Kapla-oprichter Tom van der Bruggen: „Ik verkoop het meest in Frankrijk, maar qua hoofd van de bevolking in Nederland. Ik denk dat het Nederlandse publiek vorig jaar ongeveer 5 miljoen euro heeft besteed aan Kapla. Dat is toch ongelofelijk.”

Foto Lars van den Brink

‘Ik ben gewoon heel goed’

Kapla Tom van der Bruggen, de man achter de houten speelgoedplankjes, schat dat het Nederlandse publiek vorig jaar zo’n 5 miljoen euro heeft uitgegeven aan Kapla. „Dat is toch ongelofelijk.”

Het is niet zozeer uit liefde voor kinderen, dat Tom van der Bruggen (72) zijn leven lang met blokken speelt. „Ik ben zelf nog een kind”, verklaart hij. „Ik speel graag.”

Dat blijkt ook uit het gesprek. Van der Bruggen heeft weinig zin om serieus over de zakelijke kant van zijn leven te praten. In de jaren tachtig, toen hij in Frankrijk een kasteelruïne opknapte en een maquette moest maken, ontwierp hij grenenhouten plankjes, die hij onder de merknaam Kapla (van KAbouterPLAnkjes) op de markt bracht als speelgoed. Vorig jaar vierde Kapla zijn dertigjarig bestaan, met een recordomzet van zo’n 9 miljoen euro, en verkocht het 120 miljoen plankjes in meer dan 25 landen.

Liever dan te praten over marketing en bedrijfsvoering, of de speelgoedindustrie, laat Van der Bruggen foto’s zien. Bijvoorbeeld van zijn „prachtige, lieve, geniale” biografe. Van een Kaplafeest in zijn Franse kasteel, met mannequins gekleed in jurken van houten plankjes. Van zijn eigen klassieke muziekfestival. Van zijn nieuwe jacht in Palma. Van zijn tot cabrio omgebouwde Rolls-Royce. Van metershoge Kaplabouwsels. Van een nog ongeopend museum over zijn speelgoed in Nice.

Van der Bruggen verruilde Leiden in 1970 al voor Frankrijk, maar komt nog wel eens in Nederland, voor familiebezoek. Hij kan zich hier „wild ergeren” aan hoe de meeste mensen Nederlands spreken. „Zo plat.” Zelf spreekt hij geaffecteerd.

Tegenwoordig woont hij niet meer op een Frans kasteel, maar in Monaco. Daar ontwierp hij een tweede soort speelgoed, TomTecT, van houten plankjes in verschillende maten, met verbindingsstukken. En nu knutselt hij er aan een derde: K’Tom – houten poppenhuizen.

Heeft u daar genoeg expertise voor? U studeerde geen bouwkunde.

„Ja. Ik ben gewoon heel goed. Ik heb een kasteel gebouwd met mijn eigen handen. En ik heb ook wel een boek over architectuur dat ik veel opensla. Maar ik kan de computer niet aan of uitzetten. E-mails worden voor mij afgedrukt. Ik ben er wars van. Ik ben een raar iemand. Ik draaide toen ik dertien jaar oud was geen rock-’n-roll, maar Bach. Ik ben een geboren nostalgicus.” Hij imiteert zachtjes Marlene Dietrich.

Wat is het geheim van Kapla? Een speciale verhouding, als de gulden snede?

„Dat is heel moeilijk uit te leggen. Maar het is 1 staat tot 3 staat tot 15.”

Zit er een antroposofische of filosofische gedachte achter?

„Ja. Hoe moet ik het zeggen? Als ik denk dat het goed is, dan is het goed. Wat dat betreft ben ik bijna dictatoriaal.”

Op uw website staat: ‘al bouwende, bouwt men aan zichzelf’. Kunt u dat uitleggen?

„Dat is zo. Je komt al bouwende achter zoveel dingen, vooral bij Kapla. Omdat het bij een foute constructie instort. En je het dan beter moet maken.”

Wat leert een kind daarvan?

„Het leert doorzetten. Het leert geduld, concentratie en fijne motoriek.”

Maar u heeft het oorspronkelijk niet bedacht voor kinderen, maar voor uzelf.

„Ja, ik vond het zelf heel leuk. Ik dacht wel dat het kinderen ook zou bevallen. Ik had alleen niet verwacht dat het zo lang zou duren voor de commercie dat doorhad. Dat duurde wel een jaar of zes. Dat komt omdat een kind direct met zijn handen in de planken gaat, en meteen begrijpt hoe leuk het is, en een volwassene eerst gaat nadenken. Die snapt het niet. Dus ik had eerst de kinderen mee. En dan moeten de ouders ook mee. En het onderwijs ging snel mee, toen de kranten en de televisie. En toen kwam de handel ook.

