Strijd om de beste nieuwsradio

BNR Nieuwsradio en Radio 1 zijn concurrenten in nieuwsradio. Publiek versus commercieel, breed versus niche. De twee chefs in gesprek.

Nederland, Amsterdam, 14 november 2012 Laurens Borst (radio 1) en Paul van Gessel (BNR) (r) Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Radio is al zeven keer doodverklaard, zegt Paul van Gessel. „Maar de luistertijd stijgt, net als het aantal mensen dat luistert. Jongeren zelfs via YouTube.”

Van Gessel is hoofdredacteur van BNR Nieuwsradio. Hij heeft een heilig geloof in de radio. Net als zijn concurrent Laurens Borst, zendermanager van Radio 1. Zij zijn de belangrijkste mannen van de Nederlandse radio. De nieuwsradio, althans.

Borst leidt Radio 1, de grootste nieuwszender van het land, waarnaar 2,5 miljoen mensen ten minste eenmaal per week luisteren. Hij is de politicus: als samensteller van het zendschema moet hij de belangen van alle omroepen afwegen.

Van Gessel is de baas van de commerciële concurrent met wekelijks 300.000 luisteraars. Hij is de koopman: BNR laat veel programma’s sponsoren en verdient zo geld op het grensvlak van commercie en redactionele onafhankelijkheid. Met succes. Volgens Van Gessel wordt 2012 het eerste jaar dat BNR meer bijdraagt aan het resultaat van de FD Mediagroep dan Het Financieele Dagblad – deels door een voorziening die de krant neemt voor een reorganisatie.

Borst en Van Gessel ontmoetten elkaar vorige week woensdag in restaurant Dauphine in Amsterdam, naast de studio’s van BNR. De aanleiding: Van Gessel vertrekt in februari, na zes jaar BNR. Hij wordt de baas van regionale omroep RTV N-H/AT5. Ook een aanleiding, maar toen nog niet bekend: Radio 1 won donderdag de Marconi Award voor beste radiozender. Vorig jaar won BNR.

Beiden werkten voor kranten en tv, maar radio is het „geweldigste”. Snel en direct, zegt Borst. „Minder rompslomp dan tv, betrouwbaarder dan internet. Bovendien voegt de presentator iets toe. Het medium radio wordt gezien als vriend.”

Borst en Van Gessel zeggen dat ze blij zijn met elkaars concurrentie. De tweestrijd is niet helemaal gelijkwaardig: Radio 1 heeft een budget van 38 miljoen euro per jaar (de helft voor de NOS, de rest voor de overige omroepen), vier keer zo hoog als dat van BNR. Maar als Borst tv kijkt, houdt hij altijd scherp in de gaten welke plopbollen [kappen met logo’s op microfoons] een geïnterviewde politicus onder de neus krijgt. „Ha, denk ik dan, BNR is er niet bij.”

U bent inderdaad niet overal bij.

Van Gessel: „Dat is een bewuste keuze. BNR heeft twee mensen in Den Haag, de NOS veel meer. Wij moeten scherp kiezen, schakelen gemakkelijker over op duiding vanuit de studio. Dat is ook een risico. Bij het Catshuis-overleg hadden wij niet iemand dagenlang voor de ingang staan. Toen het klapte, duurde het een half uur voordat we daar waren. Maar het heeft geen zin voor het hek te posten als Rutte alleen ‘radiostilte’ zegt.”

Borst: „Daar ben ik het niet mee eens. Ik heb een enorme bewondering voor wat Paul doet met bescheiden middelen, maar ik vind dat wij overal bij moeten zijn. Snel het nieuws brengen. Dat is radio. En dat is natuurlijk ook het voordeel van een grote redactie. Wij kunnen andere dingen doen: meer onderzoeksjournalistiek, documentaires.”

Hoe verschillen uw zenders?

Van Gessel: „BNR besteedt veel meer aandacht aan economie dan Radio 1. En weinig aan sport en cultuur. Wij moeten keuzes maken. Hard koersen op een eenduidige doelgroep. Als Laurens zegt dat hij zowel Telegraaf-lezers als NRC- en Volkskrant-lezers wil benaderen, heb ik grote twijfels. Dat is niet echt mogelijk.”

Borst: „Het is onze taak een breed publiek te bereiken. Nu hebben we een marktaandeel tussen 7 en 8 procent. Als we ons alleen richten op Telegraaf- of NRC-lezers, houden we niet meer over dan 5 of 6 procent.”

Van Gessel: „Het is een verschil van denken. Wij maken hier niks wat commercieel niet rendeert. Niches in de media zijn de toekomst. De publieke omroep is anders. Van iedereen voor iedereen, gebruiken jullie die slogan nog? Onbruikbaar! Dat kan je niet waarmaken.”

