Wat is het voltooid deelwoord van bladblazen?

De Taaladviesdienst beantwoordt zo’n 1.200 vragen per maand. Meestal van vertalers, correctoren en leraren Nederlands. Soms belt een quizdeelnemer. ‘Het moet wel goed zijn, want het gaat om veel geld.’

Roos de Bruyn vindt het weleens jammer dat een telefoontje naar de Taaladviesdienst tegenwoordig 0,80 euro per minuut kost. Nu krijgt ze van bellers nauwelijks meer leuke verhalen te horen over taalfouten van kleinkinderen of ellenlange klachten over taalverloedering.

„Toen mensen nog tegen lokaal tarief konden bellen, bleven ze soms wel een uur hangen. Sinds het duurder is geworden, stellen ze korte, gerichte vragen.” Waar de komma in een zin moet staan. Welk voorzetsel je moet gebruiken in combinatie met een bepaald werkwoord. En of het leeftijdgenoot of leeftijdsgenoot is. „De meeste bellers zijn mensen die professioneel met taal bezig zijn, zoals vertalers, freelance auteurs, docenten Nederlands en correctoren. Maar ook quizprogrammamakers („wat is de juiste spelling van dat woord? Het moet wel goed zijn, want het gaat om veel geld”), reclamebureaus en uitvaartondernemers hangen regelmatig aan de lijn. „Of het ‘onverwacht’ of ‘onverwachts’ is.”

De zes taaladviseurs van de Taaladviesdienst, gevestigd in een statig pand aan de Raamweg in Den Haag, hebben bijna altijd een antwoord. „En anders zoeken we het uit”, zegt De Bruyn, een van de adviseurs. „Het probleem is dat er vaak twee antwoorden goed zijn. Dat vinden mensen niet fijn. Ze willen duidelijkheid.” Soms stijgt er aan de andere kant van de lijn gejuich op. „Dan gaat het om een weddenschap. Dan vraagt de beller vaak ‘wilt u uw antwoord even herhalen’ en dan zetten ze de telefoon op de speaker. Of ze reageren teleurgesteld: ‘O, dan ben ik dus een fles wijn kwijt’.”

De Taaladviesdienst is onderdeel van het Genootschap Onze Taal, een vereniging van taalliefhebbers die is opgericht in de jaren dertig van de vorige eeuw in de strijd tegen germanismen. Woorden als aanhangwagen (moest zijn: bijwagen), bedlaken (beddelaken) en uitgeprobeerd (beproefd) moesten absoluut vermeden worden, zo waarschuwde het Genootschap in het eerste nummer van z’n tijdschrift. ‘Eert uw schoone Nederlandsche taal!’

Over germanismen maakt het Genootschap zich allang niet meer druk. Het is nu vooral bekend van de uitgave van het tijdschrift Onze Taal en zijn bemoeienis met de spellingwijzer Het Witte Boekje. De in 1985 opgerichte Taaladviesdienst beantwoordt maandelijks zo’n 1.200 vragen over het Nederlands (per telefoon, mail en Twitter), schrijft taalboeken, geeft taaltrainingen, corrigeert teksten, schrijft rubrieken voor Onze Taal en produceert jaarlijks de Taalkalender. Voor scholieren wordt dagelijks, in de rubriek Woordspot op de website, een woord uitgelegd, voor volwassenen zijn er Taalpost en Woordpost.

Een telefoontje. Of het woord ‘Achterhoeker’ mag worden gebruikt. Of is het eigenlijk een scheldwoord? De Taaladviesdienst vindt het een keurig woord.

„Uit de vragen die we krijgen, halen we veel inspiratie voor onze publicaties, zegt Roos de Bruyn. „Als verschillende mensen vragen hebben over het werkwoord ‘mankeren’ (wat is juist: ouderen die iets mankeren, ouderen wie / die iets mankeert), dan wijden we daar een stukje aan.”

De telefoon gaat weer. Wat het voltooid deelwoord van bladblazen is. De taaladviseur raadt aan het te omschrijven: „Ik heb bladeren weggeblazen of verwijderd.” De Bruyn: „Sommige werkwoorden hebben gewoon geen voltooid deelwoord. Diepzeeduiken bijvoorbeeld.”

Subsidie krijgt de Taaladviesdienst niet. „We hebben 31.000 leden die contributie betalen en verder hebben we inkomsten uit correctiewerk, cursussen en de Taalkalender”, aldus De Bruyn.

Nog een telefoontje. De beller wil weten hoe je ‘privatebankingklant’ schrijft. „Helemaal aan elkaar”, zegt de taaladviseur. „Neeeeee, dat staat heel lelijk”, vindt de beller. „Kan ik private niet los schrijven en de rest aan elkaar?” De taaladviseur herhaalt dat het echt één woord is, maar dat een koppelteken wel mag. „Private-bankingklant?”, vraagt de beller? „Nee, dat is helemaaaaaal lelijk.” Los of aan elkaar blijkt een van de moeilijkste taalkwesties, aldus De Bruyn, die volgende maand in de jury van het Groot Katholiek Dictee zit. „Daar gaan de meeste vragen over.”

Wat Roos de Bruyn de leukste vragen vindt? „Ik hou erg van vragen over uitdrukkingen en gezegden. Hoewel je vaak verhaspelde uitdrukkingen hoort, is die rubriek op onze website wel erg goed bezocht.” Fouten in uitdrukkingen zijn overigens van alle tijden, volgens de Taaladviesdienst. Neem de uitdrukking ‘iemand kennen van haver tot gort’. Die uitdrukking heeft oorspronkelijk niets met graanproducten te maken. De oerversie is van avere tot avere, wat betekent: van vader op zoon. Toen het woord avere in ongebruik raakte en niemand de uitdrukking meer begreep, veranderde avere in haver en later in van haver tot gort (gepelde gerst). Iemand van haver tot gort kennen, ontstond kennelijk dankzij de bijgedachte ‘iemand kennen zoals een granenexpert alles over granen weet, van haver tot gort’.

Hetzelfde zie je in onze tijd gebeuren, vertelt De Bruyn. „Mensen passen onbewust uitdrukkingen aan aan hun eigen tijd, situatie en kennis. „Vraag schoolkinderen bijvoorbeeld wat ‘vetarm’ betekent en velen zullen zeggen: heel arm.”

Vragen per telefoon: 0900 345 45 85 (ma-vr 10.00-12.30/14.00-15.30 u, 80 cpm); per mailformulier (voor leden van Genootschap Onze Taal).