Schrijven over Israël? Je doet het nooit goed

Een tv-team op een heuvel die uitkijkt op de Gazastrook, vanuit de Israëlische stad Sderot. Foto AP / Lefteris Pitarakis

Sinds vorige week is het weer helemaal mis tussen Israël en Hamas. En in die strijd ruziet de wereld mee. Correspondenten trekken altijd de andere partij voor, is vaak het commentaar. Het is eigenlijk nooit goed.

Terwijl correspondent Leonie van Nierop in Gaza voor nrc.next, NRC Handelsblad en nrc.nl over bombardementen schrijft, is ook hier, op de redactie, goed te merken dat het geweld rond de Gazastrook is opgelaaid. Al dagen regent het (weer) reacties van lezers, soms met lof voor de berichtgeving, maar meestal met felle kritiek. Er is geen onderwerp, zegt buitenlandchef René Moerland, dat met zoveel emoties is omgeven als het Palestijns-Israëlisch conflict. “Zelfs op hele korte berichten komen nog reacties.”

Woorden tellen? Of is dat krampachtig?

Hoe behoud je als krant een neutrale blik op een conflict dat alleen maar voor- en tegenstanders lijkt te kennen? Moet je gaan rekenen: de Palestijnen krijgen zoveel woorden in de krant, dus de Israëliërs ook? Of is dat juist weer krampachtig? En hoe blijf je als journalist geïnspireerd als het conflict dat je beschrijft al jaren wordt getekend door stilstand?

Oscar Garschagen was tussen 2003 en 2007 NRC-correspondent in Israël en had het “voor geen goud” willen missen.

“Ik heb er veel geleerd, over religie en vooral de onverdraagzaamheid daarvan. Niet alleen de Palestijnen en Israëliërs radicaliseerden in die tijd, ikzelf ook: ik ben totaal anti-religieus geworden.”

Toch was hij wel opgelucht toen hij de overstap maakte naar zijn huidige standplaats: Beijing. “Het repetitieve begon me tegen te staan. De situatie daar is totaal uitzichtloos. Het is een honderd jaar oud conflict, op een gegeven moment wordt het gewoon steeds moeilijker om daar nog een originele draai aan te geven.”

Correspondenten al snel opgezogen door het conflict

Het is een probleem waar veel correspondenten in de regio tegenaan lopen. “De helft is na een jaar alweer weg”, zegt Guus Valk, correspondent in Israël van 2008 tot 2011 en tegenwoordig in de Verenigde Staten.

“Ze komen aan met het idee dat ze leuke verhalen gaan maken over het uitgaansleven in Tel Aviv of over seculiere Palestijnen, maar worden al snel helemaal opgezogen door het conflict.”

Valk zocht vooral inspiratie in ‘kleine’ verhalen: wat doet het conflict met mensen? Wat doet de uitzichtloosheid in Gaza met de Palestijnse psyche? En hoe voelt het als je, als Israëliër, weet dat je aan alle kanten omringd bent door landen die niet bepaald het beste met je voor hebben? De politieke aspecten van het conflict – slaagt het vredesproces of toch niet? – vond hij minder interessant. “Omdat grote stappen nooit groot bleken te zijn.”

Pro-Israël, pro-Hamas… ze zijn voor alles uitgemaakt

Zoals elke correspondent in Israël kregen ook Garschagen en Valk hun portie aan lezersbrieven. Pro-Israël, pro-Hamas – ze zijn voor van alles uitgemaakt. “Je doet het eigenlijk nooit goed”, zegt Garschagen. Valk benadrukt dat hij behalve de brieven met doodsbedreigingen en nazi-vergelijkingen ook veel redelijke brieven kreeg. “De hardste schreeuwers kun je niet overtuigen, hun brieven beantwoordde ik dan ook niet. Die van de rest wel gewoon.”

Zowel Garschagen als Valk zegt dat de vele boze brieven er nooit toe hebben geleid dat ze anders over het conflict zijn gaan schrijven. Garschagen: “Ik verbaasde me hooguit over de heftigheid van sommige brieven.” Maar Garschagen besloot wel de confrontatie aan te gaan met de brievenschrijvers. In 2006 organiseerde hij in Amsterdam “een ontmoeting met dertig van de scherpste critici”. Dat directe contact haalde de ergste kou uit de lucht.

Ook nu klimmen lezers in de pen om de redactie ertoe te bewegen vooral hún perspectief op het offensief in Gaza weer te geven. “De krant is voor de meest betrokken lezers deel van het slagveld”, zegt buitenlandchef Moerland. Lezers sturen filmpjes van de persconferentie van Netanyahu, zodat we zijn kant van het verhaal niet vergeten. Andere lezers sturen weer exposés over het leed van de Palestijnen.

“Zo’n sterke betrokkenheid zie je maar bij weinig onderwerpen. Achter de richting van een raket op een foto wordt door een enkele lezer al een politieke stellingname van de krant gezocht.”

Een ‘terrorist’ of een ‘vrijheidsstrijder’

Het strijdtoneel breidt zich zelfs uit naar de taal. Een ‘terrorist’ voor de een heet in het vocabulaire van de ander een vrijheidsstrijder. Schrijven we over anti-zionisme of anti-semitisme? “Ons uitgangspunt is zo feitelijk mogelijk te blijven”, zegt Moerland.

“We schrijven dat Hamas op de terreurlijst van de Europese Unie staat, maar dat belet ons niet Hamas te benoemen als de organisatie die Gaza gewoon bestuurt.”

Elke briefschrijver krijgt antwoord van de buitenlandredactie. Moerland:

“We leggen uit hoe wij werken. Verhitte reacties hebben geen invloed op onze journalistieke afwegingen: we behandelen elke partij kritisch. We dringen de lezer geen mening op, maar we weten heel goed dat onze berichtgeving bijdraagt aan debat. En dat willen we ook.”

Meer Palestijnse dan Israëlische bronnen: vertekend beeld?

Zowel de Volkskrant, NRC Handelsblad als De Telegraaf berichtten in het verleden onvolledig en soms eenzijdig over het Israëlisch-Palestijnse conflict, betoogde onderzoeksbureau Nieuwsmonitor vorig jaar. Het analyseerde alle artikelen die in een aantal periodes in de kranten zijn verschenen. Bij de Gaza-oorlog in 2008 kwamen in NRC Handelsblad meer Palestijnse dan Israëlische bronnen aan het woord. Dat zou een vertekend beeld hebben opgeleverd.

Moerland vindt dat “een onderschatting van de journalist en de lezer. Als een partij vaker aan het woord komt, betekent dat nog niet dat de krant partijdig is. Er is ons wel verweten teveel over Geert Wilders te schrijven. Maar we kregen niet vaak het verwijt dat onze berichtgeving pro-Wilders was.” En bovendien turft de krant niet wie de meeste tekst krijgt. “Deze week was Gaza het grootste nieuws. Daar was de actie, daar wil je als krant zijn.”

Valk verhuisde tijdens zijn correspondentschap in Israël naar het dorp Neve Shalom, omdat hij in Tel Aviv nooit ook maar één Palestijn zag. In Neve Shalom leefden Palestijnen vreedzaam naast Israëliërs, een situatie die zo uniek was dat er zelfs toeristen voor langskwamen. Zijn verblijf in het dorp heeft Valk niet optimistischer gemaakt over de toekomst. Integendeel:

“Ik besefte daar dat het dorp een uitzondering is en dus niets over de rest van het land zegt. Dat maakt je eerder droevig.”

Dit artikel verscheen vanmorgen in nrc.next.