'Daar ging mijn pensioenvoorziening'

Lang twijfelde Robert of hij wel naar de veiling van zijn eigen huis moest gaan, maar uiteindelijk kon hij het niet laten. „Mijn kijk op de waarde van dingen is veranderd.”

Nederland, Veen, 19-11-12 Dit huis is geveild bij een Regionale huizenveiling in Hotel van de Valk in Gilze. Wielstraat 53 te Veen. © Photo Merlin Daleman

De zaal in de kelder van het Van der Valk hotel in Gilze, bij Tilburg, stroomt vol. Het zijn voornamelijk mannen, alleen en in groepjes; met bouwvakkersschoenen, of juist keurig in pak. Ze komen deze donderdag voor de veiling van twintig huizen.

Om half twee zijn alle 150 stoelen bezet. Ze staan in rijen van tien opgesteld met uitzicht op het podium waar de notaris, de veilingmeester en de veilingcoördinator plaatsnemen. Aan de zijkant en achterin de zaal staan nog tientallen mannen.

„Alleen de mensen die zitten, mogen bieden”, zegt de veilingmeester. Een afbeelding van het eerste huis dat geveild wordt, verschijnt op het projectiescherm achter hem. Een recreatiewoning. „We beginnen per opbod. Wie biedt?” „Vijfduizend”, roept iemand in de zaal. Handen gaan omhoog, biedingen via internet. Uiteindelijk stopt het opbieden bij 15.000 euro. „Nu gaan we afmijnen”, zegt de veilingmeester. „Ik begin bij twee ton en tel terug. Alleen het woordje ‘mijn’ is rechtsgeldig.” Bij 21.000 euro mijnt een internetbieder. De recreatiewoning is van hem. Het wordt steeds warmer in de zaal.

Robert (60) zat vorige maand in het Van der Valk hotel toen zijn eigen huis werd geveild. Hij had lang getwijfeld of hij wel moest gaan, maar kon het uiteindelijk niet laten. Hij belandde op rij één. Het eerste pand dat die dag geveild werd, was een woning met bedrijfsruimte. De veilingmeester vroeg wie er wilde inzetten voor een ton. Het bleef stil in de zaal. Iemand riep: „60.000 euro”. Robert wist niet wat hij meemaakte. Zijn huis was als vijftiende aan de beurt.

Robert vertelt zijn verhaal bij Huijbregts Notarissen & Adviseurs in Den Bosch, in aanwezigheid van kandidaat-notaris Aline Rosenbrand-Biesheuvel. Op haar verzoek wil hij wel uitleggen hoe het bij hem tot woningveiling kwam.

„Ik had sinds 1995 een bedrijf in de bouw.” Hij kijkt naar Rosenbrand-Biesheuvel. „Of moet ik dat niet zeggen? Weten mensen dan meteen dat ik het ben?” Zij: „Dat kunt u gemakkelijk zeggen. Zo’n 80 procent van de veilingdossiers heeft sinds de crisis direct of indirect met de bouw te maken. Eerst gingen de bouwbedrijven failliet. Toen raakten zzp’ers in de bouw in de problemen, vooral als zij ook nog gingen scheiden of ziek werden. Nu hebben ook makelaars en financieel adviseurs het moeilijk.”

Robert gaat verder. Om een nieuw product verder te kunnen ontwikkelen, had hij geld nodig. Hij sloot – na goed overleg met zijn vrouw met wie hij in gemeenschap van goederen is getrouwd – een extra hypotheek af op zijn privéwoning om garant te kunnen staan voor een lening voor de zaak. „Twee maanden nadat ik die hypotheek had afgesloten, viel Lehman Brothers om.”

Drie jaar lang probeerde hij zijn nieuwe product aan de man te brengen. Soms leek het te lukken, maar uiteindelijk haakten geïnteresseerden toch steeds af. Regelmatig vroeg hij zich af waar hij mee bezig was. Maar hij moest door. Het product moest verkocht worden, anders zou zijn bedrijf omvallen.

Vorig jaar december ging zijn bedrijf failliet. Hij moest de touwtjes uit handen geven. Er was geen inkomen meer. Gevolg: wanbetalingen. Hij kon geen hypotheekrente meer betalen. De bank bij wie hij de extra hypotheek had afgesloten, vond dat zijn huis moest worden geveild. Zo kwamen Robert en zijn vrouw bij Rosenbrand-Biesheuvel terecht.

Hij had behalve zijn woning nog een beleggingspand. Daar wilde hij niet aankomen. „Het was mijn pensioenvoorziening.” Maar bij de woningbouwvereniging kreeg hij geen urgentieverklaring. Dus er zat niets anders op.

In overleg met de notaris woonden hij en zijn vrouw tot vlak voor de veiling in hun huis. Een bewoond huis levert meer op. En er waren twee kijkdagen. Ook dat zou prijsverhogend werken. Uiteindelijk ging zijn huis onder de hamer voor 70 procent van de WOZ-waarde. Daardoor bleef hij tot zijn opluchting nagenoeg zonder restschuld achter.

Nu heeft hij een dak boven zijn hoofd, maar geen inkomen. „Ik ben nog niet uit de zorgen. Zie maar eens aan nieuw werk te komen op mijn leeftijd. Vanuit een gesettelde positie, ben ik beland in onzekerheid.”

Robert is bouwkundig ingenieur. Zo nu en dan heeft hij een klus. Hij pakt aan wat hij krijgen kan. „Niets is meer vanzelfsprekend. Mijn kijk op de waarde van dingen is veranderd.” Zijn mond lacht, zijn ogen worden vochtig. „Op het moment dat alles goed gaat, ga je soms naast je schoenen lopen. Tenminste, ik had daar, denk ik, wel eens last van. Nu ben ik bescheidener geworden.”