Kinderen

Vriend Jan was de vorige dag teruggekomen uit Ethiopië en vertelt tijdens een etentje over zijn terugvlucht. Hij had naast een vader en twee kleine jongetjes gezeten die duidelijk voor het eerst met een vliegtuig reisden. Van de stewardess hoorde hij dat het vluchtelingen uit Soedan waren die in Zweden met hun familie herenigd zouden worden. Jan liet hun zien hoe de uitgedeelde koptelefoons werkten, welk knopje het leeslampje was en met welke je de stewardess kon roepen. Uiteindelijk hielp hij zelfs het jongetje naast hem met eten – pas drie jaar oud was hij, een peuter nog. Na de maaltijd duurde het niet lang voordat het jongetje in slaap viel, tegen Jan aan. „Ik heb de hele nacht niet durven bewegen uit angst dat ik hem wakker zou maken”, vertelt Jan. „Toen ze ’s ochtends mijn ontbijt kwamen brengen, heb ik gevraagd of ze nog even wilden wachten, omdat hij nog steeds sliep. Hij was zo lief en klein.” Hierop schudt een van onze vrienden zijn hoofd en zegt: „Kijk, bij ons kun je dit wel vertellen natuurlijk. Maar je moet echt uitkijken met zulke verhalen, Jan. Het kan zomaar een heel verkeerd beeld geven.”

Ik schrok hier nogal van. Is het nu zo ver gekomen dat je zou moeten verzwijgen dat een driejarig jongetje in het vliegtuig tegen je arm in slaap valt?

Het lijkt wel of elk contact inmiddels verdacht wordt gevonden. Juist doordat mensen er zo krampachtig mee omgaan, lijkt iedereen schuldig. Ik hoorde een man zeggen: „Ja, ik houd héél erg van kinderen”, waarna hij er geschrokken aan toevoegde: „Niet op die manier natuurlijk! Gewóón, ik houd gewóón van kinderen!”

Een vriend van mij woont vlak naast een speeltuin, waar hij vroeger af en toe op een bankje in de zon naar de rondrennende, krijsende en elkaar met zandschepjes meppende kinderen zat te kijken. Hij gaat er niet meer heen. ‘Kijken naar kinderen’ is volgens hem geen argeloze, dromerige daad meer, zoals ‘kijken naar een zonsondergang’ en ‘kijken naar vallende herfstblaadjes’. Het lijkt een bewuste keuze. Waarom kijk jij naar die kinderen? Waarom kom jij hier naartoe om naar kinderen te kijken? Waarom zit je hier eigenlijk helemaal alleen?

Natuurlijk weet ik dat mensen bang zijn, en begrijpelijkerwijs ook banger zijn geworden, maar als je een simpele, lieve en oprechte gebeurtenis zoals die in het vliegtuig niet zou mogen vertellen, hoe kunnen we dan ooit nog weten hoe we wel met kinderen moeten omgaan?

Bij het etentje verwoordt een vriendin mijn gedachten: „Sorry, maar natuurlijk mag je dit verhaal wel vertellen. Dit is namelijk de manier waarop mensen over kinderen praten. Ontroerd, vertederd en een beetje verbaasd, omdat ze dingen doen die je niet altijd helemaal snapt. Een beetje alsof je het over babydieren hebt: klein, zacht, schattig, warm. Alsof het ging om een kitten die tegen je arm in slaap viel, waarna je zo stil mogelijk wilt zitten om hem niet te storen.”

Zowel kittens als kinderen zou je moeten kunnen beschrijven als lief en klein – zonder reserve.