Dan zelf die beerput maar legen

De wielersport wil in het reine komen met het dopingverleden. De drie Nederlandse profploegen vinden dat ze zelf verantwoordelijkheid moeten nemen.

Rotterdam. De val van Lance Armstrong heeft voor een domino-effect gezorgd: ook in andere landen en bij andere ploegen worden nu vragen gesteld over doping. Hoe? Wie? Wat? Wanneer? Waarom? Veel betrokkenen in de wielersport willen die vragen beantwoord zien. Al was het maar uit financiële motieven: potentiële sponsors voelen er weinig voor in zee te gaan met ploegen, renners of begeleiders die in verband kunnen worden gebracht met doping. Alleen door in het reine te komen met het verleden heeft het wielrennen weer toekomst, is het algehele sentiment.

In Australië wordt gewerkt aan een instituut waar (ex-)renners hun dopingverleden kunnen opbiechten, in Noorwegen moeten ze zweren schoon te zijn wanneer ze voor hun land uitkomen. Het Britse Team Sky laat alle werknemers een convenant tekenen waarin ze moeten beloven geen doping te hebben gebruikt – wie met zijn ogen knippert, heeft een probleem.

Met de Nederlandse wielerbond KNWU achten de drie Nederlandse ploegen (Argos, Vacansoleil en de voormalige Raboploeg) een onderzoek naar het verleden onvermijdelijk. Harold Knebel, manager van de voormalige Raboploeg: „We zijn in gesprek met potentiële nieuwe sponsoren. Die willen allemaal zeker weten dat ze niet verrast worden door lijken die uit de kast vallen. Ze eisen een soort schonegrondverklaring.”

De ploegen hadden de hoop dat de internationale wielerunie UCI een slagvaardige onderzoekscommissie zou opzetten. Maar die hoop is intussen vervlogen. Michiel Elijzen, ploegleider bij de ex-Raboploeg: „Bij de UCI waaien ze met alle winden mee. Daar komt de oplossing niet vandaan.” Marcel Wintels, voorzitter van de KNWU: „De UCI is vooral bezig met de consequenties van het Usada-rapport [naar dopingverleden Armstrong]. Wij willen een stuk verder gaan. Wij willen weten wat er is gebeurd en vooral: hoe het heeft kunnen gebeuren? Wij nemen onze eigen verantwoordelijkheid en we zien daarna wel of er internationale afstemming komt.”

De bond is daarom in overleg met de profploegen, de Dopingautoriteit, het ministerie van VWS en sportkoepel NOC*NSF over de samenstelling van een onafhankelijke waarheidscommissie. Op 30 november gaat de commissie aan de slag; een half jaar later moet er een rapport klaar zijn.

Er liggen nog een paar obstakels op de weg, vooral juridische. Wat zijn de consequenties voor renners, ex-renners, ploegleiders, verzorgers of artsen die tegenover de commissie bekennen dat ze doping gebruikt of verstrekt hebben? Wordt hun anonimiteit gewaarborgd of moeten ze in het openbaar biechten? Krijgen ze strafvermindering als ze meewerken? En zo ja: hoeveel dan?

Volgens Herman Ram, hoofd van de Dopingautoriteit, is de overkoepelende wereldantidopingcode leidend. „Die geeft de mogelijkheid driekwart van de straf kwijt te schelden bij volledige medewerking.” Wat die volledige medewerking precies inhoudt, is een stuk moeilijker te definiëren. Ram: „In elk geval niet alleen maar zeggen: ik heb doping gebruikt – en verder niks.”

Met dopinggebruikers van vóór 2004 kan Ram niks – in de code staat een verjaringstermijn van acht jaar. Voor een groot onderzoek, ook naar het verre verleden, heeft Ram geen geld. „Twee renners gaat nog wel, maar als het er twintig worden, zijn we maanden bezig. Dat kost heel veel tijd en geld. Dat hebben wij niet.”

Ram gaat minder ver dan de drie Nederlandse ploegen. Die zouden graag zo snel mogelijk het onderzoek van de commissie koppelen aan een strafsysteem. „We moeten nu doorbeuken”, in de woorden van Merijn Zeeman van de ex-Raboploeg. En Knebel, manager van voorheen Rabo: „Je moet allerlei variabelen in acht nemen. Is er sprake van handel? Wat doe je met verjaring? Bovendien is de sport veranderd in 2008, na Operación Puerto en de Tour waarin [Rabo’s geletruidrager] Rasmussen naar huis werd gestuurd. Wie na die tijd met bloeddoping bezig is geweest, moet strenger worden gestraft, denk ik.”

Frank Kwanten van Vacansoleil: „Wij zouden graag onderscheid zien in sancties tussen de organisatoren van dopinggebruik en renners die onder druk hebben gebruikt.”

Iwan Spekenbrink, manager van Argos, is sceptisch. Hij vindt de uitgangspunten van de commissie „te soft” en vindt dat ploegen vooral hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. „Ik heb mijn twijfels of het lukt, maar ik zou het wel toejuichen als we samen zouden optrekken.”

Het liefst willen de drie ploegen samen een document opstellen dat ze kunnen voorleggen aan hun renners en begeleiders – met daarin vragen (wat heb je in het verleden gedaan?) en mogelijke consequenties (een half jaar schorsing, een jaar, levenslang?).

Het is de vraag of dat arbeidsrechtelijk mogelijk is, maar er is een precedent. Knebel: „Sky heeft werknemers zo’n document voorgelegd en vervolgens iedereen ontslagen die ooit iets te maken heeft gehad met doping. Ik vraag me af of wij zó ver moeten gaan, maar hun initiatief maakt wel iets los.”

Binnenkort proberen de drie wielerploegen met de KNWU en de Dopingautoriteit overeenstemming te bereiken. Want de beerput moet leeg, vinden de ploegen. Als het niet internationaal lukt, dan maar nationaal. Richard Plugge, perschef van de voormalige Raboploeg: „Als de UCI het niet doet, dan doen we het zelf wel.”