Cope’s onafhankelijke geest

Julian Cope tijdens een optreden in 2011 in Brighton Foto Michael Burnell/ Redferns

pop Julian Cope: Psychedelic Revolution

De revolutionair van vandaag is een held op sokken. In zijn gezongen verslag van zijn deelname aan de Londense G20-demonstratie in april 2009 geeft Julian Cope volmondig toe dat hij op de vlucht sloeg toen hij geconfronteerd werd met de overmacht van de Metropolitan Police. Die dag stierf er een omstander door ‘onwettige verdrukking’ en Cope prijst zich gelukkig dat hij was weggerend. De grote stad leent zich niet voor ondergronds verzet, zingt hij in Revolutionary man; beter is het om je ‘Baader Meinhof style’ op het platteland te verschansen.

De kracht van Copes grimmige bekentenis is dat hij voor de opgeruimde melodie terugkeert naar de losse stijl van oude favorieten als The greatness and perfection of love, met een ouderwets ‘papapa’-koortje dat onmiddellijk vrolijk stemt. De luchtige muziek van zijn album Psychedelic Revolution lijkt in niets op de loodzware hardrock die hij in recente jaren maakte met zijn bands Brain Donor en Black Sheep. Muzikaal gooit hij het over een andere boeg, met popsongs en folkliedjes die hun zware onderwerpen verhullen door aantrekkelijke melodieën. Over de futuristische vertelling Raving on the moor hangt een psychedelische mist van mellotron over een orkest van akoestische gitaren. De brute folksong Cromwell in Ireland zou een middeleeuwse melodie kunnen zijn, net als de ballade Roswell waarin Cope als een zachtmoedige bard verhaalt over bezoekers uit de ruimte. Tussen de prachtige liedjes X-mas in the woman’s shelter en The death of rock’n’roll is het drukke Because he was wooden atypisch ontoegankelijk in zijn gebruik van een op een tandartsboor lijkend geluidseffect dat de toorn van de goden verbeeldt.

Het album is opgedragen aan guerrillastrijders Che Guevara en Leila Khaled. Thematisch behandelt Cope de verschijningsvormen van revolutie en verzet in de moderne wereld, van zijn eigen vluchtgedrag tot het perspectief van de zelfmoordterrorist in het verraderlijk lieve liedje Vive le suicide. Als een van de weinige onafhankelijke geesten in een steeds banalere popwereld durft Julian Cope heikele onderwerpen aan te snijden, op een plaat die de brave folkrock van mindere goden in muzikale toegankelijkheid naar de kroon steekt.