Bestuurlijke kat en muis

Bestaat er in Nederland nog eenheid van overheidshandelen? In de afgelopen week is er tussen het kabinet en de grote steden een kloof ontstaan die de gebruikelijke verwarring over de interpretatie van landelijk beleid ruimschoots te boven gaat. De bestuurlijke mist hangt ook niet boven de minste thema’s: de wietverkoop aan toeristen en de opvang van illegalen wier tijdelijke tentenkampen gesloten worden.

In het bijzonder Amsterdam kiest een eigen koers, daarin voorafgegaan door de Brabantse stedenrij. Maar ook Utrecht heeft een conflict met Den Haag. Deze stad constateert geërgerd dat het Rijk uitgeprocedeerde illegalen actief afschuift naar de steden. Deze groep wordt door het Rijk uit eigen centra op straat gezet, met de bedoeling dat ze zelf het land verlaat. Maar informeel worden ze verwezen naar de stedelijke opvang. Het regent hier namelijk nogal en de winter kondigt zich aan. Feitelijk worden de gevolgen van dit beleid neergelegd bij de gemeenten. Maar zonder het budget.

Die steden krijgen ook uit Den Haag te horen dat ze uitgeprocedeerde illegalen valse hoop bieden. Althans dat is wat staatssecretaris Teeven (asiel, VVD) burgemeester Van der Laan van Amsterdam verwijt. Deze burgemeester biedt een groep demonstrerende tentbewoners opvang aan zónder de conditie die Teeven wenselijk vindt. Namelijk meewerken aan uitzetting. Dit bestuurlijke kat- en muisspel wordt ook gespeeld rond het plan van illegaliteit een zelfstandig strafbaar feit te maken. De gemeenten vinden dat een symbolische maatregel en willen er niet aan meewerken. Het kabinet ziet er juist een drukmiddel in.

Rond de wiethandel is het helemaal een feest van dubbele tongen. Het kabinet wil cannabis alleen aan Nederlandse ingezetenen laten verkopen, onder het verplicht tonen van een uittreksel uit het bevolkingsregister. De gemeenten nemen deze registratieplicht met een korreltje zout. De minister dekt zich met de term ‘lokaal maatwerk’ in om grote steden toch cannabis aan buitenlandse toeristen te laten verkopen. Daar doemt een dubbele gedoogconstructie op. Drugshandel is strafbaar, maar streng gereguleerd weer toegelaten. Met daarbinnen een ‘maatwerkexceptie’ voor buitenlanders. Landelijk beleid is hier materieel echt anders dan lokaal beleid. Wat in Den Haag zwart is kan kennelijk lokaal zomaar wit of grijs worden.

Wat betekent dit voor de geloofwaardigheid van de overheid, het gezag van het kabinet of het vertrouwen van de burger? Doen rechtszekerheid, gelijkheid, fair play, zorgvuldigheid en al die andere beginselen van behoorlijk bestuur er nog toe? Of leven we in een land met twee overheden die ieder naar eigen inzicht van hun bevoegdheden gebruik maken?