Wereldbank vreest desastreuze 4 graden

Eigenlijk had ik het willen negeren, het rapport dat het Potsdamse klimaatinstituut voor de Wereldbank heeft geschreven. De waarschuwingen uit Potsdam zijn mij vaak iets te stevig, hun cijfers een tikje te alarmerend. Maar nu ik toch heb besloten nog even te wijzen op de nieuwe records waarmee de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) gisteren kwam, kon dat er ook wel bij.

De Wereldbank vreest, op gezag van Potsdam, dat de gemiddelde temperatuur aan het eind van deze eeuw bij ongewijzigd beleid wel eens 4 graden hoger zou kunnen zijn dan aan het begin van de industriële revolutie. En de gevolgen daarvan, schrijft Wereldbank-president Jim Yong Kim in zijn voorwoord bij het rapport, zijn desastreus:

‘The inundation of coastal cities; increasing risks for food production potentially leading to higher malnutrition rates; many dry regions becoming dryer, wet regions wetter; unprecedented heat waves in many regions, especially in the tropics; substantially exacerbated water scarcity in many regions; increased frequency of high-intensity tropical cyclones; and irreversible loss of biodiversity, including coral reef systems.’

We kunnen dan wel met elkaar hebben afgesproken dat de temperatuur met niet meer dan 2 graden mag stijgen, maar niets wijst erop dat we de daarbij behorende doelstellingen met betrekking tot de uitstoot van broeikasgassen ook gaan halen, concludeert de Wereldbank. Voor de financier van ontwikkelingsprojecten is klimaatverandering een belangrijk thema, omdat juist zijn klanten, de ontwikkelingslanden, de gevolgen daarvan ondervinden. In een toelichting schrijft de Wereldbank:

‘The World Bank doubled lending for climate change adaptation last year and plans to step up efforts to support countries’ initiatives to mitigate carbon emissions and promote inclusive green growth and climate-smart development. Among other measures, the Bank administers the $7.2 billion Climate Investment Funds now operating in 48 countries and leveraging an additional $43 billion in clean investment and climate resilience.’

Dat het niet goed gaat met de uitstoot van broeikasgassen blijkt wel uit de nieuwste cijfers van de WMO. Vlak voor de jaarlijkse klimaattop houdt de organisatie er wel van de deelnemers op te schrikken – maar altijd met cijfers en niet met voorspellingen. De belangrijkste conclusie: de hoeveelheid broeikasgassen heeft een nieuw record bereikt. Sinds het begin van de industriële revolutie heeft de mensheid zo’n 375 miljard ton CO2 in de atmosfeer gepompt. De helft daarvan blijft daar (langdurig), de rest verdwijnt in oceanen en planten.

Michel Jarraud, secretaris-generaal van de WMO, waarschuwt:

‘Until now, carbon sinks have absorbed nearly half of the carbon dioxide humans emitted in the atmosphere, but this will not necessarily continue in the future. We have already seen that the oceans are becoming more acidic as a result of the carbon dioxide uptake, with potential repercussions for the underwater food chain and coral reefs. There are many additional interactions between greenhouse gases, Earth’s biosphere and oceans, and we need to boost our monitoring capability and scientific knowledge in order to better understand these.’

Volgens de WMO, die zich daarbij baseert op het Amerikaanse NOAA, is de ‘radiative forcing’ (simpel gezegd: de energiebalans) van alle broeikasgassen daardoor met 30 procent toegenomen, waarbij CO2 verantwoordelijk is voor 80 procent daarvan. De concentratie van CO2 bedraagt inmiddels 390,9 ppm. In CO2-equivalent gaat het om 473 ppm.

Om af te sluiten, hierbij ook nog de belangrijkste conclusies van het rapport van het Europese Milieuagentschap (EEA) over de gevolgen en kwetsbaarheid van Europa - misschien kom ik daar later nog wel op terug (klik erop om te vergroten):

    • Paul Luttikhuis