„Maar dertig jaar geleden werd ik bij Galeries Lafayette naar buiten gestuurd door de inkoopster. Die zei: ‘Meneer, onbewerkt hout … Het Franse kind speelt al dertig jaar niet meer met hout. Gaat u dat maar verkopen aan de kleine Zwitsers en Duitsers.’ Nadien hebben ze heel veel ingekocht.” Hij lacht.

Mensen in mijn omgeving vinden Kapla duur. Een basisdoos met 200 plankjes kost 37 euro. Is Kapla speelgoed voor de elite?

„Het is niet elitair als zodanig. Maar het past wel in het milieu van ouders die denken aan de toekomst en de opleiding van hun kind, dat wel. In Zuid-Amerika en Afrika verkopen we bijna niks. Japan is fantastisch, daar ben ik beroemder dan hier. De dochter van de keizer heeft op televisie met Kapla gespeeld, dus dan ben je meteen heilig verklaard.”

Maakt u grote marges op de plankjes?

„Je moet het zo zien. Als de klant 40 euro betaalt, betaalt de winkel 20 euro. En de importeur betaalt er 13. Dus wij krijgen dat geld niet.”

Het heeft u geen windeieren gelegd.

„Nee, ik ben heel tevreden. Ik ben tevreden geboren.”

Hoe komt dat zo?

„Ik had een moeder uit duizenden, dus tja.”

Maakt een moeder alles uit?

„Ik denk het wel.”

Hoe was uw moeder dan?

„Ze had van nature haar artisticiteit, haar energie, haar goede humeur, maar toch ook een sterke persoonlijkheid. En ik was natuurlijk een nakomertje, acht dagen na het einde van de oorlog geboren. En mijn moeder was al bijna 39. Dus haar Tommie … tja, dat was natuurlijk alles.

„Ik ben uiteindelijk wel relatief streng opgevoed. Als we iemand ontmoetten, gingen we altijd staan. Maar er was heel veel liefde. En vertrouwen. Ik was een slechte leerling op school, maar mijn moeder dacht dat het met mij wel goed zou komen.”

Heeft ze uw succes nog meegemaakt?

„Ja. Maar mijn vader is gestorven toen ik 23 was. Toen was ik op school een beetje mislukt. En toen op de toneelschool in Wenen ook nog eens mislukt. Maar toen ben ik antiquair geworden, en antiek was een hobby van mijn vader. Dus hij is nog drie jaar met me meegegaan naar veilingen enzo. Mijn moeder is 96 geworden. Dus die heeft meegemaakt dat ik een grote carrière gemaakt heb.”

U zei eens dat u nooit aan reclame hebt hoeven doen. Maar u geeft interviews en er komt een biografie en een museum. Dat kun je ijdelheid noemen, maar ook slimme marketing.

„Dat boek moest er een keer van komen.”

Hoe is uw bedrijf ingericht? Als klassiek familiebedrijf?

„Ja, ik ben eigenaar, en de baas.”

En als u onverhoopt onder de tram loopt?

„Dan loopt het bedrijf, denk ik, wel door. Mijn zoon heeft de dagelijkse leiding in Bordeaux, over de verkoop van Kapla. Hij is minder creatief, maar hij is misschien psychologisch wel slimmer dan ik. Hij heeft mensen sneller in de gaten. En mijn persoon speelt wel een rol in de communicatie, op televisie enzo. Maar of dat voor dat kind nou een rol speelt, dat geloof ik eigenlijk niet.

„Daarnaast werken er nog zo’n 250 mensen voor me. We hebben 40-50 mensen bij het animatiecentrum in Parijs, die geven ook les op scholen, 20-25 man in een houtfabriek in Bordeaux en 170 man in twee fabrieken in Tanger, Marokko. We hebben nog een team van een man of tien die de verkoop doet. En dan zijn er in andere landen ook nog een paar mensen. In Japan een paar, drie mensen in de Verenigde Staten, enzovoorts.”

Hoe gaat het met het bedrijf?

„We hebben vorig jaar alle records gebroken. We lopen tegen de 9 miljoen euro omzet. Dat is best goed voor een plankje. Maar het is vreemd gegaan. Eind augustus zaten we op min 20 procent en dachten we: oei.

