Akkoord noodsteun Grieken is 'dichtbij'

De euroministers van Financiën zijn het vannacht opnieuw niet eens geworden over manieren waarop de schuld van Griekenland verminderd kan worden. Na elf uur vergaderen zei eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker vanmorgen dat hij „een beetje teleurgesteld” was en dat het beraad maandag verder gaat. „We zijn dicht bij een akkoord.”

Griekenland heeft volgens de euroministers alles gedaan om in aanmerking te komen voor een nieuwe tranche leningen van 31,5 miljard euro. De eurolanden zijn bereid dit bedrag over te maken, net als twee tranches die het land eerder misliep. Maar het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat meebetaalt, weigert dit omdat het de Griekse schuld op lange termijn onhoudbaar vindt. De Griekse economie krimpt sterk. Daardoor daalt de schuldenlast van het land te langzaam. In 2020 zal de schuld niet zijn teruggebracht tot 120 procent van het bruto binnenlands product (bbp), zoals de bedoeling was, maar 140 procent. Het IMF eist een ingrijpende vermindering van de schulden, liefst doordat eurolanden op de één of andere manier een deel kwijtschelden. Eurolanden weigeren dit. Vorige week botste IMF-directeur Christine Lagarde hierover openlijk met Juncker.

Nu bespraken de ministers diverse methodes die tegelijk ingezet kunnen worden om die schulden te verlagen, zoals lagere rentes op leningen aan Griekenland, langere afbetalingstermijnen en een schema waarbij Griekenland zijn eigen schuld met korting terugkoopt van particuliere obligatiehouders. Zo’n combinatie is lastig, omdat op elk onderdeel wel een land dwarsligt.

Maandag deden ministers van enkele grote eurolanden en verantwoordelijken van Europese instellingen in Parijs al een vergeefse poging om een akkoord te bereiken.

Griekenland moet rond 5 december zijn tranche krijgen. Eerst dienen nationale parlementen in diverse landen, waaronder Nederland en Duitsland, ermee akkoord gaan.