Dissociatieve fugue

Jasper S., de boer uit Oudwoude die nu ernstig verdacht is van de moord op Marianne Vaatstra, heeft volgens eigen zeggen een psychische aandoening. De verslaggeefster zocht de burgemeester met de geweldige naam Bearn Bilker thuis op Dissociatieve fugue. Van wat ik ervan begrijp, doe je dan dingen die je eigenlijk niet wilt doen. Een

Jasper S., de boer uit Oudwoude die nu ernstig verdacht is van de moord op Marianne Vaatstra, heeft volgens eigen zeggen een psychische aandoening.

De verslaggeefster zocht de burgemeester met de geweldige naam Bearn Bilker thuis op

Dissociatieve fugue.

Van wat ik ervan begrijp, doe je dan dingen die je eigenlijk niet wilt doen. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld ’s nachts gaan joyriden in de auto van je buurman. En dus ook misschien het verkrachten en wurgen van een meisje uit de buurt.

Ik ken het gebied een klein beetje. In 1999 werd ik er als beginnend journalist voor een reportage naar toe gestuurd. Het asielzoekerscentrum in de buurt werd er belegerd omdat een deel van de bevolking ervan overtuigd was dat de dader daar zou zitten. Er hadden er daar toen meer last van dissociatieve fugue.

De mediacaravaan trok gisteren opnieuw naar het gebied. In de dorpen Oudwoude en Zwaagwesteinde werden alle inwoners geïnterviewd. In Zwaagwesteinde waren ze opgelucht.

De mensen droegen er gebreide truien. Veel hadden er een muts op het hoofd, de winter kwam eraan. Ze zeiden allemaal hetzelfde. Ze waren blij dat de dader niet uit Zwaagwesteinde kwam.

Er stond een vrouw op een ladder. Ze hing een Friese vlag aan de gevel. Daarna zagen we haar in de voordeur met een mok koffie in de hand. Tranen in de ogen. Ze had dertien jaar in spanning geleefd. „Nu kunnen we weer verder.”

Over naar Oudwoude, waar Tanja Braun van het NOS Journaal had uitgeplozen dat de koeien op de boerderij van verdachte Jasper S. werden gemolken door vrijwilligers. Daarna zocht ze de burgemeester met de geweldige naam Bearn Bilker thuis op. Hij stond voor een kast met een ouderwets theeservies en riep op om met z’n allen „rondom de familie van de verdachte te gaan staan”. Hij vond dat de ouders „het naar omstandigheden goed deden”.

De verslaggeefster: „En ze hebben dertien jaar niets in de gaten gehad?”

De burgemeester: „Daar sta je niet bij stil.”

De buurman van de verdachte verklaarde tegen verschillende cameraploegen dat Jasper S. een leuke vrouw en leuke kinderen had.

Een man met een muts scheef op het hoofd: „Het is gewoon een mannetje, net als jij en ik. Je zoekt het er niet achter.”

Een man in een auto, sigaret in de hand: „Het is gewoon een nachtmerrie.”

Een vrouw met een boodschappentas: „Als hij vrijgezel was geweest, had ik de vlag uitgehangen.”

En zo ging dat maar door, op alle zenders, tot ver na de informatiebijeenkomst voor ‘de geschokte gemeenschap’. Een vrouw in een rode regenjas, nog helemaal ondersteboven van het nieuws, liep met grote passen naar het dorpshuis en zei wat ze daar ging vertellen. „Een stukje saamhorigheid is wel op zijn plaats. Er zijn heel veel slachtoffers. Een winnaar is er eigenlijk niet.”

Nadat ze alle clichés nog maar eens met elkaar hadden uitgewisseld kwamen de inwoners van Oudwoude uren later eensgezind naar buiten. Ze hadden veel steun gehad aan elkaar en daar wilden de meesten het bij laten. „Geen commentaar”, zei een melkveehouder. „Er is genoeg gezegd. Morgen moeten de koeien weer gemolken worden.” Daarna: „Wegwezen! Er is hier niets te zien.”