer. Maar hij besloot zijn verhaal stralend: hij had zich nog nooit zo goed gevoeld.

Kijk, voor zulke dingen ben ik gevoelig. Ik mag ook nooit praten met een Porsche-fanaat of iemand die net crystal meth heeft genomen. Dus in de dagen na het gesprek ging ik anders naar brood kijken: zou deze Allison-met-zonnepitten mij heimelijk ondermijnen? Mij kapotmaken? Zou ik zonder deze boterhammen misschien wél zin hebben om naar Amsterdam-Noord te fietsen? Steeds meer ging ik geloven in alles wat ik zonder de granensabotage zou bereiken (een opgeruimd huis, glimlachen in het verkeer, het fokken van een lijger) – en op een dag at ook ik geen brood meer.

En het was zoals met alle voornemens: je begint nooit gemoedelijk – je begint als een extremist. Vanaf die dag at ik ‘s ochtends yoghurt met noten, lunchte ik met kikkererwten en dineerde met een enorme pan gebakken spinazie. Ik sloeg friet af, vermeed alle pasta’s en kon uren praten over eten & energie & je goed voelen. Ik had niet gewoon een wijziging doorgevoerd in mijn voedselpatroon, het was alsof ik lid was geworden van een sekte. Alsof ik verslaafd was aan mijn eigen regels en elke keer bij het laten staan van brood tegen mezelf zei: FUCK! JE BENT ZO GEZOND! FUCK! Op het toppunt van mijn gekte heb ik tijdens een etentje bij een vriendin de met liefde bereide quiche uitgehold – de korst gaf ik terug.

En zoals het met veel grillen gaat: het ging over. Ik voelde me prima – maar had ook niet meteen zin om naar Amsterdam-Noord te fietsen. Het was gedoe, en bovendien is brood heerlijk. Nu probeer ik vooral normaal te eten. Geen spastisch gedoe. Geen obsessies. En veel handjes Hamka’s.