Bestand tegen een kwade dronk

In de Lingewaard controleren ze al sinds 2008 op jongeren en alcohol. „Ik heb weleens een douw teruggegeven.”

Redacteur Lokaal Bestuur

Rotterdam. Michiel van Baardewijk is een voorloper. Sinds 2008 doet hij in de regio Lingewaard wat honderden gemeenteambtenaren vanaf 1 januari aanstaande in heel Nederland moeten doen: de nieuwe Drank- en Horecawet handhaven. Per 2013 nemen gemeenten die taak over van de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA). De Lingewaard is een van vijftien Nederlandse regio’s en gemeenten die sinds 2008 in een zogenoemde ‘pilot’ hebben mogen oefenen met het handhaven van de wet. Van Baardewijk (39), een voormalig milieu-inspecteur, volgde een opleiding bij de VWA, haalde het verplichte examen over de drankwet en begeeft zich sindsdien als ‘bijzonder opsporingsambtenaar alcohol’ (boa) in disco’s, supermarkten en sportkantines – en onder drinkende jongeren op straat.

Beschrijft u uw werk eens. U gaat een kroeg binnen om te controleren op alcoholverkoop onder de zestien, en dan?

„Ik kijk allereerst of er jongeren die kroeg ingaan. En zo ja, worden ze gecontroleerd op leeftijd? Binnen kijk ik wat de barkeepers schenken. Bijna alle merken sterke drank hebben een zwakkere variant – met 14,9 procent alcohol. Safari gewoon en Safari Senza. Ik moet die flessen onderscheiden voor de leeftijdscontrole. Wat krijgt de jongere die aan de bar Safari bestelt? Zie ik dat de barkeeper een aantal keren alcohol verkoopt aan jong uitziende mensen, dan treed ik op. Ik spreek die jongeren aan, vraag hoe oud ze zijn en of de barkeeper hun wel om hun ID-bewijs vroeg. Ik praat ook met de barkeeper zelf. Met de bedrijfsleider spreek ik over mijn bevindingen en ik laat weten dat er een boeterapport aankomt. Een boete voor drankverkoop aan minderjarigen bedraagt nu nog 900 euro, maar vanaf januari 1.360 euro.”

Wat komt u zoal tegen?

„Als je mijn werk doet, ben je er al na een paar weken van overtuigd hoe noodzakelijk het is. Ik ben geschrokken van de hoeveelheden alcohol die jongeren drinken. Als ik ze op straat tegenkom, zijn ze soms helemaal van de wereld. Ouders weten meestal niet dat hun kind veel drinkt. Ze hebben er geen zicht op en zijn te goed van vertrouwen.”

Hoe zien uw werktijden eruit?

„Zeer onregelmatig. Ik werk vooral ’s avonds en in het weekend. Zaterdagavond ga ik vaak naar een feest of evenement en lig ik rond drie uur in bed.”

Vanaf januari moeten gemeenten toezicht houden, maar ze hebben vaak het geld niet om nieuwe opsporingsambtenaren aan te nemen. De kans bestaat dat, zeg, parkeerwachters er binnenkort een taak bij krijgen.

„Ik pleit ervoor: houd die twee banen gescheiden. Het werk van de alcoholboa is echt ingewikkelder dan het normale toezichtswerk. Gemeenten moeten geschikte personen vinden, die het leuk vinden om ’s avonds en ’s weekends te werken. En fulltime. Het is moeilijk dit werk een paar uurtjes per week te doen. Je moet uren maken om de wet van binnen en buiten te kennen: het draait om parate kennis, in die disco of sportkantine. En, ook belangrijk, je moet bestand zijn tegen de risico’s van het werk.”

Zoals?

„’s Nachts in feesttenten heeft vrijwel iedereen om mij heen gedronken. Er zijn ook mensen met een kwade dronk. Als ik voor mijn werk vragen stel aan een groepje jongeren, zijn er soms figuren die zich ermee bemoeien. Die me aan de kant willen duwen. Dan laat ik duidelijk merken dat ik er niet van gediend ben. En ja, ik heb weleens een douw teruggegeven.”

U geeft boetes aan alcoholverstrekkers. Leidt dat tot agressie?

„Bij mij niet. Soms proberen cafébazen of supermarktmanagers onder de boete uit te komen. Of ze zeggen: ik neem wel even contact op met de gemeentebestuurder. Door dat soort opmerkingen moet je je niet van de wijs laten brengen.”

Zijn er wel genoeg ambtenaren die geschikt zijn voor dit werk?

„Ik spreek regelmatig met gemeenten over de nieuwe wet. En sommige gemeenten lukt het prima om een goede toezichthouder aan te stellen. Handhaving werkt het beste in gemeenten die zich al langer inzetten voor alcoholmatiging. Bij andere gemeenten is dat moeilijker. Die moeten misschien verder kijken dan hun eigen opsporingsambtenaren. Stel een straatcoach aan, of een jeugdwerker. Iemand die kan omgaan met agressie. Maar ik snap ook, lang niet alle gemeenten hebben geld beschikbaar voor een fulltime alcoholboa. Jammer.”