Scheelt epo 34 seconden?

Sergej Lisin, wie kende hem niet? De 33-jarige Rus werd eind oktober in Kolomna out of the blue nationaal kampioen op de tien kilometer, in een nette tijd van 13.23,57. Een verbetering van zijn persoonlijk record met liefst 34 seconden, plaatsing voor de wereldbekerwedstrijd begin december in Astana. Een grote stap op weg naar Sotsji 2014 en eeuwige roem.

Maar dan zaterdag het bericht dat Lisin na zijn recordrace was betrapt op het verboden wondermiddel epo. Groot nieuws, zoals de wielerwereld nu wordt ontwricht door epogebruik van jaren terug?

Niet in het schaatsen. Lisin is „een geïsoleerd geval”, stelt Harm Kuipers van de medische commissie van de internationale schaatsbond ISU. „Dit maakt niet uit”, reageerde de Russische bondscoach Kosta Poltavets op schaatsen.nl.

Epo en schaatsen horen blijkbaar niet bij elkaar. Al verschenen in Noorwegen recent weer berichten over Johann Olav Koss, die gezien zou zijn bij de Italiaanse professor Conconi, leermeester van Armstrongs preperatore Ferrari. Al werd in 2001 de Rus Dmitrij Sjepel, een jaar eerder Europees kampioen, voor twee weken uitgesloten wegens een te hoge hematocrietwaarde. Al bleek uit de zaak-Pechstein dat meerdere schaatsers afwijkende bloedwaarden hadden en dat de ISU bereid was tot stilzwijgen. En al lijkt Lisin bewezen te hebben dat je van epo wel degelijk harder gaat schaatsen. (MS)