Fotografie die de kijkervaring verlengen kan

Seduced by Art, t/m 20/1, National Gallery, Londen. Inlichtingen:www.nationalgallery.org.uk ****

Het wachten duurt zo lang dat je gaat twijfelen. Klopt het wel, dit is toch het bommenboeket van Ori Gersht dat nu nog zo roerloos op het scherm in de filmzaal staat? Daar is de knal, schrik en verlossing tegelijk: zonder geluid explodeert het bloemstilleven. Met een dromerige traagheid vliegen fragmenten alle kanten uit, even abrupt als eindeloos.

In de tentoonstellingszaal hangt een grote still van Gersht’ digitaal vastgelegde ontploffing, Blow Up: Untitled, 5 (2007) naast een lieflijk negentiende-eeuws bloemstilleven hangt, Rosy Wealth of June (1886) van Henri Fantin-Latour. Gersht heeft de bloemen met stikstof bevroren en op de stengels kleine pakketjes explosieven bevestigd. Met het oude schilderij als uitgangspunt is Gersht verder gegaan, zowel met de nieuwe digitale techniek als met de ‘behandeling’ van het onderwerp. Aan verwelken komen Gersht’ bloemen niet toe. „Met de ontploffing verleng ik de ervaring van de kijker”, zegt hij in een begeleidend interview.

Waar komt de fotografie vandaan? In onze beeldcultuur zijn foto’s zo alomtegenwoordig, en volgen de multimediale ontwikkelingen elkaar zo snel op, dat het lijkt alsof deze discipline volgroeid uit het ei kroop. Maar natuurlijk heeft de hedendaagse fotografie wortels, in de schilderkunst en in het werk van de wegbereiders uit de negentiende eeuw. Fotografen gebruiken de tradities, doorbreken de conventies, leveren er commentaar op, zetten ze naar hun hand, omhelzen ze.

Hoe dat eruit ziet, daarover gaat de tentoonstelling Seduced by Art: Photography Past and Present, in de National Gallery in Londen. Het is een samenwerking met het kleine particuliere Wilson Centre, in 1998 opgericht door Michael Wilson, producent van onder andere de James Bond-films en fotoverzamelaar sinds 1978. Conservator Hope Kingsley was medesamensteller van de expositie, samen met Christopher Riopelle, conservator schilderkunst na 1800 bij de National Gallery.

Seduced by Art had makkelijk een academische opstelling kunnen worden, vol kunsthistorische vondsten met overeenkomsten in vorm of onderwerp. Een enkele keer dreigt dat ook, bijvoorbeeld als Richard Learoyds foto van een naakte man met een tatoeage van een enorme octopus, wordt neergezet naast een Grieks beeld van de Trojaanse priester Laocoön en zijn zoons die door zeeslangen worden gewurgd. Maar de meeste lijnen waarmee de kunst en de oude en nieuwe fotografie met elkaar worden verbonden, zijn subtieler en vaak verrassend.

Een van de belangrijkste terugkerende motieven is de manier waarop fotografen nu bewust de kunstgeschiedenis opzoeken. Indrukwekkend is het werk van de Britse fotografe Tacita Dean, die zich nadrukkelijk distantieert van het digitale en alleen analoog werkt. Haar wandvullende Fernweh uit 2009 is een verbeelding van Goethe’s Italiaanse reis uit 1787. Zij heeft vier ansichten uitvergroot en als fotogravure afgedrukt, waarbij ze teksten van Goethe er zelf met de hand erop schreef.

Simon Norfolk treedt met zijn ‘ouderwetse’ zilverafdrukken van zijn portretten van Britse soldaten in Afghanistan, in de voetsporen van de militaire fotografie en van Roger Fenton in het bijzonder. Fenton toog in de negentiende eeuw naar de Krim om zijn landgenoten op glasplaten vast te leggen die in een hopeloze strijd waren verwikkeld.

De samenstellers leggen soms geforceerde verbanden. Als Nan Goldin op haar verfomfaaide hotelbed fruit neerlegt, zien zij daarin een link met Caravaggio. Heeft Goldin dat bewust gedaan, of willen zij dat erin zien? In Rineke Dijkstra’s puber aan het strand zien zij een echo van Amaury-Duvals Geboorte van Venus (1862) – maar is de overeenkomst meer dan iconografisch?

Luc Delahaye maakte in 2001 een foto van een leeg landschap in Afghanistan waar Amerikaanse vliegtuigen net bommen op de Taliban hebben gegooid; het enige wat ervan te zien is, zijn grijze rookwolken - een verstilling die op zichzelf al een commentaar is op de heftige oorlogsbeelden die ons dagelijks via de media bereiken. Volgens Delahaye werkt hij geheel los van de kunsthistorie, maar zijn foto hangt wel naast een groot doek uit 1821 van de Fransman Vernet, met overal wolken, rook en ontploffingen en overal plukken oorlogshandelingen in verschillende varianten. Hij werkt dus wel in een traditie, willen de samenstellers zeggen, ook al is die voor hem geen directe inspiratie.

Fotografen kunnen verloop van de tijd nu snel zichtbaar maken, iets wat schilders en de vroege fotografen met lange sluitertijden niet konden. Was de schedel in een stilleven een metafoor voor het verstrijken van de tijd. In het timelapse filmpje van Sam Taylor-Wood vergaat een schaal fruit snel tot een wolk van poezelige schimmel.

Toen de fotografie net werd uitgevonden, midden negentiende eeuw, was het vanzelfsprekend dat foto’s op schilderijen leken, maar dan in zwart-wit. Nu zien we schilderijen vooral als digitale afbeeldingen op ansichten, kalenders, placemats, op internet of op onze eigen telefoon. Karen Knorrs foto uit 1988, The Work of Art in the Age of Mechanical Reproduction, is daar een commentaar op: een man zit in een museumzaal in een boek te kijken in plaats van naar de kunstwerken om hem heen.