Leve de DNA-test! Of nee, toch niet

‘Ik ben zo blij’, zeggen ze in het dorp waar Marianne Vaatstra woonde. ‘Dit is niet te bevatten’, zeggen ze in het dorp waar de verdachte woont.

Nederland, Oudwoude, 19-11-'12; In de zaak van de vermoorde Marianne Vaatstra uit Zwaagwesteinde is een verdachte aangehouden. De man uit Oudwoude heeft hetzelfde DNA als wat is aangetroffen op Vaatstra's lichaam. De boerderij van de verdachte. Foto: Kees van de Veen Kees van de Veen

Correspondent Friesland

Zwaagwesteinde/Oudwoude. In diverse straten in Zwaagwesteinde hangt de vlag uit. Veel Friese en enkele Nederlandse. In de woonplaats van de vermoorde Marianne Vaatstra is de opluchting groot nu er zondag een verdachte is aangehouden voor de moord op hun dorpsgenoot op 1 mei 1999.

Ook Jan Pijpker aan de Verlengde Stationsstraat heeft de vlag uithangen. Hij woont 33 jaar in het dorp. Hij krijgt tranen in zijn ogen als hij zegt: „Ik kan wel janken van blijdschap. Zo blij ben ik dat ze de dader na al die jaren gevonden hebben.”

Zo groot als de blijdschap is in Zwaagwesteinde, zo groot is het ongeloof in het dorp Oudwoude. Het is maar een kwartiertje rijden, maar de verslagenheid is er enorm. Hier woont de verdachte Jasper S., de 45-jarige veehouder die sinds zondagnacht vastzit op verdenking van verkrachting van en moord op Marianne.

Een paar straten van zijn boerderij staan twee dorpsbewoonsters buiten op de stoep. „Vreselijk”, vinden ze het nieuws. „Ik vind het zo erg voor zijn vrouw en kinderen”, zegt een van de twee. „Dit is niet te bevatten”, stamelt de andere vrouw. Ze willen niet met hun naam in de krant.

Bij Ida Bergsma – Zwaagwesteinde – hangt de Friese vlag aan de gevel. Ze was een jeugdvriendin van Marianne. „We hingen vroeger wel samen rond in het dorp. Toen Marianne was vermoord, had iedereen hier de vlag halfstok hangen met een zwart lint eraan. Nu hang ik de vlag weer uit voor Marianne.” Eén ding snapt ze na die dertien jaar nog steeds niet. „Wáárom moest ze dood? Die vraag wil ik beantwoord zien. Waarom mocht ze niet blijven leven? Iemand verkrachten, maar ook nog vermoorden?” Toch denkt ze nu ook aan de familie van de verdachte. „Dit is een klap voor zijn gezin. Zijn kinderen krijgen misschien een stempel.”

Bij supermarkt Coop in het hart van het dorp komt een vrouw door de draaideur naar binnen. Hilly Veenstra. Ze wil witte rozen kopen, om bij het gedenkmonument voor Marianne te leggen, aan de achterkant van de winkel. „Geweldig, hè?” zegt een dorpsgenoot als die Veenstra’s arm even vastpakt. Deze vrouw vertelt dat het zwarte lint nog altijd aan haar vlaggenstok hangt. „Al die jaren heb ik de vlag nooit meer uitgehangen. Nu kan dat weer.”

Veenstra was er jaren van overtuigd dat een asielzoeker uit het asielzoekerscentrum in het nabijgelegen Kollum de dader van de moord op Marianne was. Ze is zelfs veroordeeld, omdat ze in oktober 1999 – op de avond dat zes jongeren de burgemeester van Kollum met eieren bekogelden in de sporthal – een toespraak hield. Daarin zei ze dat de komst van asielzoekers gepaard gaat ‘met overlast, verkrachting en moord’. „Ik heb altijd gezegd: bewijs ons het tegendeel. Dat is nu gebeurd. Ik ben zo blij”, zegt ze.

Jan Pijpker heeft altijd meegeleefd met de familie Vaatstra, zegt hij. Hij schuift een la open en wijst op de plakboeken die daar liggen. „Alles wat over Marianne is geschreven, heb ik bewaard.”

Net als veel anderen in het dorp kende ook hij Marianne Vaatstra. „Mijn zoon Gert heeft haar indertijd weleens met een groepje thuisgebracht, na een avondje stappen. Ze durfde niet alleen in het donker te fietsen.”

Pijpker is niet alleen opgelucht, maar ook boos. Als hij in de opening van de achterdeur staat, wijst hij naar de trekhaak van zijn auto. „Die vent mag hier wel komen, dan trek ik hem achter die haak door het dorp.”

Tjitske Dijkstra – Oudwoude – zit aan de keukentafel van haar woning. Ze is de directe buurvrouw van de verdachte. Ook zij kan zich niet voorstellen dat haar buurman Marianne zou hebben verkracht en vermoord. Ze schudt haar hoofd. „Nee, mijn man en ik kunnen het niet begrijpen. Hij is een heel gewone, behulpzame, degelijke en vriendelijke man. Hij verschuilt zich wat achter zijn werk.” Toch heeft Dijkstra het idee dat hij af en toe niet altijd weet wat hij doet. Ze schuift een krantenknipsel uit de Kollumer Courant over tafel. Een bericht uit oktober 2009. „Hij heeft iets. Kijk, hier staat het.” In het bericht staat dat de verdachte in oktober 2009 is veroordeeld tot een geldboete van 750 euro en een rijontzegging van zes maanden wegens joyriding. Na een vergadering had hij vijf borrels op en toen hij thuiskwam, pakte hij zijn fiets. Toen hij een Volkswagen Passat op het erf van een plaatselijke boer zag staan met het contactsleuteltje er nog in, stoof hij weg met 140 kilometer op de plank. Voor de rechter zei hij: „Dat ik een auto steel, past niet bij mij.” Een door hemzelf geraadpleegde psychiater zei dat hij aan een ‘dissociatieve fugue’ leed. Dat is een psychiatrische stoornis waarbij iemand letterlijk of figuurlijk wil vluchten voor een dreiging en waarbij ook geheugenverlies kan optreden. Ook zou de verdachte toen enigszins verminderd toerekeningsvatbaar zijn. Een stopteken van de politie had hij genegeerd. Uit schaamte en paniek, zei hij toen voor de rechter.

Op mariannevaatstra.com, een door de familie van Vaatstra in het leven geroepen herdenkingswebsite, stroomden de reacties gisterochtend binnen. Er was ook veel woede. „De smeerlap is eindelijk gepakt! 13 jaar zijn mond gehouden, misschien wel boodschappen gedaan in de supermarkt waar Marianne haar zakcentje verdiende.”