Toezicht als groeimarkt

Het ‘venijn’ zit in het laatste woord. De Tweede Kamer kreeg maandag nieuwe rapporten over de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Het laatste woord in de begeleidende brief van minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) geeft precies aan wat het IGZ is. Deze inspectie is geen sectorspecifieke ombudsman, geen advocaat van gedupeerden en geen toezichthouder die losstaat van het ministerie. De Inspectie is een dienstonderdeel.

De rapportages volgen op twee eerdere onderzoeken naar de oorzaken van de dood van ‘baby Jelmer’ in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Die uitkomsten toonden een schokkende reeks van falen bij de inspectie.

De nu gepubliceerde onderzoeken passen in twee trends. De eerste is: hoge verwachtingen van publiek en politiek. De samenleving accepteert geen debacles en calamiteiten. Toezicht is dan het antwoord en onderzoek naar elk volgend incident leidt tot de roep om meer of beter of slimmer of effectiever toezicht. Of alle vier.

Toezicht is een absolute groeimarkt. Op de dag van de publicatie van de IGZ-rapporten kondigde het ministerie van Sociale Zaken bijvoorbeeld een straffere aanpak van fraude aan. En gisteren rapporteerde de Inspectie van het Onderwijs het bestaan van financieel riskante derivaten bij universiteiten en scholen. In de financiële sector, die decennia ervaring heeft met externe controles, spreken critici van zelfrijzend bakmeel.

De trend naar intensiever toezicht is echter niet te rijmen met de regelmatige politieke bezweringen dat regeldruk moet worden verminderd en het vertrouwen in professionaliteit vermeerderd. Om het voorwoord van het jongste regeerakkoord te citeren: „Niet toegeven aan de reflex om op elk incident te reageren met nieuwe regelgeving.” Dat moet het kabinet ook dóén.

De tweede trend is dat toezichthouders zelf worden onderzocht, zoals De Nederlandsche Bank in het faillissement van DSB Bank (2009). Dat had gevolgen voor de directie en de organisatie van het bankentoezicht.

Oud-minister Sorgdrager doet in haar rapport over de IGZ nu aanbevelingen die hout snijden, zoals snellere klachtenafhandeling en betere ordening, opdat de zwaarste klachten ook het zwaarst wegen. Tegelijkertijd liggen de adviezen zo voor de hand, dat het moeite kost om te begrijpen waarom ze niet eerder zijn uitgevoerd.

Haar rapport illustreert dat toezichthouders in verschillende branches het nodige van elkaar kunnen leren.

Eén algemene les is: toezicht moet onafhankelijk zijn. Een onafhankelijke inspectie kan met betere communicatie en concrete omschrijving van klachtencriteria wél aansluiten op de verwachtingen van burgers.