EU wacht hard begrotingsgevecht

De Europese regeringsleiders buigen zich morgen en overmorgen over de EU-begroting tot en met 2020. Het gevecht is door de economische crisis nog venijniger dan anders.

Caroline de Gruyter

. „We are simply asking to have our own money back!”, riep de Britse premier Margaret Thatcher in 1984 tegen de andere negen regeringsleiders in de Europese Unie. Hét probleem op de top van deze week over de Europese meerjarenbegroting 2014-2020 is volgens een onderhandelaar „dat nu de halve vergaderzaal volzit met regeringsleiders die roepen dat ze hun geld terug willen.”

Op de topmoeten 27 regeringsleiders beslissen over de begroting 2014-2020. Veel projecten zijn langlopend, waarvoor planning nodig is en openbare aanbestedingen en controles. Daarom wordt steeds voor zeven jaar vastgelegd hoeveel geld lidstaten in de Europese kas storten en

waar ze het aan uitgeven.

Onderhandelingen over meerjarenbegrotingen zijn altijd een slagveld. Ministers wekken soms de indruk dat het geld verdwijnt in een bodemloze Brusselse put – vooral ambtenarensalarissen. In werkelijkheid blijft 6 procent van de Europesebegroting in Brussel ‘hangen’. 94

procent stroomt terug naar de lidstaten in de vorm van subsidies: steun voor boeren, arme regio’s, werklozenprojecten, universiteiten. De kunst is, voor elk land, om zo min mogelijk in de pot te stoppen en er

zoveel mogelijk uit te halen. Nu, in crisistijd, is dat gevecht nog venijniger dan anders.

Bijna iedereen roept dat Europa

moet bezuinigen, maar niet op posten waar hij zelf van profiteert. Dit maakt het extra ingewikkeld. Fransen enRoemenen willen niet in landbouwsubsidies snijden, Nederlanders niet in onderzoek, Italianen niet in cohesie: hun eigen bronnen van inkomsten. Kan deze top wel slagen? „Met 27 nationale egoïsten”, zei begrotingsspecialist Alain Lamassoure gisteren in het Europees Parlement, „heb ik er een hard hoofd in.”

Er ligt pas een meerjarenbegroting als alle landen akkoord zijn. Eén veto kan alles te torpederen. De Britten willen harder bezuinigen dan wie ook. Ze dreigen met zo’n veto dreigen als ze hun zin niet krijgen.

De Europese begroting bedraagt ongeveer 1 procent van het Europese bbp. Dat percentage stijgt nu het bbp vanwege de recessie zakt. Maar vergeleken met de Amerikaanse federale begroting, die 23 procent van het bbp bedraagt, ruziën regeringsleiders over een relatief klein bedrag. „Economisch is het peanuts”, beaamt een minister. „Maar dat kunnen wij niet hardop zeggen.”

Veel lidstaten klagen dat de Europese begroting alsmaar stijgt. Statistieken geven hen gelijk: de Europese begroting ging tussen 1999 en 2009 42 procent omhoog. Maar in diezelfde periode stegen alle nationale begrotingen veel harder, berekende Eurostat, behalve in Zweden, Oostenrijk en Duitsland. De Nederlandse begroting steeg 65 procent.

Bovendien zijn er twaalf lidstaten bijgekomen. Dat is extra werk. Er gaan relatief veel subsidies naar nieuwe, veelal armere landen. Het land dat per saldo het meeste EUgeld ontvangt, is Polen.

Elk land heeft zijn eigen rekensommen. Wie wil weten hoeveel een land aan de EU-begroting afdraagt, stuit op drie, vier rekenmethodes en eindbedragen. Nederland rekent bijvoorbeeld Rotterdamse douaneheffingen mee bij afdrachten aan Brussel, terwijl Brussel die niet meetelt omdat het grotendeels heffingen zijn voor andere landen.

Meerdere landen claimen ook de grootste ‘nettobetaler’ te zijn. Aan kop staat Duitsland, gevolgd door Frankrijk, Italië, Groot-Brittannië en Nederland.

Deze ‘oude’ landen, waaronder sommige hard voor de uitbreidingen hebben gepusht (Groot-Brittannië, Nederland), klagen nu dat ‘nieuwe’ landen zoveel kosten. „Hoezo liefdadigheid”, zei een Poolse ex-minister laatst. „Wie bouwen al die bruggen en viaducten in Polen? Duitse, Britse en Nederlandse bedrijven!”

Toch eisen de Britten dat er van het voorstel dat op tafel ligt, ruim 1.000 miljard euro, 200 miljard wordt afgehaald. Ook willen zij de korting (rebate) handhaven uit het Thatcher-tijdperk, toen ze armwaren. Premier Cameron vreest dat hij anders thuis wordt gelyncht.

Kortingen slaan een gat in de begroting, waarvoor andere landen betalen. Afgelopen jaren kregen zij daarop weer korting: Nederland jaarlijks 1,2 miljard, Duitsland 1,6 miljard en Zweden 0,5 miljard. Zij willen dit óók houden. Denemarken, Italië en Spanje, die dáárvoor opdraaien, willen nu ook kortingen. Daarvoor is geen tijd. Vlak voor de finish denkt iedereen alleen aan zichzelf. Recente coalities (‘Vr i e n d e n van de Cohesie’, ‘Zuinige Landen’ die de begroting willen bevriezen), vallen uiteen: zodra structuurfondsen

worden gekort, vliegen ontvangende landen elkaar onderling in de haren. EU-president Herman Van Rompuy heeft voorgesteld 80 miljard van de 1.000 miljard te bezuinigen door overal iets af te halen. Iedereen protesteerde.

„Iedereen moet begrijpen”, schreef Van Rompuy aan de regeringsleiders, „dat we met minder geld niet hetzelfde kunnen doen als voorheen.”