Vermoeiend, die etiketten op m'n voorhoofd

Hij oefent zijn schrijverschap uit in slechts één taal en geen enkele andere : het Dimitri Verhulsts. De vertaalrechten zijn te koop.

Het overkomt me wel vaker dat ik, in landen waar men meent dat men in België Belgisch spreekt, in recensies of op literaire festivals wordt voorgesteld als een Nederlandse schrijver. Diplomatieke rellen zijn daar nog niet uit voortgevloeid. Voor een idee wil ik graag ten strijde trekken, maar voor een vaderland laad ik m’n wapens niet. Daarvoor is het hele concept van een ‘nationaliteit’ mij veel te versleten.

Het is overigens een vermoeiende bezigheid, voortdurend de etiketten van mijn voorhoofd los te moeten weken die een ander er malgré wenste op te kleven. Nu weer moet ik nodig ‘Vlaams’ zijn, morgen bombardeert een ander mij weer tot ‘Belg’, of ‘Aalstenaar’ godbetert, en overmorgen dus weer tot ‘Nederlander’.

Ik zou de literaire journalisten die mij tot de orde der gewervelde Nederlanders rekenen kunnen aansmeren dat zij, geheel modieus, wel wéinig opzoekingswerk hebben verricht, maar mijn hart is groot (bij momenten) en ik heb alle begrip voor de brave recensent uit Somewheria die op de eerste bladzij van mijn roman leest dat die vertaald werd uit het Nederlands en daar zonder verder nadenken de meest voor de hand liggende conclusie uit trekt. Eigenlijk sluit het idee van mijn Nederlands-heid ook het dichtst aan bij een gedachte die ik met Fernando Pessoa deel, namelijk dat mijn ware vaderland mijn moedertaal is.

Het Nederlands dus.

Zijnde de taal die onderworpen is aan alle grammaticale wetten van het officiële Standaardnederlands. Ik heb de beschikking over dezelfde codex en bedien mij ruim en met veel plezier uit dezelfde grabbelton vol heerlijke woorden als iemand uit pakweg Roelofarendsveen. Ook de inwoner van Noordwijkerhout kan mijn schrijfsels lezen zonder de tussenkomst van een vertaler. De wrong in mijn tong, ja, die verraadt dat ik het gros van mijn primeurs beleefde bezuiden de schaatsgekte. Mijn accent, een heerlijk vette r, de dans der woorden op een lichtjes andere kadans, en hier en daar een voor Hollanders zotte taalkronkel.

Maar wie mijn gedachten wil decoderen, heeft nog altijd een tamelijk dikke Van Dale nodig. Mijn neuronen communiceren met elkaar in de woorden die het Groene Boekje ons gegeven heeft. Tja, welke taal is dat dan?

Maar de hele pietluttige kwestie of het Vlaams hetzelfde is als het Nederlands, dan wel een variant met splitsingsdwang, bevlogen door linguïstische onafhankelijkheidswaan, is niet aan mij besteed en trouwens volkomen irrelevant voor mijn schrijverschap. Ik kan niet tevreden zijn over mijn schrijfsels als ik ze niet heb neergeschreven in het Dimitri Verhulsts. U kan dat koeterwaals vinden, of boerenpummelees. Dat is allemaal prima voor mij.

En mocht u vinden dat mijn boeken dringend moeten verschijnen in het Edelnederlands of het Hoog-Vlaams, dan zou ik u vooral willen aanmoedigen daar werk van te maken. De vertaalrechten zijn te koop bij uitgeverij Atlas Contact en ik heb de droeve reputatie erg goedkoop te zijn. Dus bieden maar.