Een mishandelingsbril voor de leraar

Alle scholen moeten straks een meldcode voor kindermishandeling hebben. „Een kind met vieze nagels is niet per se een verwaarloosd kind.”

Ruim anderhalf uur duurt de onlinecursus Omgaan met vermoedens van kindermishandeling. Kosten; 24,20 euro. Het doel, legt Dieuwertje Blok vanaf het scherm uit, is te leren „welke signalen wijzen op een onveilige opvoedsituatie, en wat je daarmee kunt doen”. En op het volgende scherm: „In iedere schoolklas zit gemiddeld 1 kind dat slachtoffer is van een vorm van kindermishandeling. Voor deze kinderen kun jij iets betekenen!”

De cursus is bedoeld voor leerkrachten en intern begeleiders op de basisschool, en is op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid ontwikkeld door TheNextPage, een instituut voor het zogeheten e-learning. „Er zijn ook cursussen voor voortgezet onderwijs, zorg, en welzijn”, zegt programmamanager Marga Haagmans van TheNextPage.

Die cursussen zijn er omdat alle scholen binnenkort een meldcode moeten hebben voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Die verplichting zou 1 januari ingaan, maar door achterstand in het verwerken van dossiers in de Tweede Kamer wordt dat waarschijnlijk 1 juli. Scholen moeten nu al hun medewerkers leren hoe ze de code kunnen gebruiken – bijvoorbeeld door ze een cursus van TheNextPage of een van de vele andere aanbieders te laten volgen.

De code verplicht leraren die het gevoel hebben dat een kind mishandeld wordt (het zogeheten niet-pluisgevoel) een stappenplan te volgen. Hiermee wil het kabinet kindermishandeling terugdringen. Dat is een belangrijk doel, ook van dit kabinet. Zo is gisteren de Taskforce Kindermishandeling ingesteld onder voorzitterschap van Eberhard van der Laan.

Hoe groot het probleem van kindermishandeling is, is naar zijn aard niet duidelijk. Recent onderzoek wijst uit dat ieder jaar 120.000 kinderen mishandeld worden, maar dit getal is niet onomstreden. Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling heeft vorig jaar bijna 50.000 keer advies uitgebracht, en is 19.000 onderzoeken gestart.

De verplichting geldt ook voor alle instellingen in de gezondheidszorg, jeugdzorg, justitie en maatschappelijke ondersteuning. Iedereen in Nederland die in zijn werk kinderen tegenkomt, moet onder zo’n meldcode werken.

In feite is de code op veel scholen al ingevoerd. Veel leraren zijn op cursus gestuurd. Dat zeggen het ministerie van Volksgezondheid en opleidingsinstituut TheNextPage, zonder dat ze overigens concrete aantallen kunnen of willen geven.

Een meldcode en opleiding voor iedereen die met kinderen werkt, is niet zonder risico. Als alle leraren met een mishandelingsbril naar hun leerlingen kijken, zullen ze mishandeling vinden. Ook als die er niet is. Dat is de zorg van ouders die zich roeren op ouderfora als Ouders Online. Hoofdredacteur Justine Pardoen: „Dat goed bedoelende leerkrachten dingen zien die er niet zijn, is niet ondenkbaar.”

Marga Haagmans van TheNextPage is zich bewust van dat risico. Daarom wordt in de cursus benadrukt, zegt ze, dat signalen van mogelijke mishandeling – een lijst van meerdere pagina’s – ook andere oorzaken kunnen hebben. „Het zijn signalen dat er iets aan de hand is. Wat dat is, moet de leraar of intern begeleider bekijken, en daar heb je vaardigheden voor nodig. Die leren ze in de cursus.”

Er zijn professionals die de zorgen delen. Zoals Elise van de Putte, kinderarts bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht, lid van de commissie forensische geneeskunde van de Gezondheidsraad en lid van de taskforce Kindermishandeling. Zij wil benadrukken dat zij voorstander is van de verplichte meldcode. „Niemand mag weglopen van zijn verantwoordelijkheid jegens kinderen.”

Maar zij is bang voor een toename van wat ‘vals positieven’ wordt genoemd: onterechte meldingen. „Een groot risico is dat alles wat afwijkt van de norm gemeld wordt. Bij het signaleren van kindermishandeling loopt iedereen tegen zijn eigen waardeoordelen aan. Een kind met vieze nagels is niet per se een verwaarloosd kind.”

In Utrecht doet Van de Putte onderzoek naar kinderen bij wie seksueel misbruik vermoed wordt. „Wat wij vaak doen is normaliseren. Uitleggen aan de melders dat dit kind normaal seksueel gedrag vertoont, dat het past in de normale psychosociale ontwikkeling.”

Door overal te screenen, zijn we te veel bezig met ruis. En te weinig met echte signalen. „Wat nodig is, zijn meer goed opgeleide mensen en gestandaardiseerde methoden van onderzoek.”

Het ministerie van Volksgezondheid zegt in reactie op de kritiek dat de meldcode en de opleidingen juist de kwaliteit van de meldingen moeten verbeteren. Als mensen weten wat ze met signalen doen, zal er juist minder onterecht gemeld worden.