Brieven

Alleen DNA is niet genoeg bewijs in zaak-Vaatstra

Het leidt bij iedereen tot grote vreugde dat er door grootschalig DNA-onderzoek een doorbraak lijkt te hebben plaatsgevonden in de dertien jaar oude zaak van de moord op Marianne Vaatstra. Toch moet erop worden gewezen dat het overeenstemmen van het DNA-materiaal niet meer mag worden gebruikt om het tenlastegelegde te bewijzen. Zelfs een bekentenis van de verdachte is onder deze omstandigheden onvoldoende bewijs.

Het overeenstemmen van het DNA van de verdachte met het materiaal dat bij het slachtoffer is aangetroffen, is vooralsnog het enige spoor. Politie en justitie zullen hopelijk zoeken naar aanvullende, objectieve bewijzen dat de werkelijke dader is aangehouden.

Als zij dit aanvullende bewijs niet vinden, zullen zij verdachte moeten laten gaan, hoe bitter dit ook is. De kans op een gerechtelijke dwaling is anders te groot.

Prof. Dr. Anton J.M. Loonen

Arts/klinisch farmacoloog, Roosendaal

Onze ‘cultuur’ is iets heel anders dan Duitse

Kultur

Als er in Duitsland zaken gedaan moeten worden, is het uiteraard een voordeel als de Nederlandse handelspartners de taal spreken (NRC Handelsblad, 15 november). Er moet kennelijk eerst een crisissfeer heersen om zich dit simpele feit bewust te worden.

Gelukkig komen steeds meer ondernemers hier nog net op tijd achter. Zoals bekend is het vak Duits zowel in het middelbaar onderwijs als aan onze universiteiten op sterven na dood.

Opmerkelijk is wel het citaat van eigenaar Ron van Ommeren van het bedrijf Modulo Béton dat „niet alleen de taal, maar ook de Duitse cultuur een voorname rol speelt”. Ik ben bang dat hij hiermee de plank kan misslaan bij zijn Duitse opdrachtgevers. Zij zullen Kultur niet snel in verband brengen met omgangsvormen en roze pullovers, zoals Van Ommeren doet!

Ook blijkt in dit artikel weer dat ook journalisten nog steeds niet nauwkeurig zijn als het de Duitse taal betreft. De auteur vermeldt dat succes alleen mogelijk is als het werk met Deutsche gründligkeit wordt verricht.

Toe maar, dat zijn drie spelfouten tegelijk. Het moet zijn: deutsche Gründlichkeit.

H.J. van der Sluis, litt drs.

Amersfoort

Dat nieuwe migratiebeleid werpt alleen maar extra drempels op

„Ons immigratiebeleid is restrictief, rechtvaardig en gericht op integratie”, luidt de openingszin van de migratieparagraaf in het regeerakkoord. In werkelijkheid lijkt het beleid uitsluitend drempels op te werpen, zonder de integratie te bevorderen. Het opleggen van hoge eisen zonder het steunen van nieuwkomers en betrokken Nederlanders leidt tot vervreemding en verwijdering in plaats van integratie.

De regering mag terecht van vluchtelingen verwachten dat zij zich maximaal inzetten in Nederland, maar alleen strengheid lost niets op en lest slechts de dorst naar symboolpolitiek. Zo werkt het strafbaar stellen van illegaliteit stigmatiserend. Het maakt mensen kwetsbaarder voor uitbuiting, terwijl ze echt niet vertrekken. Bovendien kost het detineren van illegalen handenvol belastinggeld.

Ook het langer laten wachten van toegelaten vluchtelingen voor het Nederlandse burgerschap heeft slechts symboolwaarde. Het is krom om te verwachten dat een nieuwkomer participeert in de Nederlandse samenleving als hij de eerste zeven jaar zelfs niet mag stemmen.

Nederland heeft altijd geprofiteerd van wat vluchtelingen ons te bieden hadden. In de tijd van de Verlichting publiceerden bedreigde dissidenten als Spinoza en Voltaire hier in vrijheid hun boeken. Zo hebben vele hoogvliegers uit andere landen de bouwstenen gelegd voor onze moderne kenniseconomie.

Jasper Kuipers

Plaatsvervangend directeur van Vluchtelingwerk Nederland

Damon Golriz

Iraans politiek vluchteling, politiek commentator en lid van de VVD

Waarom mag ik hier niet wonen met mijn vrouw?

In de afgelopen twintig jaar woonde en werkte ik in Nieuw-Zeeland. Daar heb ik mijn Nieuw-Zeelandse vrouw ontmoet. We zijn ruim acht jaar getrouwd.

Twee maanden geleden zijn we naar Nederland verhuisd. Ik werk op contractbasis bij de Vogelbescherming in Zeist – 24 uur per week voor drie maanden. Mijn vrouw leert Nederlands en hoopt binnenkort aan de slag te kunnen als operatiekamerverpleegster.

Maar ze moet over vier weken het land uit, en moet minstens drie maanden wegblijven. De belangrijkste reden is dat ik geen werkcontract heb van ten minste twaalf maanden.

Het heeft geen invloed dat we getrouwd zijn, verantwoordelijke staatsburgers zijn en nooit in aanraking zijn geweest met de politie. We gingen ervan uit dat Susan ten minste zes maanden in Nederland kon blijven, maar deze regel blijkt per 1 oktober afgeschaft te zijn.

Er wordt ons aangeraden om zo’n zes maanden in Duitsland of België te gaan wonen. Daarna kunnen we weer gewoon naar Nederland terugkeren. Dan krijgt mijn vrouw geen enkele beperking opgelegd en kan ze een verblijfsvergunning krijgen. Wij willen alleen niet in Duitsland gaan wonen om een regeltje te omzeilen. Daarvoor zijn we niet naar Nederland gekomen.

Ik heb het gevoel dat mijn Nederlanderschap, dat ik altijd met trots heb behouden, niet telt in Nederland. Ik zou toch het recht moeten hebben om met mijn levenspartner, met wie ik al dertien jaar samen ben, in mijn eigen land te wonen?

Bert Rebergen

Scherpenzeel