In één klap rijk. Wat nu?

Nog geen 40 en al binnen. Wat nu? Stoppen met werken of juist gaan doen wat je altijd al wilde?

Wat doe je als je de loterij wint? Doorwerken, besloot Jeroen ter Wal (37). Afgelopen zomer viel de PostcodeKanjer in zijn dorp. De hoofdprijs – 11,2 miljoen – deelde hij met zeven buren. Ter Wal werkte fulltime als sommelier in een hotel-restaurant, vaak tot diep in de nacht, en daarnaast één dag in de week als docent. „Ik was het al een tijdje zat.” De prijs kwam als geroepen. „Ik dacht: ik zeg vandaag mijn baan nog op.”

Maar dat deed hij niet. „Ik wilde mijn collega’s niet in de steek laten.” Tot hij een paar weken later, op vakantie met vrouw en kinderen, alsnog besloot om ontslag te nemen en ondernemer te worden.

Hoe mooi het ondernemerschap is, zag hij in de horecazaak van zijn ouders. „Eigen keuzes maken, zelf mijn dag indelen. Vrouw en kinderen wat vaker zien. Dat wilde ik al lang.” Hij had zelfs al anderhalf jaar een bedrijfsplan klaarliggen. „Ik zocht nog naar een manier om het opstarten van die eigen zaak te combineren met parttime werk voor vaste inkomsten.”

Met de geldprijs was er geen financieel risico meer. Ter Wal: „Ik kan niet rentenieren van mijn prijs. Dat wil ik ook niet, ik ben pas 37.” In januari opent hij Ariva Wijnbeleving (A riva is Italiaans voor Ter Wal). Hij gaat zich verhuren als sommelier. „Veel restaurants hebben een wijnkaart, maar weten niet hoe ze wijn moeten verkopen. Ik geef trainingen, ook gastvrijheidstrainingen en proeverijen. Ik blijf in het vak.”

Bea Post, prijswinnaarbegeleider bij de Postcode Loterij, ziet prijswinnaars geregeld een carrièreswitch maken. Post: „Oudere winnaars gaan meestal minder werken of eerder met pensioen. Jonge winnaars gebruiken het geld vaak om een carrièremove te maken. Ze gaan terug de schoolbanken in of beginnen voor zichzelf. Daar dromen ze dan al langer van, maar met een hoop geld wordt dat makkelijker.”

Toon Taris, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht: „Er zijn inderdaad theorieën die stellen dat de oudere werknemers meer gericht zijn op de periode na hun pensioen, terwijl de jongere eerder kijken naar wat het werkende leven nog te bieden heeft. Toch is niet overtuigend aangetoond dat dit klopt.”

Hij wil niet onder zijn naam over zijn vermogen praten, maar M. werd een paar jaar geleden in één klap rijk. Rond zijn twintigste staakte hij zijn studie om zich als consultant te verhuren aan bedrijven die ‘iets’ wilden met internet – internet werd toen net bekend bij het grote publiek. Een paar jaar later startte hij een bureau in contentmanagement. Dat werd ingewikkelder met de komst van de smartphone: op elk type is content anders zichtbaar. M. ontwikkelde een technologie om het simpel te houden. Daarmee stapte hij naar een marktleider op zijn gebied. Die kocht zijn bedrijf.

En nu is M., op zijn 37ste, dus binnen. „Maar met dat doel ben ik mijn bedrijf niet begonnen. Geld was nooit een drijfveer. Zeker de eerste jaren heb ik behoorlijk spartaans geleefd. Kwam aan het einde van de maand altijd tekort. Dat had ik eenvoudig kunnen oplossen door voor een baas te gaan werken, maar ik wilde zelf iets opbouwen, eigen baas zijn.”

Toch is hij nu voor het eerst in zijn leven geen eigen baas. „Ik werk een paar jaar voor het bedrijf dat het mijne heeft opgekocht. Dat was onderdeel van de koopovereenkomst.” Eind volgend jaar loopt het arbeidscontract af. En dan? Genieten van het geld, van die vrijheid? „Niksen wil ik niet. Ik ga op zoek naar een nieuw idee. En dan bouw ik opnieuw een bedrijf.” Dat kan hij doen in financiële vrijheid: „Het maakt niet uit of een nieuw project een succes wordt: ik hoef er niet van te leven. Mijn geld geeft lucht.”

