Terug in de rij voor de gaarkeuken

Honger maakt een comeback. Op het IDFA levert nieuwe armoede leerzame, en soms zelfs goede films op.

Niet elke documentaire op het IDFA is kunstzinnig. A Place at the Table van Kristi Jacobson (VS) is een rechttoe rechtaan film van reportagebeelden met af en toe een deskundige als pratend hoofd in beeld. Maar de film doet wat hij moet doen: een verbazingwekkend probleem in beeld brengen.

In de Verenigde Staten, op papier het rijkste land ter wereld, weten elke dag ongeveer 49 miljoen mensen niet waar ze hun volgende maaltijd vandaan moeten halen. ‘Food insecurity’ heet dat – zeg maar gerust ‘honger’.

Nog niet zo heel lang geleden kon je honger als probleem toch vooral gelijkstellen met de afwezigheid van voedsel, in Afrika bijvoorbeeld. In de VS is echter voedsel genoeg. De honger hangt hier samen met de groeiende groep Amerikanen die geen geld hebben voor voedsel. Doordat ze werkeloos zijn geworden, of omdat ze te weinig verdienen: in 85 procent van de gezinnen die met food insecurity te maken hebben, heeft een der gezinsleden wel degelijk een betaalde baan.

Op het moment dat ook in Nederland de verzorgingsstaat in hardvochtige richting wordt omgebogen, is het interessant te zien hoe de Amerikaanse situatie is gegroeid. De uit de jaren zeventig daterende sociale- en armenvoorzieningen van staatswege zijn voortdurend afgeslankt en verschraald, vanuit de gedachte van persoonlijke verantwoordelijkheid. En de gedachte dat armoede zonder kosten voor de staat net zo goed door particuliere liefdadigheid kan worden bestreden.

Dat gebeurt ook: er komen steeds meer voedselbanken en soepkeukens. En het zijn allang niet meer alleen de zwervers en anderen in de marge van de samenleving die in de rij staan voor een gratis maaltijd of een plastic zakje met chips en ander eetbaars. Het uit de jaren dertig bekende beeld van de keurige meneer in pak die aan de grond zit, is helemaal terug.

Deze situatie komt ook neer op een soort sociaal-darwinisme. De zwakken verzwakken namelijk steeds verder, door een gebrek aan calorieën en een overmaat aan verkeerd voedsel, want in de VS is processed food goedkoper dan bijvoorbeeld verse groenten en fruit. Het lijkt maar een kwestie van tijd voordat deze situatie zich vertaalt in een dalende levensverwachting.

Er is betrekkelijk veel armoede te zien op het IDFA, want het festival is partner in het internationale project Why Poverty?, dat beoogt de wereld tot nadenken te stemmen. Dat levert menige leerzame maar niet zo heel interessante film op, maar ook af en toe een prachtige documentaire. Zoals Rafea: Solar Mama van Mona Eldaief en Jehane Noujaim, die ook aan de competitie voor lange documentaire deelneemt.

Rafea is een bedoeïenenvrouw uit Jordanië die in het kader van een ontwikkelingsproject een beurs krijgt om in India zonne-energie te bestuderen. Daar kan dan haar hele dorp van profiteren. Haar man is echter faliekant tegen Rafea’s vertoon van zelfstandigheid. De echtelijke ruzies, waaraan al gauw het hele dorp deelneemt, zijn bepaald onvergetelijk.

Erg origineel is Poor Us – An Animated History of Poverty van Ben Lewis, een animatiefilm over de geschiedenis van de omgang met armoede in verschillende culturen, met commentaar van deskundigen.