Borst: „Voor mij is het credo: jong en oud; links en rechts. Radio 1 is voor iedereen die van nieuws houdt. De gemiddelde leeftijd? De Radio 1-luisteraar is 59 jaar.”

Van Gessel: „Bij BNR is 75 procent van de luisteraars jonger dan zestig. Er luisteren vrij veel dertigers en veertigers.”

Wat vindt u van Radio 1?

Van Gessel: „Radio 1 ontbeert samenhang, één hoofdredactie. Dat hadden ze tijdens de Sportzomer [afgelopen zomer maakte Radio 1 een dagelijks programma met nieuws en sport tijdens het EK voetbal, Tour, Olympische Spelen]. Iedereen vond het een succes, het marktaandeel steeg, de radio floreerde. En dan gaan ze er niet mee door!”

Borst: „Ik begrijp heel goed wat Paul zegt. Anderhalf jaar geleden heb ik al een voorstel gedaan voor meer samenwerking. Maar dat plan heeft het niet gehaald bij de omroepdirecteuren. De meeste makers waren enthousiast, maar de directies vonden het een bezwaar dat hun omroepen zich minder goed zouden kunnen profileren. We moeten ook leden hebben, zeiden ze dan.”

Van Gessel: „Is leden werven dan je belangrijkste doel? Het is een systeemprobleem. Je moet de revolutie afdwingen. Waarom geef je Omroep MAX niet Radio 5? Die heeft al een oudere doelgroep. Noem het Radio MAX. BNN krijgt 3FM. Enzovoort.”

Die revolutie komt er mogelijk nu Rutte II nog eens 100 miljoen euro bezuinigt op de omroep. Zo dwingt Den Haag een publieke omroep af die alleen doet wat commerciële media laten liggen.

Borst: „Dan bereik je slechts een bepaald deel van de bevolking. Dat vind ik geen goede zaak. De publieke omroep hoort breed te zijn.”

Van Gessel: „Hilversum klaagt vaak dat Den Haag geen visie heeft op de publieke omroep. Maar je moet zelf met een plan komen. Dat er nu iets gaat veranderen in Hilversum, illustreert dat druk goed is.”

Borst: „Dat is makkelijk praten voor mensen zoals jij die de publieke omroep verketteren. De bezuinigingen zijn een kaalslag. Radio 1 zal het met minder mensen moeten doen.”

Van Gessel: „Ik verketter de omroep niet. Ik vind alleen dat ze kan indikken. Snoeien en daarna opbouwen. Je moet keuzes maken. Niet met minder mensen een slecht Journaal maken, maar beslissen wat je wel en niet langer wilt doen.”

BNR moet dat als kleine zender tot in het extreme doen. Voor franje is geen geld. En dat gaat goed, u maakt winst?

Van Gessel: „Ja, wij maken winst. Maar allereerst willen we een factor van betekenis zijn in de samenleving. Dat doen we in een commerciële omgeving dus moet je winst maken om te overleven.”

Sponsoring is onder uw leiding een belangrijke bron geworden.

Van Gessel: „Zonder sponsors bestaat BNR niet. De verhouding tussen traditionele advertenties en sponsorgeld is nu 70-30. Toen ik hier kwam, was dat 96-4. Als je denkt dat je met gewone spotjes een station draaiende kan houden, leef je nog in 2005. Het vereist een nieuwe manier van denken. Hoe het kan, zie je bijvoorbeeld bij Zaken doen met: we trekken door Nederland langs interessante bedrijven.”

Borst: „Dat vind ik jullie minste programma. Als ik daar naar luister, heb ik direct het gevoel naar gesponsorde informatie te luisteren.”

Van Gessel: „De commercie heeft nul procent invloed op de programma’s. Ze bepalen niet de gasten aan tafel. Sponsors vroegen in het begin: mag onze CEO nu een column? Nee dus. Jullie zijn een verzekeraar, wij een nieuwszender. De sponsor zit op de bagagedrager, niet aan het stuur. De perceptie is vaak: het zal wel gekochte content zijn. Wij hebben last van het Harry Mens-effect.”

BNR heeft een marktaandeel van 1 procent. Is dat het maximale?

Van Gessel: „Als wij meer stijgen, wordt de doelgroep onduidelijk. Wij floreren in onze niche van ondernemende mensen.”

Borst: „Zit je klem in je niche?”

Van Gessel: „Nee, het is prettig om vanuit een heldere doelgroep te werken. Dat leidt tot een beter presenterende nieuwszender.”