Na de meisjes

Een nationale DNA-databank was vanaf het begin een soort gedroomd eindpunt. Binnen het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), waar ik elf jaar geleden een week meeliep voor deze krant, noemde iedereen „de meisjes”: Marianne, Nienke, Anne, Yasmina, Maartje, Andrea, Sybine, allemaal vermoord, allemaal het fanatisme in zelfs de koelste DNA-techneuten bovenbrengend. Iedere sprong vooruit in de Nederlandse DNA-wetgeving hing met hen samen.

Maar daadwerkelijk een nationale DNA-bank vullen? Binnen het NFI vreesden sommigen toen al dat dit te veel ruis zou geven in het onderzoek. Zoals Richard Eikelenboom, toch de meest bevlogen onderzoeker op de afdeling DNA, en leider van het team cold cases. Sommige gesprekken vergeet je niet – zoals toen Richard na werktijd in een café vertelde hoe het nou echt was, wat hij deed. Als ergens een dood kind werd gevonden, moest hij er onmiddellijk heen. Hoe hij dan vier, vijf uur lang over zo’n lijkje gebogen zat om DNA van een mogelijke dader te vinden. „Een lichaam afpoetsen”, heette dat. Afstand houden leek onmogelijk, want om DNA-sporen te vinden moet je je juist inleven: waar kan een kind zijn aangeraakt of besmeurd?

Richard vertelde hoe hij thuis door bleef malen, piekerend over huidcellen en wurgkoordjes. Zijn toenmalige chef vond dat hij wel een psycholoog kon gebruiken, maar die kwam er niet.

Die bezetenheid maakte van Richard Eikelenboom een soort Johan Cruijff van het DNA-sporenonderzoek, zegt iemand die hem goed kent – briljant, maar lastig. Het NFI waarschuwde hem: Richard was te extreem, overschreed gemakkelijk grenzen van DNA-regels – soms met medewerking van een rechter-commissaris. Bij de Schiedammer Parkmoord is hem tunnelvisie verweten, ofschoon hij openlijk waarschuwde dat er iets niet klopte. Hij is met ruzie bij het NFI vertrokken.

Richard is nu 45 en getrouwd met Selma (57), een felle forensisch arts. Ze verhuisden naar Colorado: een enorm, eenzaam huis op een bergtop van 3.000 meter hoog. We spraken aan de telefoon, zij reden net naar Boulder, Selma riep dingen tussendoor en de honden blaften.

Ze hebben nu dus hun eigen bedrijf: ‘Independent Forensic Services’, met vestigingen in Denver en Hulshorst. Toen zij een bekende Amerikaanse moordzaak oplosten – en de ten onrechte veroordeelde vrijkwam – noemde de New York Post hen „a Dutch Nick & Nora”, naar het crimefightersduo uit de films.

Maar in Nederland lukt het Richard Eikelenboom niet zich te registreren bij het Nederlands Register Gerechtelijke Deskundigen – verplicht om te mogen werken voor het Openbaar Ministerie. Selma is van opvatting dat de lat daar bij iedere poging hoger wordt gelegd om hem buiten de deur te houden. In het register zouden alleen maar NFI-deskundigen staan.

Nee, DNA-onderzoek draait niet meer om de meisjes alleen. Het is big business geworden.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Christiaan Weijts.