„Maar Nederland heeft ons uiteindelijk gered. Nederland is zo’n fantastisch land voor Kapla. Nederland heeft ook goede speelgoedwinkels, die adviseren, met veel hout. Ik verkoop het meest in Frankrijk, maar qua hoofd van de bevolking in Nederland. Ik denk dat het Nederlandse publiek vorig jaar ongeveer 5 miljoen euro heeft besteed aan Kapla. Dat is toch ongelofelijk.”

Woont u in Monaco vanwege de belastingen?

„Hoe moet ik het zeggen? Dat is niet alleen vanwege de belastingen. Maar dat is fantastisch natuurlijk. Ik vind Monaco sowieso een fantastisch land, een voorbeeld voor de wereld. Ik ben niet zo enthousiast over de bouwpolitiek, want op elke vierkante meter wordt gebouwd. Maar de efficiëntie in bestuur… Ik zal een klein voorbeeld geven. Ik heb een groot schip gekocht, een oud schip van de prins van Monaco. En ik wil dat schip verhuren. Daarvoor heb ik toestemming nodig. En ik kom bij de hoofdinspecteur op de stoel – je krijgt daar altijd direct een stoel – en het eerste wat die hoofdinspecteur zegt is: ‘Daarvoor moet u wel een schriftelijke aanvraag indienen. Wacht, dat doe ik wel even voor u, dan kunt u hier tekenen en is het geregeld.’ Dat is Monaco. Daar hoef je in Nederland of Frankrijk niet mee aan te komen.

„De houding van politie en ambtenaren is fantastisch. Je koopt een auto in Frankrijk of België. Je stapt een kantoor binnen en zonder iets in te vullen kun je je vrijstelling van btw regelen.”

Maar het is geen kasteel in Frankrijk.

„Nee, ik heb er niet zoveel ruimte, omdat het zo peperduur is. Maar ik kan de zee en Italië zien liggen vanaf mijn terras.”

Zou u niet toch liever in uw kasteel zitten? Kasteelheer zijn is uw grote droom, zei u.

„Ja, maar hoor eens, als ik belasting moet betalen, dan kan ik direct mijn boot verkopen [de Moonbeam IV, uit 1914, had bij de verkoop vorig jaar een vraagprijs van 2,5 miljoen euro, red.].”

Maar dan komt het ten goede aan de gemeenschap.

„Dat zegt u wel, maar ik vind dat staten, op Monaco na, belastinggeld niet goed uitgeven. Frankrijk heeft drieduizend commissies. Sommigen leden krijgen een maandsalaris en vergaderen eens in de drie jaar. Er is zoveel scheefgegroeid in al die landen.”

U begon met niks. Leefde jarenlang zonder elektriciteit toen u met uw blote handen die kasteelruïne aanpakte. Heeft de rijkdom u veranderd?

„Ik denk dat het wel meevalt. U ziet mijn diplomatenkoffer.” Hij wijst op zijn plastic tas.

„En wacht eens even, heel lang geleden woonde ik, mijn vader was psychiater, ook in een huis met zestien kamers.”

Als u terugkijkt op de afgelopen dertig jaar, wat heeft u goed gedaan en wat minder goed?

„Nou, ik heb denk ik meer goed dan verkeerd gedaan. Maar je doet altijd dingen verkeerd. Ik heb heel leuke zeshoekige wijnkisten gemaakt waarmee je kon bouwen. Nou, je krijgt geen cent voor iets wat wijnkist heet. Dus ik had ze anders moeten noemen. Wat heb ik nog meer niet goed gedaan … Eh.”

Wat adviseert u jonge ondernemers die al een prototype van nieuw speelgoed hebben?

„Houd je marge. En droom niet van te grote omzetten. Want de bank leent je het geld niet. Houd het rustig. Houd je winst goed. Werk rustig aan de communicatie. Zorg dat je, als het kan, spectaculaire dingen doet. Houd het klein. En een beetje luxueus. Je moet niet dromen vanuit je uitvinding. Je moet heel scherp de kwaliteitsfabricage in de gaten houden. Dat is je machtspunt. Niet de handel, niet de klanten, dat is allemaal bewegend. Maar dat jij iets kan maken wat niemand anders kan, dat is de basis. Maar het is moeilijk om door te dringen in de speelgoedwereld. Moeilijker dan toen ik begon. Door het internet.”

Er is nu ook imitatiekapla.

„Ja. Ikea had ik bijna een proces aangedaan. Ze noemden het eerst Stapla. Maar ik heb op de plankjes geen patent. Ook imitatiekapla verkoopt goed. Maar gelukkig maken ze het slecht. Het betekent wel iets minder omzet voor mij, maar wij zijn toch hét merk.”