Ik denk niet in stromingen

Het op een na jongste Kamerlid Jesse Klaver (26) leed zetelverlies met GroenLinks, maar blijft strijdbaar. „Ik ga scherpe oppositie voeren.”

Nederland, Den Haag, 19-11-2012 Jesse Klaver is een Nederlands GroenLinkspoliticus. Sinds 2010 is hij Tweede Kamerlid voor GroenLinks. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2012

‘GroenLinks gaat de volgende verkiezingen winnen. Dat weet ik als campagneleider zeker”, schreef Jesse Klaver een paar maanden geleden zelfverzekerd op de website van GroenLinks. Het GroenLinks-Kamerlid staat met zijn zesentwintig jaar en indrukwekkende loopbaan bekend als politiek wonderkind. Hij domineerde de vorige kabinetsperiode menig debat, was nauw betrokken bij de onderhandelingen over het Kunduz-akkoord en is de gedoodverfde opvolger van partijleider Bram van Ojik. Zelfs wordt hij weleens grappend de nieuwe JFK genoemd, naar zijn politiek voorbeeld wiens initialen hij deelt.

Maar bij de laatste verkiezingen leed Klaver als campagneleider zijn eerste grote, politieke nederlaag. GroenLinks werd meer dan gehalveerd. Nu maakt hij zich op voor een nieuwe kabinetsperiode. Zijn gedrevenheid heeft het jonge Kamerlid niet verloren. Met een uitgesproken progressieve agenda wil hij de kiezers voor GroenLinks terugwinnen. „Als je veranderingsdrift weet uit te stralen dan kom je er wel.”

Je bent het op een na jongste Tweede Kamerlid en behoort volgens een enquête van de Volkskrant onder de bestuurlijke top van Nederland tot de topdrie invloedrijkste jongeren in het land. Maar wat zegt dat label jonge politicus? Ben je de spreekbuis van een generatie?

„Ik voel me een enorme vertegenwoordiger van mijn generatie. Maar dat betekent niet dat ik er alleen voor één generatie ben, laat staan dat ik op zoek ben naar een generatieconflict. Jong en Kamerlid betekent voor mij dat ik me onttrek aan de hokjesgeest in Den Haag. Wij zijn de eerste generatie die helemaal zonder zuilen is opgegroeid. We denken buiten vaste kaders. Grenzeloos. Onze ouders, opa’s en oma’s ontleenden hun identiteit vaak aan zuilen of sociale klasse. Bij onze generatie is dat anders.

„Ik ben een Brabander, maar ik woon in Den Haag. Ik ben half Marokkaans, half Indisch en Nederlander. Ik ben katholiek en voel me aangetrokken tot het boeddhisme. Wij zijn de generatie die overal wat vandaan plukt. Ik wil die mentaliteit ook in Den Haag brengen. De stem van een generatie die zegt: de wereld is veranderd, de grenzen waarbinnen jullie denken zijn vervaagd.”

Hoe breng je dat in de praktijk?

„Door bijvoorbeeld niet vanuit één vastomlijnde ideologie over een onderwerp als het ontslagrecht na te denken. Het socialistisch perspectief beperkt zich tot het verdedigen van de ontslagbescherming van mensen met vaste contracten. Dat is belangrijk, maar de discussie moet niet alleen gaan over de mensen met vaste contracten, het moet gaan over de bescherming van alle werknemers. We leven in een systeem dat de meeste zekerheden geeft aan mensen met een vaste baan, terwijl er steeds meer mensen als zzp’er of met een flexibel contract werken.

„Of neem marktwerking. Als socialist zou je daar ook tegen moeten zijn. Maar als je het kunt gebruiken om milieuvervuiling tegen te gaan, dan teken ik daarvoor. Ik heb niet één ideologie. Ik mix ideologieën.”

Niet iedereen binnen GroenLinks juicht zo’n progressieve houding toe. Er zijn ook mensen die een meer klassiek linkse richting voorstaan. Waar sta jij?

„Ik zou het niet weten, want ik denk niet in stromingen. Als er sprake zou zijn van een richtingenstrijd, dan zie ik mijzelf als verbinder, niet de aanhanger van een stroming binnen de partij. Als ik anderen vraag niet in hokjes te denken, dan moet ik dat ook niet zelf doen. Ik ben Jesse Feras Klaver. Punt.”

Op zijn zestiende ontdekte Klaver dat hij dezelfde initialen heeft als John F. Kennedy. In een kringloopwinkel vond hij een paar boeken van de Amerikaanse politicus. Langzamerhand raakte hij begeesterd door diens ideeën. „Kennedy geloofde in de kracht van idealen”, zegt Klaver. „Wetten maken, oké. Maar waar het in de politiek echt om draait, is met idealen de wereld veranderen. Hij zei: over tien jaar staat er een man op de maan. En tien jaar later stond een man op de maan. Dat komt doordat hij de samenleving in beweging had gekregen.”

