Blasfemiemeisje Pakistan duikt onder

De 14-jarige Pakistaanse Rimsha Masih is nog niet veilig nu zij van blasfemie vrijgesproken is. Zij leeft nu ondergedoken met haar familie.

„Voor mij is ze onschuldig’, zei de 14-jarige jongen achter de toonbank van een bouwvallige levensmiddelenwinkeltje in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad. Dat was vorige maand, toen Rimsha Masih, het 14-jarige zwakzinnige meisje dat onder wereldwijd protest werd vervolgd wegens het schenden van de koran, nog een levenslange gevangenisstraf of de dood boven het hoofd hing. Dinsdag werd ze vrijgesproken. Niemand had gezien dat zij pagina’s uit de koran verbrandde, oordeelde de rechter.

De christelijke Rimsha Masih en haar familie bevinden zich nu op een geheime plek. Want een beschuldiging van het overtreden van de blasfemiewet is in Pakistan meer dan een juridische kwestie. Het gerenommeerde Pakistaanse Centre for Research and Security Studies onderzocht de zaak van 434 overtreders sinds 1953, van wie overigens 60 procent moslim is. In geen enkele blasfemiezaak werd de doodstraf uiteindelijk voltrokken. Wel werden 52 mensen na hun vrijlating vermoord.

In Merhabadi, de arme buitenwijk van Islamabad waar de familie Masih woonde, is door de affaire een sfeer van wantrouwen ontstaan. Na de arrestatie van Rimsha in augustus vertrokken veel christenen. De kerk werd geplunderd. „Het waren extremisten van elders”, zei de christelijke straatveger Arif Jan (32). „Ze belemmeren onze eredienst”, riep een woedende vrouw. De verkoper in winkelshop, waar Rimsha een vaste klant was, vond haar „aardig voor moslims”. „Waarom zou zij onze koran verbranden?” Meer wilde hij niet zeggen. Zijn naam gaf hij niet.

Rimsha’s vervolging leidde tot internationaal protest tegen Pakistans strenge blasfemiewetten. Net als twee jaar geleden toen de christelijke moeder van vijf kinderen Asia Noreen, ook bekend als Asia Bibi, ter dood werd veroordeeld. Dorpsgenoten die ruzie met haar hadden zeiden dat ze de profeet Mohammed had beledigd. Zij wacht op hoger beroep. Het is nu voor het eerst dat een aangeklaagde is vrijgesproken.

De regering durft geen wetswijziging aan. Het kritiseren van de blasfemiewetten is gevaarlijk. Een minister en een gouverneur werden erom vermoord. „Ze waren tegen de blasfemiewet, niet voor blasfemie”, zegt oud-staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Tashnim Noorani in een telefoongesprek. Volgens Noorani leent de wet zich om persoonlijke vetes te beslechten. „Elke agent kan een aanklacht wegens blasfemie registreren. Dat is te gemakkelijk.”

Niet alleen mensen van religieuze minderheden (5 procent van de bevolking van 190 miljoen) worden aangeklaagd wegens blasfemie – de meerderheid is moslim. Vorige week werd een moslim veroordeeld voor het roepen van blasfemische teksten vanaf het dak van zijn huis. Eind september werden moslimmannen die een hindoetempel aanvielen aangeklaagd.