Patiënt moet gehoord worden

De Inspectie voor de Gezondheidszorg neemt burgers niet serieus genoeg. Klachten vallen er in een zwart gat. Dat moet veranderen.

Baby Jelmer is een schrijnend voorbeeld. Vijf jaar geleden werd het jongetje (te vroeg) geboren in het academisch ziekenhuis Groningen. Hij werd aan zijn darmen geopereerd en liep daarbij ernstig hersenletsel op. De anesthesist, bleek achteraf, wist weinig van te vroeg geboren baby’s. Jelmers ouders klaagden bij het ziekenhuis en schakelden de inspectie in. Jarenlang werden de ouders aan het lijntje gehouden. Door het ziekenhuis én de inspectie.

In januari dit jaar kregen de ouders gelijk van de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer. En eigenlijk zijn er wel tien rapporten verschenen, in twintig jaar tijd, die allemaal constateren: de Inspectie voor de Gezondheidszorg is er niet voor de burger. Patiënten en nabestaanden voelen zich niet serieus genomen door de inspectie als ze klagen over een (mogelijke) medische fout.

Gisteren bleek het weer uit twee onderzoeken die minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) had laten uitvoeren en die werden gepresenteerd onder de titel Doorpakken! De inspectie ziet het vooral als haar taak om de algehele kwaliteit van afdelingen en ziekenhuizen te meten en niet om klachten van burgers na te trekken. Individuele klachten vallen er in een zwart gat.

Onderzoekers Koos van der Steenhoven en Winnie Sorgdrager doen nu een reeks aanbevelingen: de inspectie moet een meld- en adviespunt openen dat burgers begeleidt wanneer ze een klacht indienen bij een ziekenhuis. Draalt het ziekenhuis, dan moet dat opvallen bij de inspectie en moet ze zélf op onderzoek uitgaan. Er zouden kleine teams van inspecteurs moeten komen die bij misstanden die ernstig lijken snel onderzoek doen.

Ook zouden klachten en meldingen van patiënten onmiddellijk op de site van de inspectie moeten komen. Dat kan grote reputatieschade opleveren voor ziekenhuizen, want niet elke klacht blijkt gegrond te zijn. Feit is, zei Van der Steenhoven gisteren, dat er nu al tal van particuliere websites zijn waar klachten over dokters met naam en toenaam worden gemeld.

Inspecteurs zouden ook geregeld van plek moeten wisselen zodat ze niet te nauwe banden krijgen met de ziekenhuizen die zij in de gaten houden. Van der Steenhoven wilde gisteren, bij de presentatie van het rapport, niet zeggen of hij de indruk had dat inspecteurs medische fouten met de mantel der liefde hebben bedekt omdat ze de relatie met het ziekenhuis goed wilden houden.

Sommige aanbevelingen zal minister Schippers begin volgend jaar in beleidsvoorstellen opnemen, zei ze gisteren. Welke wilde ze nog niet zeggen. „Het is van groot belang dat burgers vertrouwen hebben in de inspectie.”

Elk jaar krijgt de inspectie ongeveer 1.400 meldingen van burgers over wanprestaties van een ziekenhuis of andere medische instelling. Tegelijk is bekend dat er jaarlijks ongeveer 2.000 patiënten overlijden als gevolg van een medische fout. Soms erkennen de arts en het ziekenhuis de fout onmiddellijk. Er worden gesprekken gevoerd en excuses aangeboden.

Soms ontkennen arts en ziekenhuis. Dan kan de patiënt klagen bij het ziekenhuis zelf, dat sinds 1995 wettelijk verplicht is om na te trekken of er een fout is gemaakt. Maar vaak verloopt dat stroef: patiënten krijgen niet het hele dossier in handen en worden voor hun gevoel niet serieus genomen of zelfs tegengewerkt. De patiënt raakt het vertrouwen kwijt in dat ziekenhuis en wendt zich tot de inspectie.

„De patiënt weet de inspectie instinctief te vinden als hij een klacht heeft”, aldus Van der Steenhoven. „Maar vervolgens wordt hij met een kluitje in het riet gestuurd.” In de toekomst, zo is de bedoeling, volgt de inspectie nauwgezet wat het ziekenhuis doet met klachten. Daarvoor moeten er volgens de onderzoekers zeker vijftig voltijdbanen bij komen.