Pool wilde bomaanslag à la Breivik

In Polen is een radicale nationalist gearresteerd die met een bomaanslag op het parlement de president, premier en veel vooraanstaande politici wilde vermoorden.

De arrestatie vloeit voort uit onderzoek naar de contacten in Polen van de Noorse massamoordenaar Anders Breivik. Vorig jaar zomer pleegde Breivik een bomaanslag op regeringsgebouwen in Oslo. Een deel van de chemicaliën die hij daarbij gebruikte, had hij in Polen gekocht.

Zo kwamen de Poolse autoriteiten op het spoor van een 45-jarige docent en onderzoeker aan de landbouwuniversiteit in Krakau. De man, wiens naam niet bekend is gemaakt, is op 9 november gearresteerd, zo werd gisteren bekendgemaakt.

Volgens openbare aanklager Mariusz Krason had hij al proeven gedaan met explosieven. Hij was van plan een vier ton zware bom in een auto bij het parlementsgebouw te zetten en die van afstand tot ontploffing te brengen – precies zoals Breivik deed voordat hij op het eiland Utøya 69 mensen doodschoot. In Oslo vielen acht doden.

De man vertelde dat hij was gedreven door „nationalistische, anti-semitische en xenofobe motieven”, zei Krason. „Hij geloofde dat het land de verkeerde kant op ging, beschreef de mensen die Polen besturen als buitenlanders en zei dat ze geen echte Polen zijn.”

De man had op de universiteit toegang tot materialen om explosieven te maken en had daar ook de kennis voor. Bij hem thuis vond de politie ook pistolen en munitie. Die waren gekocht in Polen en België.

Er is vooralsnog geen direct contact met Breivik vastgesteld. Maar volgens premier Tusk „verborg hij zijn fascinatie voor Breivik niet”.

In Polen wordt met toenemende regelmaat gewaarschuwd voor rechts-extremisme. De plannen voor een bom zijn „een nieuwe en dramatische ervaring”, zei Tusk. „Dit zou een waarschuwing moeten zijn.”

In het publieke debat vallen vaak harde woorden van critici die zeggen dat het land onder druk van buiten zijn katholieke en Pools-nationalis-tische wortels afzweert. De plannen voor een bomaanslag laten zien „dat het de hoogste tijd is de taal van geweld en haat in het publieke debat te verlaten”, zei Tusk. (Reuters, AP)