'Ik kan helpen met nadenken'

Minister Bussemaker was op werkbezoek bij de Rijksakademie en De Ateliers. „Wordt er wel eens iets in commerciële productie genomen?”

Nederland, Amsterdam, 19-11-2012. Werkbezoek Minister Jet Bussemaker (OCW)bij de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hier laat een van de medewerkers van een van de werkplaatsen de werkplaats/spuitcabine zien. Foto: Olivier Middendorp

„Dit is een kunstproject dat ik beter kan verbieden. Anders krijgen we problemen met de Partij voor de Dieren”, zegt Jet Bussemaker. Ze lacht. De nieuwe minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur staat bij drie koperen platen waarop naaktslakken sporen hebben achtergelaten. Het is een experiment van Paul Geelen, kunstenaar bij De Ateliers, een van de twee postacademische instellingen voor beeldende kunst in Amsterdam. „Ik wilde onderzoeken of het waar is dat slakken een hekel hebben aan koper”, licht deze toe. „Dus zette ik de slakken uit mijn tuin erop. Ik joeg stroomstootjes door het koper om de dieren te activeren.” Bussemaker trekt een gezicht. „De slakken leven allemaal nog”, zegt Geelen geruststellend.

Na een staatssecretaris heeft de cultuursector nu een minister. Geen VVD’er die vindt dat er nog wel wat meer op cultuur kan worden bezuinigd, maar een PvdA-politica die zegt: „Ik kan mij geen leven zonder kunst en cultuur voorstellen. Het laat je vanuit een ander perspectief naar hetzelfde kijken.” Ze ontmoette haar echtgenoot in het Stedelijk Museum Amsterdam en houdt van „kunst in de breedste zin”.

Maar cultuur is in haar portefeuille zeker niet het enige aandachtsgebied. „Ik zal het druk krijgen met het MBO”, zegt ze. „Daar is van alles aan de hand.” Op cultuurgebied komen er, afgezien van de herziening van het museale bestel, voorlopig geen grote wetswijzigingen aan.

De minister legde gisteren haar eerste werkbezoek af aan culturele instellingen. ’s Ochtends ging ze, net als haar voorganger Halbe Zijlstra in april 2011, naar De Nederlandse Opera, het Nationale Ballet en Het Muziektheater. „Maar ik wil niet alleen instellingen zien waar het redelijk goed gaat.” Daarom is ze nu bij de twee postacademische instellingen voor beeldende kunst in Amsterdam en gaat ze over twee weken naar Twente. Daar vallen harde klappen bij Rijksmuseum Twenthe, de Reisopera, het Nederlands Symfonieorkest en Kunstvereniging Diepenheim. „Ik maak me wel zorgen over een aantal instellingen. We moeten over de lange termijn praten. Ik denk dat er in de cultuurwereld veel mogelijkheden zijn om samen te werken.”

De Rijksakademie en De Ateliers krijgen vanaf volgend jaar samen 1,5 miljoen euro in plaats van de 4,3 miljoen euro die ze jaarlijks ontvingen. De twee besloten daarom dat ze één nieuw topinstituut worden, dat plek biedt aan zestig kunstenaars. Ze willen de krachten bundelen maar wel beide gebouwen behouden.

„De bezuinigingen kan ik niet terugdraaien”, zegt Bussemaker, „maar ik kan wel helpen met nadenken over samenwerking met andere instellingen, waaronder het bedrijfsleven, om geld te verdienen en kosten te besparen. ”

De Rijksakademie heeft zes werkplaatsen waar technisch specialisten de jonge kunstenaars ondersteunen bij hun experimenten. Er zijn bijvoorbeeld specialisten die alles weten over verf en chemie, maar ook technici die helpen met elektronica en fijnmechanica. „Hebben jullie elk specialisme in huis? Dat zou ik niet goed vinden”, zegt de minister. Els van Odijk, directeur van de Rijksakademie, schudt haar hoofd. „Nee, we werken veel samen met anderen, zoals Waag Society, dat een in 3D gespecialiseerd lab heeft, en met het Amsterdams Grafisch Atelier, maar ook met het bedrijfsleven.”

Bussemaker buigt zich geïnteresseerd over een houten omlijsting voor een schilderij, met ingebouwde LED-lampjes. „Wordt er bij jullie wel eens iets in commerciële productie genomen? Zulke lijstjes met verlichting lijken me heel verkoopbaar.” „We praten met TNO over innovatie”, zegt Van Odijk, „maar ook over het vercommercialiseren van relevante bijproducten die voortkomen uit het maken van kunst.”

Bussemaker kan overal hooguit een paar minuten kijken. Ze wordt in rap tempo door werkplaatsen geleid en langs negen kunstenaars in twee instellingen. Een schilderij van de Indiase Karishma D’Souza (Rijksakademie) zou ze graag in haar werkkamer zien. „Het lijkt me goed om telkens wisselend werk van jonge kunstenaars aan mijn muur te hangen.”

Aan Christoph Westermeier (Duitsland) vraagt ze wat hij gaat doen als in de zomer zijn twee jaar aan de Ateliers zijn afgelopen. „Ik heb veel hoop en een paar ideeën”, zegt hij lachend. Hij heeft al een galerie die hem vertegenwoordigt.

In het atelier van de Zweed Andreas Arndt, die rapteksten maakt over het kunstenaarschap maar ook bouwt aan een boot, wijst de minister naar een slang verbonden aan twee fluitketels op een kookplaat. „Dat ziet er intrigerend uit”, zegt ze. Hij lacht. „Dat is geen kunstwerk, maar een apparaat om hout te buigen.”

„Ik ben hier zo vaak langsgefietst, maar nog nooit naar binnen geweest”, zegt Bussemaker na afloop. „Het zijn zulke gesloten gebouwen. Ik hoop dat de Rijksakademie en De Ateliers zich meer zullen openstellen naar de stad, waardoor meer zichtbaar wordt wat zij betekenen voor het kunstklimaat.”