Langebaan is aardig, maar shorttrack het echte werk

Jorien ter Mors won bij de wereldbekerwedstrijden in Thialf twee medailles. De langebaanwedstrijden waren een training voor het shorttracken.

Ze keek alsof zij het ook niet kon helpen dat ze in Thialf de wereld van de langebaan had opgeschud. Jorien ter Mors kwam langs in een andere sport, won twee medailles (brons op drie kilometer en zilver bij de massastart), en weg was ze weer. Richting Azië, voor de sport waar het haar echt om te doen is: shorttrack.

Via de catacomben van Thialf is het maar een paar stappen klunen: van de kleine, stille ijshal – thuishaven van de nationale shorttrackploeg – naar de 400-meterbaan, de glamourwereld van het Nederlandse schaatsen. Geweldig, die Nederlandse obsessie voor de langebaan, maar Jorien ter Mors (22) uit Enschede laat zich niet verleiden.

Ook niet nadat ze afgelopen weekend nagenoeg even snel bleek als Martina Sablikova, olympisch kampioen op de drie kilometer. Op zijn minst opmerkelijk voor iemand die pas twee jaar – af en toe – op de langebaan traint. En al maanden last heeft van een enkelblessure. „En het kan nog wel een paar seconden harder”, volgens shorttrack-bondscoach Jeroen Otter.

Maar dit is training voor Ter Mors, races die haar loopbaan als shorttrackster vooruit moeten helpen. „Daar ligt mijn echte passie.”

Het is misschien teleurstellend voor de deinende, oranje meute in Thialf, maar Ter Mors heeft geen plannen om gouden medailles te winnen op de langebaan. Opspattend ijs, gewurm op de vierkante meter, dat is mooi. „Het spektakel, interactie tussen de rijders, het spel, dat spreekt me aan.” Bovendien, Ter Mors is geen beginneling als shorttrackster. Vorig jaar werd ze tweede op de EK, en met de aflossingsploeg won ze al twee Europese titels en zilver op de WK. En vorige maand verdiende ze als eerste Nederlandse sporter een nominatie voor de Spelen van Sotsji in 2014.

Hoewel ze door de vijfde drie kilometer van haar leven uitgroeide tot het gesprek van de dag, zijn haar prestaties geen verrassing voor haar coach. „Nee, ik ben niet verbaasd”, zegt Otter. „Dat is niet arrogant bedoeld. Jorien is sterk, fitter dan wie ook. En ze reed niet eens echt goed.”

Sinds Otter in 2010 bondscoach werd, binden de shorttrackers zeker één keer per week hun langebaanschaatsen onder. De reden ligt in de beperkingen van het shorttrackbaantje van 111 meter. „Daar kun je maar beperkte snelheden bereiken”, zegt Otter. „Op de langebaan kun je je fysiek helemaal leeg rijden. Dat bloedgevoel in je longen kennen shorttrackers niet. Met langebaantrainingen worden ze fysiek harder.”

En dat helpt tijdens een shorttracktoernooi dat werkt met heats en daardoor wezenlijk verschilt van de langebaan. Goede shorttrackers moeten op één dag vier of vijf keer een 1.500 meter rijden. Otter: „Met deze trainingen kunnen ze in het shorttrack net iets harder doortrekken in de halve finale en de finale.”

En zo kwam Ter Mors terecht in een veld met Ireen Wüst en Stephanie Beckert. Tussen beide disciplines vindt meer uitwisseling plaats. Shani Davis stapte ooit over, omdat hij als shorttracker met zijn lengte in de knel kwam.

Lee Seung-hoon viel vlak voor Vancouver 2010 af voor de Koreaanse shorttrackploeg, stapte over naar de langebaan en won, dankzij de wisselfout van Sven Kramer, goud op de tien kilometer. Tijdens diezelfde Spelen reed de Let Haralds Silovs zelfs op één dag op beide banen.

Het draait allemaal om het ijsgevoel, zegt Otter. Hij zou graag sterschaatser Sjinkie Knegt in een langebaanwedstrijd aan het werk zien. „Ik denk dat hij op de vijf kilometer in de Nederlandse toptien zou rijden. Maar hij vindt er geen zak aan. Sjinkie is al na één bocht verveeld.”

Zo erg is het niet, bij Ter Mors. „Ik volg de langebaanwedstrijden wel. Uiteindelijk zijn we allemaal schaatsers.” Maar een aandrang om over te stappen naar de sport die in Nederland duizend keer meer aandacht krijgt, heeft ze niet. „Ik ga niet voor niets elke dag naar de ijsbaan om mij uit de naad te trainen. Shorttrack komt eigenlijk net kijken in Nederland, al zit het in de lift. Ik denk dat wij daar veel verandering in gaan brengen. Wij moeten harder knokken om al die aandacht te krijgen.”

Otter kan zijn ergernis moeilijk verbergen als hij vragen krijgt over een overstap van Ter Mors; zij kan op de langebaan misschien makkelijker een olympische medaille behalen dan als shorttracker. „Typisch Nederlands”, zegt hij. „Journalisten doen of de langebaan een eindpunt is in een schaatscarrière. Jorien is shorttracker. De langebaan is niet een hoger doel, dus het is helemaal geen issue.”

Ook voor Ter Mors ligt dat gevoelig. Als ze moet kiezen tussen olympisch goud op de langebaan of zilver als shorttracker, wordt het even stil. „Daar ga ik niet op in.” Misschien valt er wat te combineren, zoals Silovs in Vancouver. Ter Mors: „Ik heb nog niet gekeken naar het programma in Sotsji.” Otter ook niet. „Maar ik ga zeker een keertje kijken.”