Een bacterie overleeft bijna alles

Bioartist Joe Davis creëert kunst niet in de studio, maar in het lab. Hij maakt radio’s van bacteriën en zendt vaginale contracties de ruimte in. Zo verklaart hij de wereld van nu.

Een oude man met een ijzeren been wroet verwoed door het afval van Cambridge. „Ik weet gewoon dat dit een toekomst heeft als radiospoel!” Blij houdt Joe Davis (1951) de krulborstel van een föhn omhoog. De kunstenaar annex wetenschapper verzamelt materiaal voor zijn kristalontvangers – heel eenvoudige radio’s. Hij heeft ondervonden dat je die uit allerlei soorten spul kan fabriceren, dus waarom niet uit het vuilnis van hoogleraren? Later bouwt hij ze ook met genetisch gemodificeerde microben. Met deze Bacterial Radio viel hij dit jaar nog in de prijzen op het Oostenrijkse kunst- en wetenschapsfestival Prix Ars Electronica.

Joe Davis – wonderlijke duizendpoot, zeldzaam eclectisch genie – staat wel bekend als de geestelijk vader van hen die zich ‘bioartists’ noemen. Kunstenaars die niet werken achter een ezel, maar in laboratoria. Ze komen niet met een schilderij, maar met neongroene konijnen, tweekoppige zebravisembryo’s of uit muizencellen opgekweekte poppenjasjes op de proppen.

Volgende week is er een heuse bioart-themaweek in Eindhoven, waarin op woensdag een documentaire over het leven van diezelfde Joe Davis wordt vertoond. In Heaven + Earth + Joe Davis komt naar voren dat wat we nu ‘bioart’ noemen slechts één van de vele bijproducten is van zijn vruchtbare praktijk. Van huis uit is Davis geen wetenschapper, maar motormonteur. En hij staat ver af van de kunstenaar zoals we die nu kennen. Toch lijkt hij beide talen vloeiend te spreken. De verbanden die hij tussen kunst en wetenschap legt met zijn werk zijn uniek. Zoals de ‘audio microscope’: een instrument dat de geluiden van het microleven hoorbaar maakt. Davis leert ons stentors en pantoffeldiertjes te onderscheiden als schapen en koeien. Hij smeert naakte studentes in met honing en goudstof, opdat een ‘optische stethoscoop’ hun hartslag oppikt. Hij bouwt aan een toren die natuurlijke stormen ontlaadt of aan minivliegtuigjes die worden aangedreven door kikkerbillen.

In de jaren zeventig schept Davis Microvenus, zijn eigen informatiebacterie. Het is een reactie op de twee ruimtesondes die NASA indertijd de ruimte inzond. Op de sondes waren gouden plaatjes gemonteerd met een schematische weergave van de mens, in de hoop buitenaards leven iets bij te brengen over ons leven. Alleen, uit een soort misplaatste kuisheid was de vrouw zonder vagina afgebeeld – de man had daarentegen gewoon een penis. Davis, verontwaardigd: „We stuurden een plaatje van Barbie de ruimte in! En daarmee van onze eigen intolerantie!”

Dus creëerde Davis zijn eigen, alternatieve ruimteboodschap. In het DNA van de bacterie was een icoon van de eerder gecensureerde vagina gecodeerd. Bacteriën zijn uitstekende intergalactische postbodes, legt Davis in de documentaire uit. Extreme temperaturen, straling, vacuüm – ze doorstaan het allemaal met gemak.

Regisseur Peter Sasowsky ontmoette de armlastige Davis eind jaren negentig in Cambridge, in de fameuze bar The Plough and Stars. Daar deed hij elke zondag voor 25 dollar de afwas in een geel stormpak. Sasowsky volgde Davis de tien jaar daarna. De documentaire verhaalt uitgebreid over de wonderlijke wijze waarop Davis de dingen in zijn leven voor elkaar krijgt. Zo dwingt hij in 1982 een plek af bij het Center for Advanced Visual Studies aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology (MIT). MIT wijst hem eerst schriftelijk af voor een kunstenaarsprogramma omdat hij ‘just a kid from Mississippi’ is. Getergd reist Davis af naar Cambridge – blauwdrukken, diaprojectors, portfolio’s anderszins onder de arm. Een secretaresse wijst hem de deur, maar Davis staat op drie minuten spreektijd. Zij belt de politie, hij gooit haar bureau overhoop. Rector Otto Piene verschijnt ten tonele en zegt „Ok Mr Davis, I hear you’ve been persistent”. Drie kwartier later vertrekt Davis als research fellow.

Er is ook veel tegenslag. Davis wordt om de haverklap uit zijn huis of werkplek gezet en stuit lange tijd zowel binnen wetenschaps- als kunstenaarskringen op groot verzet. Academici vinden het ongemakkelijk dat hij de wetenschap ook voor andere doeleinden inzet; kunstenaars voelen zich stiekem geïntimideerd door een collega met zoveel verstand van (bèta)zaken. Maar in deze non-conformist pur sang brandt een onverwoestbaar enthousiasme, een nieuwsgierigheid naar alles wat er maar te weten valt en de behoefte om hierop meteen op te reflecteren. Dat is erg aanstekelijk. Je ziet hem gaan en vraagt je af: wat doe ik eigenlijk met dit leven?

De praktische kanten van het aardse bestaan leiden alleen maar af van de dingen die er wél toe doen, verzucht Davis. Het is in die zin jammer dat de documentaire juist bij die aspecten van Davis’ leven uitgebreid stilstaat. Want wanneer het wél over Davis’ werk gaat, heeft de documentaire een interessante verborgen boodschap. Op die momenten lijkt de film haast een impliciete aanklacht tegen alle kunstenaars van nu die de volle potentie van hun vak niet zien, laat staan uitbuiten.

Wat die potentie is? In voordrachten haalt Davis graag Vitruvius aan. Die stelde een lijst van eigenschappen op die een goed kunstenaar zou moeten bezitten. Hij moet begaafd zijn, goed kunnen luisteren, schrijven, rapporteren. Maar ook dingen weten van geometrie, optica en goed zijn met cijfers. Bekend zijn met geschiedenis, en de natuurlijke en morele filosofie. Hij moet muziek kennen, iets weten over het recht, natuurkunde, de bewegingen van planeten, de proporties van het menselijk lichaam, iets over medicijnen. Kortom: van iedere wetenschap wat. Davis: „Nu komen mensen naar me toe die zeggen ‘ik ben kunstenaar geworden want ik snapte niks van wiskunde’!” Vitruvius zou zich omdraaien in zijn graf. Davis kijkt moedeloos het publiek in. „Hoe kan je nou iets betekenisvols zeggen over een wereld – en is dat niet wat kunst zou moeten doen – waarvan je niets weet?”

Beeldende kunst

Heaven + Earth + Joe Davis

28 november 19u00, MU, Emmasingel 20, Eindhoven, zie mu.nl