Waarom nog werken als je schathemelrijk bent? Toon Taris: „Omdat werken meer oplevert dan alleen geld. De sociale contacten, de waardering, de uitdaging, structuur en het salaris. Natuurlijk zitten er ook negatieve aspecten aan werken, zoals stress, saaie klussen, een vervelende baas en minder vrijheid. Maar als je stopt met werken, raak je niet alleen die negatieve, maar ook de positieve aspecten kwijt.”

En dat willen de meeste mensen helemaal niet, zegt Irene de Pater, universitair docent arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit van Amsterdam. „Mensen hebben sterke behoefte aan die positieve aspecten: aan zichzelf ontwikkelen en iets bereiken. Werken is bij uitstek de manier om daaraan te voldoen.”

Het is zelfs zo dat die behoeften belangrijker zijn dan het salaris. De Pater: „Vraag mensen waarom ze werken en negen van de tien zeggen: voor het geld. Maar dat is niet zo. Uit onderzoek is gebleken dat de kwaliteit van het werk sterker samenhangt met werktevredenheid dan het salaris. Mensen overschatten hoe gelukkig ze worden van geld. Er is onderzocht of lottowinnaars substantieel gelukkiger zijn na het winnen van hun prijs. Maar dat gelukeffect blijkt na een jaar of wat te zijn weggeëbd.” Sterker: geld kan zelfs ondermijnend werken voor het geluksgevoel. De Pater: „Stel: je ziet je bejaarde buurvrouw sjouwen met een zware boodschappentas. Je schiet te hulp en draagt die tas naar binnen. Dat voelt goed. Tot zij haar portemonnee trekt om je te belonen. Dat ondermijnt dat goede gevoel: je hielp haar uit vrije wil. Zo kan een bonus ook voelen.”

Erik van Dijk (38) hoeft ook niet meer voor het geld te werken. Hij was 25 toen hij afstudeerde aan de Nyenrode Business Universiteit. Hij stond voor een keuze: de arbeidsmarkt op of werken voor zijn vader in het familiebedrijf, het Brabantse Unidek. Van Dijk: „Ik wist dat het goed voor me was om eerst elders ervaring op te doen, maar ik was ambitieus, wilde leiding geven. Onder mijn vader kreeg ik die kans sneller. Daarom koos ik voor het familiebedrijf.”

Van Dijk deed een traineeship bij Unidek. Zat een paar jaar op verschillende plekken in dat bedrijf, tot het in 2003 werd verkocht. Toen werd hij manager van een kartbaan – een leegstaand vastgoedobject in eigendom van de familie – tot hij daar in 2004 een nieuwe huurder voor vond. Sindsdien is hij directeur van Holding Unicom, Unigoed en Unibeheer. Na een paar jaar deed zijn vader een stapje terug. Van Dijk: „Hij was ziek, had het aan zijn hart. Anderhalf jaar geleden overleed hij.” Alle bedrijven waren toen al een tijd eigendom van Erik en zijn twee zussen.

Van Dijk: „Voor het geld hoef ik niet te werken. Ik werk omdat ik dat wil. We hebben een prachtig familiebedrijf. Het is de erfenis van mijn vader, die wil ik eren. Maar dat is het niet alleen. Onderhandelen, een goede deal sluiten: voor mij is het liefhebberij. Of ik er nou 5.000 euro of 5 miljoen euro mee verdien, ik geniet daarvan.” Natuurlijk realiseert hij zich dat niet iedereen zich die nonchalance kan permitteren. „Toch staat die houding aan de basis van het succes van ons familiebedrijf. Dit bedrijf runnen is voor ons geen ‘moetje’. Het is eerder een hobby dan werk. En zo moet het zijn.”

Intussen is er nog voldoende ambitie. „Een paar bedrijven in de holding hebben veel potentie. Daarmee wil ik verder Europa in, of zelfs de oversteek maken naar Amerika. Dat lijkt me prachtig.” Want het bedrijf mag best nog groeien. „Nu zit ik erin met mijn vrouw, een zus en twee zwagers. De volgende generatie is groter. Voor hen moeten de zaken ook goed op orde zijn.”