Leeftijd

Er is iets vreemds aan de hand met ouder worden: als je jong bent, en nog veel leven voor je hebt, moet je nog zoveel, waardoor je regelmatig het gevoel hebt dat niet jij het leven bij de staart hebt, maar zij jou. Je krijgt ‘r pas te pakken, naarmate de verloren tijd verstrijkt, en je op een leeftijd bent dat je niet meer zoveel hoeft, maar ook niet meer zoveel leven hebt.

Het gebeurt mij daarom ook steeds vaker dat ik denk, die zestigers, die hebben het goed voor elkaar: tuintje, boekje, en …tijd. Toch is ouder worden iets wat je liever niet doet. Liever blijf je dertig: te oud om je druk te maken over wat anderen ervan vinden, te jong om je druk te maken over jicht in je botten, opgehoopt vet en je pensioenregeling. Die ideale leeftijd dus, ware het niet dat je nog zoveel moest (gelukkig en belangrijk worden). De vraag is dus: hoe leef je vervroegd als een zestiger?

Zeker niet door al je tijd in te leveren om er daarna, als je eenmaal rijk en belangrijk bent, heel veel van te hebben. Eigenlijk is er maar een manier om tijd te kopen: jezelf dood verklaren op Facebook en je terugtrekken tussen de kippen en de koeien. Hier kun je de tijd zonder enige omhaal voorbij laten gaan en stilletjes ouder worden, als maar ouder worden, totdat je die heerlijke leeftijd bereikt waarop je niet meer zoveel hoeft en je eindelijk kunt gaan genieten van die verdomde kippen en die stomme koeien die je al jaren aanstaren. Maar hoe doe je dat, verteerd door spijtgevoelens dat je niet meer met je leven gedaan hebt?

Gewoon nee zeggen dan en eindelijk beginnen aan waar je al die dagen, weken en jaren al zin in had: niks? Maar voor iedere afgeslagen uitnodiging krijg je er, geheel volgens de wet van verlangen en begeerte, drie terug. En jij moest nog gelukkig en belangrijk worden.

Een niet op te lossen kwestie. Hoe kon ik zo naïef zijn de tijd te snel af te willen zijn?