'Vrouwenquotum voor bedrijven is geen verplichting'

De aanleiding

Het aantal vrouwen op topposities in het Europese bedrijfsleven is te laag. Dat vindt de Europese Commissie tenminste, het dagelijks bestuur van de EU. Daarom kwam ‘Brussel’ vorige week met een wetsvoorstel om daar verandering in te brengen. „Vandaag heeft de Europese Commissie actie ondernomen om het glazen plafond te breken dat vrouwelijk talent nog altijd weert uit topposities in Europa’s grootste bedrijven”, zo luidde de eerste zin van het persbericht.

Meer vrouwen in de top leidt volgens eurocommissaris Viviane Reding (Justitie) tot een innovatievere werkomgeving en betere bedrijfsprestaties. Een groeiend aantal studies zou aantonen dat meer vrouwen voor een „diversere geestestoestand” in bedrijven zorgen, wat tot een „meer gebalanceerde besluitvorming” leidt. Bovendien bestaat 60 procent van de universitair afgestudeerden in de EU intussen uit vrouwen. Als dat in de boardrooms niet is terug te zien, dan is er waarschijnlijk sprake van kapitaalvernieting, zo redeneert de Commissie.

Maar volgens persbureau ANP zou Brussel slechts streefpercentages noemen voor vrouwen in de top, in plaats van harde wetgeving. ‘Brussel zwakt vrouwenquotum bedrijven af’, was bijvoorbeeld op Nu.nl te lezen. „Bij een streefcijfer zijn er geen sancties verbonden aan het niet behalen van de doelstelling”, schreef de Volkskrant op donderdag.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW en de Tweede Kamerfractie van de VVD lieten desondanks weten tegen het „vrouwenquotum” te zijn. De VVD wil met de Tweede Kamer en andere nationale parlementen gezamenlijk optrekken tegen het voorstel uit Brussel.

Zouden de VVD en VNO-NCW zich zo druk maken als het slechts om streefcijfers gaat? next.checkt daarom: de Europese Commissie stelt geen verplicht vrouwenquotum voor de top van Europese bedrijven voor.

En, klopt het?

Uit het wetsvoorstel blijkt dat eurocommissaris Reding alleen voorstellen doet voor een minimumpercentage van 40 procent vrouwen „among non-executive directors” in beursgenoteerde bedrijven. Dit betekent dat het wetsvoorstel niet geldt voor de raden van bestuur, maar alleen voor de raden van commissarissen. Met andere woorden: het plan geldt niet voor de bedrijfstop die het beleid bepaalt, maar alleen voor de toezichthouders op die bedrijfstop.

In de raad van commissarissen van Shell zaten vorig jaar bijvoorbeeld zeven mannen en twee vrouwen. Zij houden toezicht op het beleid van de Zwitserse bestuursvoorzitter Peter Voser en zijn vijfkoppige raad van bestuur. Als het voorstel van Reding wordt aangenomen, dan zouden er in 2020 bij Shell minstens vier vrouwen in de raad van commissarissen moeten zitten. Kleine en middelgrote bedrijven zijn vrijgesteld van deze verplichting. Dat het wel degelijk om een plicht gaat, blijkt uit artikel zes van het wetsvoorstel. Daarin staat dat lidstaten in hun nationale wetgeving sancties moeten opnemen voor bedrijven die niet aan de minimumnormen voldoen.

De Nederlandse eurocommissaris Neelie Kroes (Digitale Agenda) schrijft op haar blog dat het niet om bindende EU-quota gaat, maar de woordvoerder van Reding ziet dat anders. Uit de tekst van het wetsvoorstel kan ook niet anders worden geconcludeerd dan dat Brussel wel op een verplicht quotum aanstuurt.

Een verschil met eerdere conceptvoorstellen van Reding is wel dat de EU-landen zelf mogen bepalen wat voor straffen ze precies opleggen. Als ze maar effectief zijn. De Commissie stelt onder andere financiële boetes voor. Ook zijn alternatieve nationale systemen toegestaan, als ze maar tot 40 procent vrouwen in de raden van commissarissen leiden.

Als lidstaten dit soort nationale wetgeving niet invoeren, kunnen ze een ‘inbreukprocedure’ vanuit Brussel verwachten. In het uiterste geval leidt die tot forse boetes, opgelegd door het EU-hof in Luxemburg.

Het voorstel van Reding moet nog worden goedgekeurd door de EU-landen en het Europees Parlement. De Europarlementariërs zijn in meerderheid voor, maar onder de lidstaten bestaat veel verzet. Bij een bijeenkomst van de ministers van Sociale Zaken in februari bleken alleen België, Oostenrijk en Finland het plan te steunen. Nederland protesteerde onlangs met acht andere landen per brief aan Brussel tegen het voorgenomen vrouwenquotum. Veel landen vinden dat de EU zich niet met de samenstelling van raden van bestuur of raden van commissarissen mag bemoeien. Het is dan ook maar zeer de vraag of het voorstel wordt goedgekeurd.

In Nederland geldt sinds kort een streefpercentage per 2016 van 30 procent topvrouwen in grote bedrijven (voor zowel raden van bestuur als raden van commissarissen). Er zijn geen sancties voor ondernemingen die dat percentage niet halen.

Conclusie

Er ontstond vorige week onduidelijkheid over een voorstel uit Brussel voor een minimumpercentage vrouwen in de top van Europese bedrijven. Ging het hier om een verplichting of niet? Dat blijkt wel degelijk het geval te zijn, al geldt het voorstel alleen voor raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven. Die moeten in 2020 voor minimaal 40 procent uit vrouwen bestaan. Of de plannen het redden is maar de vraag. Veel lidstaten, waaronder Nederland, zijn tegen en zij moeten zich er nog over uitspreken. Dat neemt niet weg dat we de bewering dat de Europese Commissie geen verplicht vrouwenquotum voor de top van Europese bedrijven voorstelt, beoordelen als onwaar.