Een andere inspiratiebron is Klavers opa, een milieuactivist uit zijn geboorteplaats Roosendaal. „Ik weet nog goed dat ik met hem door het West-Brabantse landschap reed, waar steeds meer bedrijventerreinen verrezen. Hij foeterde: hier wordt gebouwd voor de leegstand. En hij heeft gelijk gekregen, want nog steeds staat het grootste deel van die gebouwen leeg. Hij vroeg me wat die bedrijventerreinen bijdragen aan het welzijn van de bewoners van Roosendaal. Helemaal niets, natuurlijk. Alleen gladde projectontwikkelaars worden er beter van.”

Omdat zijn moeder vaak overwerkte, namen zijn opa en Indische oma veel van de zorg van hun kleinkind op zich. Hun dochter moest het gezin draaiende houden zonder Klavers Marokkaanse vader. Ze werkte zich op van schoonheidsspecialiste, eigenares van een friettent en een cateraar, tot bestuurder in een zorginstelling. „Zij heeft altijd keihard gewerkt om mij alle kansen van de wereld te geven.”

Van zijn moeder, maar ook van zijn neef in wiens toko hij vanaf zijn dertiende de vloeren boende, leerde hij wat hard werken is. „Bij ons thuis ging het erom het maximale uit jezelf te halen, wat je ook deed. Als ik er met de pet naar gooide, kreeg ik op m’n flikker.”

Maar Klaver heeft naar eigen zeggen ook een zachte kant. Hij kwam er al snel achter dat hij „mensen in de verdrukking” wilde helpen. „Dat heb ik van mijn oma, een hele zachte vrouw die als ze geld had, dat liever deelde met anderen dan te sparen. Zij bracht me het Indische begrip kassian bij, mededogen. Hoe groot de fout ook is die iemand heeft gemaakt, je moet altijd mededogen hebben, want jou kan ook iets overkomen en dan wil je dat mensen voor jou hetzelfde begrip opbrengen.”

Na het vmbo kon Klaver via een speciale regeling doorstromen naar het hbo, waar hij een opleiding culturele maatschappelijke vorming volgde. Een stage bij GroenLinks betekende het begin van zijn politieke loopbaan. Binnen vier jaar werd hij voorzitter van Dwars, de politieke jongerenbeweging van GroenLinks, voorzitter van vakcentrale CNV Jong, het jongste lid ooit van de Sociaal Economisch Raad, en in 2010 Kamerlid voor GroenLinks.

Je stond bij de Tweede Kamerverkiezingen op nummer vier van de lijst GroenLinks, maar op de avond van de verkiezingen leek het erop dat de partij slechts drie zetels zou krijgen. Wat dacht je toen?

„Het drong aanvankelijk niet tot me door wat het verlies voor mij betekende. Maar ik hoorde de ochtend na de verkiezingen al dat we dankzij de lijstverbinding met de PvdA en SP toch een vierde zetel hadden bemachtigd. Pas toen realiseerde ik me dat het weinig had gescheeld of ik was helemaal niet in de Kamer teruggekeerd.”

Je was campagneleider bij de afgelopen verkiezingen. Reken je jezelf het verlies aan?

„Verliezen doe je samen, als partij, dus natuurlijk reken ik het ook mezelf aan. Maar ik weet eerlijk gezegd niet wat we in de campagne anders hadden moeten doen om dit grote verlies te keren. We stonden al op vijf zetels in de peilingen toen de campagne begon.”

Wat is volgens jou de oorzaak van het zetelverlies?

„Ik denk dat de onenigheid over het partijleiderschap een deuk in het vertrouwen hebben gegeven. Je ziet dat gedurende de strijd tussen Tofik Dibi en Jolande Sap, en vooral na de verwarring over de kandidatuur van Dibi, de kiezers bij ons wegliepen. Maar ik denk ook dat we de afgelopen kabinetsperiode te weinig onze idealen hebben uitgedragen. We zijn erg gefocust geweest op resultaten. Zo hebben we met het Kunduz-akkoord veel binnengehaald. De vergroening van de belastingen. Maar ook op het gebied van onderwijs en ontwikkelingssamenwerking. Maar van politici wordt ook een wenkend perspectief verwacht. Een hemelbestormend verhaal. Ik denk dat we dat te weinig hebben gehad de afgelopen jaren.”

Wat ga jij doen om GroenLinks uit het electorale dal te trekken?

„Ik denk dat niemand in zijn eentje de idealen van GroenLinks weer op de kaart kan zetten. Daarom zie ik het als mijn belangrijkste taak verbindingen te leggen binnen de partij. We vormen samen een vehikel voor onze idealen. Alleen als we gezamenlijk optrekken, kunnen we ze verwezenlijken. Daarnaast ga ik scherpe oppositie voeren. Niet om dwars te liggen, maar om te laten zien dat er andere mogelijkheden zijn. Het zijn altijd dezelfde machtspartijen die in Nederland aan de knoppen zitten: VVD, PvdA en CDA. Hoe vaak zijn mensen al teleurgesteld na hun stem op die partijen? En toch blijven ze op die partijen stemmen. Het is aan GroenLinks te laten zien dat we de status quo in dit land kunnen doorbreken. Als je veranderingsdrift weet uit te stralen, dan kom je er wel.”