Mijnwerkers Zuid-Afrika krijgen het zwaar

Na de acties voor meer loon kunnen mijnwerkers in Zuid-Afrika allesbehalve opgelucht ademhalen. Ontslagen lijken onvermijdelijk.

De mijnwerkers in Zuid-Afrika zijn weer aan het werk – met een hoger maandloon op zak. Afgelopen week werden de laatste stakingen beëindigd. Met 80.000 stakers en 50 doden was dit de grootste en meest gewelddadige arbeidsonrust sinds het eind van de apartheid.

Na acht weken staken zijn ook de mijnwerkers bij Anglo American Platinum (Amplats), de grootste platinaproducent ter wereld, weer onder de grond. Ze kregen een eenmalige bonus van 450 euro, een salarisverhoging van 40 euro per maand en de belofte van de mijn dat er verder wordt onderhandeld over loon; de eis was 1.250 tot 1.600 euro per maand.

Daarmee lijkt de arbeidsonrust in de mijnsector – die in augustus uit de hand liep nadat 34 mijnwerkers door de politie werden doodgeschoten bij de Marikana-platinamijn van Lonmin – vooralsnog ten einde. Na het bloedbad bij Marikana, waar de mijnwerkers uiteindelijk een ruimhartige loonsverhoging van 11 tot 22 procent kregen, sloegen de stakingen van de platinasector over naar de goud-, chroom-, steenkool- en ijzerertssector.

Nu likt de mijnbouwsector zijn wonden. De onrust heeft de sector in totaal 880 miljoen euro gekost. De export daalde in september met 7,7 procent en het vertrouwen van buitenlandse investeerders heeft een flinke deuk opgelopen. Minister van Financiën Pravin Gordhan heeft de economische groei mede als gevolg van de onrust bijgesteld van 2,7 procent naar 2,5 procent.

De industrie is erg belangrijk voor de Zuid-Afrikaanse economie. Het land bezit met 77 procent de grootste platinavoorraden ter wereld, alsook grote hoeveelheden goud, diamanten en steenkool. Hoewel de mijnindustrie niet meer zo groot is als in de jaren zeventig, is de sector nog altijd goed voor 6 procent van het bbp en 60 procent van de export. Het is bovendien een zeer arbeidsintensieve tak, die 523.000 Zuid-Afrikanen aan het werk houdt. Met een werkloosheidscijfer van 28,9 procent zijn deze banen broodnodig.

Hoewel de mijnwerkers zich de winnaars van de staking voelen, kunnen de hogere lonen zich tegen hen keren. De looneisen waren onredelijk en dat gaan we terugzien in baanverlies, meent Vusi Mabena van de Chamber of Mines, een werkgeversorganisatie die een groot aantal mijnen vertegenwoordigt.

De stakingen kwamen op een moment dat de mijnsector al onder druk stond. De goudprijs is hoog, maar Zuid-Afrika wint al zo lang goud dat er inmiddels op vier kilometer diepte moet worden gegraven. Dit brengt zeer hoge kosten met zich mee qua materieel, elektriciteit en salarissen. De stroomprijs is de afgelopen jaren bovendien flink verhoogd en zal nog verder stijgen.

Dit alles zette al druk op de ketel, ook voor de platina-industrie die de afgelopen jaren veel inkomsten heeft verloren door een lagere vraag en lagere prijs – als gevolg van de economische crisis in Europa en de Verenigde Staten. Stijgende loonkosten komen daar nu bovenop en zullen leiden tot lagere winstmarges.

Daarmee valt bij verschillende mijnen het woord herstructureren: het sluiten van schachten en het ontslaan van personeel. Platinabedrijf Lonmin, 28.000 werknemers, liet de vakbonden na de staking weten te gaan herstructureren; onlangs stopte het bedrijf al met een project waar het 1.200 contractarbeiders voor inhuurde. Herstructurering in de goudsector was sowieso al onvermijdelijk, zegt goudanalist bij SGB Securities David Davis. De stakingen kunnen volgens hem een katalysator zijn om dit eerder in gang te zetten.

Op korte termijn worden 12.000 mijnwerkers niet meer aan het werk gezet als direct gevolg van de staking, denkt de Zuid-Afrikaanse arbeidseconoom Loane Sharp, werkzaam bij een bedrijf dat naar werkgelegenheidstrends kijkt. Maar de gevolgen op lange termijn zijn veel groter. Sharp verwacht dat er de komende tien jaar 200.000 banen verloren gaan in de mijnindustrie.

De mijnwerkers staken omdat ze vinden dat er voor hen te weinig is veranderd in hun leefomstandigheden sinds het einde van de apartheid. Bij het aan de macht komen in 1994 wilde regeringspartij ANC de rijkdom beter verdelen met het systeem van Black Economic Empowerment, waarbij zwarte Zuid-Afrikanen meer eigendom moesten krijgen in bedrijven. Maar dit beleid creëerde enkel een kleine zwarte elite van mensen met een achtergrond of banden in de politiek of de vakbonden. Dit zorgt bij de stakers voor wantrouwen jegens de grootste mijnvakbond, de National Union of Mineworkers (NUM). De NUM, gelieerd aan het ANC, probeerde de afgelopen jaren met gematigde looneisen zo veel mogelijk mensen aan het werk te houden. De stakers vinden dat de bond met de lage lonen hun belangen onvoldoende heeft behartigd.

President Jacob Zuma heeft tijdens de stakingen weinig van zich laten horen en vond dat de vakbonden en de bedrijven de crisis moesten oplossen. Maar de NUM steunde de stakingen niet en de mijnwerkers organiseerden zichzelf in stakingscommissies die met de mijnbedrijven onderhandelden. Bij de Marikana-mijn waren het de commissie van werknemers en een kerkelijke organisatie die tot een overeenkomst kwamen.

Mabena van de Chamber of Mines zegt dat het daardoor moeilijk is om in te schatten of Amplats de laatste stakende mijn zal zijn. „Nu de vakbonden buitenspel staan is het koffiedik kijken wat er zich onder de grond afspeelt tussen de mijnwerkers. We moeten alert blijven.”