Criminaliteit neemt af als ADHD’er zijn pillen slikt

De criminaliteit onder (jong-)volwassenen met ADHD daalt met meer dan een derde als ze trouw hun medicijnen slikken. Dat rolt uit een groot Zweeds onderzoek, onder ruim 25.000 mannen en vrouwen met ADHD, dat vandaag is gepubliceerd in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine.

Van de Nederlandse jeugdcriminelen heeft ongeveer een kwart ADHD. Dat is een aandoening met een combinatie van tekort aan concentratievermogen en te druk gedrag. In Zweden was na te gaan of ADHD-medicatie pubers en volwassenen met ADHD beschermt tegen crimineel gedrag. Er bestaan daar nationale registers van voorgeschreven medicijnen, van verdachten en van veroordelingen. Van de ruim 25.000 mensen met een ADHD-diagnose was 36 procent van de mannen en 15 procent van de vrouwen ooit veroordeeld. Bij ADHD-mannen die hun pillen namen, lag het aantal veroordelingen 32 procent lager dan bij de niet-pillenslikkers. Bij vrouwen was het verschil groter: 41 procent.

Bijna drie procent van de Nederlandse kinderen heeft op dit moment de diagnose ADHD. Dat bleek in 2010 uit groot onderzoek (NEMESIS-2) naar de aanwezigheid van psychiatrische ziekten. Daar kwam ook uit dat driekwart van de kinderen die ADHD hadden daar ook als volwassene nog last van hebben. Veel kinderen met ADHD krijgen medicijnen.

De Zweedse onderzoekers schrijven dat vooral pubers en jongvolwassenen stoppen met de ADHD-behandeling. Toch krijgen ADHD-kinderen later ongeveer vijf keer zo vaak last van psychiatrische ziekten, gedragsstoornissen en drugs- of alcoholverslaving. En dat verhoogt de kans op crimineel gedrag.

Dit was geen onderzoek waarbij het lot aanwijst wie zijn ADHD-pillen krijgt, om vervolgens het verschil in criminaliteit te meten. Zo’n onderzoek is maatschappelijk onmogelijk. Maar de onderzoekers deden een paar controles om toch enigszins overtuigend te kunnen zeggen dat voortgezette ADHD-medicatie de criminaliteit verlaagt.