Niets is te min om te worden genoteerd

Verhuisdozen vol dagboeken werden onlangs afgeleverd bij het Nederlands Dagboekarchief. De afzender had veertig jaar lang iedere dag geschreven. Een uitzonderlijk geval, want de meeste mensen lukt het niet om zo consequent een dagboek bij te houden. Steeds weer beginnen we opnieuw: ‘Lief Dagboek, het is een tijdje geleden dat ik je geschreven heb’. Zes tips voor het betere dagboekwerk.

1 Van je af schrijven werkt contemplatief. Het helpt bij het verwerken van ingrijpende ervaringen, bij het structureren van gedachtes en het reflecteren op je eigen leven. Bovendien kan een dagboek dienen als persoonlijk archief om bepaalde gebeurtenissen te achterhalen. Weet je nog, toen we spontaan op tafel dansten nadat jij hoorde dat je genezen was? Wanneer was dat ook alweer precies en wie waren daar allemaal bij? Schrijf daarom naast gevoelens ook over feiten waarvan je bij het schrijven misschien niet direct het nut ziet.

2 Schrijf elke dag op een vast moment, bijvoorbeeld na het wakker worden of voor het slapen gaan. Mocht het toch een keer niet lukken, schrijf dan later alsnog over die dag en wacht daar niet te lang mee. Heb je een keer weinig te melden omdat je bijvoorbeeld de hele dag in de file stond of saaie vergaderingen bijwoonde, schrijf dan toch. Één regel kan soms volstaan en voorkomt dat het dagelijkse ritme wordt doorbroken en de discipline verslonst.

3 Maak een keuze tussen een papieren schrift (echt intiem) en een computer (makkelijk publiceerbaar, mocht dat er ooit van komen) en wijk daar niet meer van af. Noteer op de achterkant van het schrift een speciaal daarvoor aangemaakt e-mailadres, bijvoorbeeld ‘dagboekgevonden@gmail.com’. Raak je het dagboek kwijt en wordt het gevonden, dan kun je er zo voor kiezen de teruggeef-procedure anoniem te laten verlopen. Maak van de digitale versie regelmatig een back-up, maar doe dat niet op een privacygevoelige plek als iCloud of Dropbox.

4 Schrijf voorin het dagboek wie de beoogde lezers zijn. Wil je dat niemand het leest, ook niet na je dood, schrijf dat er dan expliciet bij en hoop op discretie. Mocht je het idee hebben met je dagboek te kunnen bijdragen aan de historie, noteer dan wanneer het gepubliceerd mag worden (bijvoorbeeld ‘25 jaar na mijn overlijden’). Probeer tijdens het schrijven die onbekende toekomstige lezers vervolgens te vergeten. Want is het dagboek in 2438 inderdaad tot historisch materiaal verheven, dan wil men weten wat een mens in 2012 écht meemaakte, dacht en voelde. En niet wat de dagboekschrijver wilde dat een toekomstige historicus zou lezen.

5 Wil je dat geliefden en familie het dagboek te zijner tijd lezen, houd daar dan wél rekening mee tijdens het schrijven. Tonen we op Facebook graag de schone schijn van alleen maar gelukkige en geslaagde mensen, in ons dagboek doen we het tegenovergestelde. Een weduwnaar die overtuigd was van zijn goede huwelijk kwam laatst bedrogen uit tijdens het lezen van het dagboek van zijn overleden vrouw. De gemiddelde dagboekschrijver lijkt namelijk chronisch somber, heeft een vreselijk liefdesleven en is ongelukkig op het werk. Die gevoelens zitten ons hoog en noteren we als eerste, maar probeer ook eens het leuke en alledaagse te beschrijven.

6Zoek een omgeving waar het fijn schrijven is. Op een rustige plek in huis waar niemand je stoort. Of juist in een aangenaam café omringd door mensen, zodat je wat meer moeite moet doen om je te concentreren op je eigen gedachten. Beschrijf de plek waar je zit uitgebreid. Houd daarbij deze dagboekregel van Anne Frank in gedachten: ‘Het is zeer waarschijnlijk dat ik je met m’n langdradige woningbeschrijving danig verveeld heb, maar toch vind ik het noodzakelijk dat je weet waar ik beland ben.’