De Europese miljarden

Komende dagen moeten de27 Europese regeringsleiders in Brussel een akkoord zien te bereiken over de nieuwe meerjarenbegroting voor de Europese Unie. Als vanouds belooft het weer een uitputtingsslag te worden. Het gaat om geld en dan – zo weten de onderhandelaars – kijkt het toch al argwanende thuisfront nog kritischer dan gebruikelijk mee.

De aanzet die de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie, vorig jaar zomer gaf voor de zevenjaarlijkse dans om de geldpot, getuigde alvast van weinig realiteitszin. Terwijl in de lidstaten van de Europese Unie de bezuinigingsprogramma’s op nationale begrotingen elkaar in hoog tempo opvolgden, stelde de Commissie voor de Europese begroting voor de jaren 2014-2020 met nominaal 5 procent te verhogen. Terecht vroeg de nieuwe Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans (PvdA), zich vorige week in de Tweede Kamer af „in welk parallel universum men soms in Brussel leeft”.

Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat nationale politici weinig moeite doen om enige nuance in de discussie aan te brengen. De ingewikkelde systematiek van de Europese begroting, die zeven jaar beslaat, laat zich maar moeilijk vergelijken met de jaarbegrotingen van individuele lidstaten.

Daar komt bij dat de politici thuis maar al te graag vergeten waar ze eerder in Brussel voor hebben getekend. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de strijd die momenteel wordt gevoerd tussen de lidstaten en de Europese Commissie over de goedkeuring van de begroting voor volgend jaar, een afgeleide van de meerjarenbegroting die zeven jaar geleden werd vastgesteld. In feite draait het bij deze zo omstreden begroting louter om het betalen van de rekening van plannen waarmee dezelfde lidstaten eerder hebben ingestemd.

De slag die zich elke zeven jaar voordoet om de meerjarenbegroting, gevolgd door de jaarlijks terugkerende controverse over de uitvoering ervan, laat zien dat meer inzichtelijke Europese boekhouding dringend gewenst is. Een voor de hand liggende mogelijkheid is dat de Europese Unie over eigen inkomsten gaat beschikken voor de eigen (grotendeels weer aan de lidstaten ten goede komende) uitgaven. Maar zolang ‘Brussel’ – getuige de voorstellen voor de meerjarenbegroting – zo weinig kritisch naar de eigen uitgaven kijkt, bestaat begrijpelijk de nodige huiver bij de lidstaten.

Allereerst moet nu deze week en dus zonder uitstel een akkoord worden bereikt over de meerjarenbegroting. Want voor het aanzien en de overtuigingskracht van het toch al met een imagoprobleem kampende Europa is het van belang snel tot besluiten te komen.