‘Het is in Europa nu helaas ieder voor zich’

De Franse socialist Jacques Delors stond aan de wieg van de economische en monetaire integratie in Europa. Hij is somber over de gevolgen van de eurocrisis. „Als we doorgaan met het najagen van nationaal eigenbelang, raakt Europa achterop.”

Jacques Delors (midden rechts) en PvdA- staatssecretaris van Europese Zaken Piet Dankert (midden links) op 8 december 1991 in Maastricht. Daar sloten de EU- lidstaten (destijds twaalf) onder Nederlands voorzitterschap een nieuw verdrag, dat voorzag in een Economische en Monetaire Unie. Nederlandse voorstellen om ook een Europese Politieke Unie te vormen, waren ruim anderhalve maand eerder afgeschoten (‘Zwarte Maandag’, 30 september 1991). Foto’s AFP (links) enNRC Handelsblad, Vincent Mentzel

Het is jammer als je je gelijk pas krijgt na meer dan twintig jaar. En ook nog midden in een crisis die misschien vermeden had kunnen worden als er wél naar je was geluisterd. Toch is Jacques Delors, oud-voorzitter van de Europese Commissie, vooral tevreden. Begin deze maand zei de Duitse bondskanselier Angela Merkel in het Europees Parlement hoe goed Delors het al in 1989 had gezien: als je samen één munt hebt, moet ook je economisch beleid op elkaar afgestemd zijn.

Vanuit zijn kantoor in Parijs, waar hij zijn eigen denktank ‘Notre Europe’ heeft, had Delors de afgelopen jaren harde kritiek op Merkel. Hij vond dat zij samen met de vorige Franse president Nicolas Sarkozy haar wil oplegde aan de rest van Europa, en een echte oplossing voor de eurocrisis kwam er maar niet.

De brandweer was aan het werk, zei Delors vorig jaar in interviews, maar het moesten „architecten” zijn. Als landen alleen aan hun eigenbelang dachten, was het einde in zicht. „Europa en de euro staan aan de rand van de afgrond.”

Delors is 87 en zijn gehoor gaat een beetje achteruit. Maar hij is nog een paar keer per week op kantoor en komt vaak naar Brussel. Hij geeft lezingen, doet mee aan debatten, schrijft analyses. Onder zijn leiding als Commissie-voorzitter was in 1992 de Economische en Monetaire Unie opgericht, waarin de euro het betaalmiddel zou worden. Maar toen de munten en biljetten er op 1 januari 2002 ook echt waren, was Delors er allang niet meer blij mee.

In zijn werkkamer bij Notre Europe aan de Rue de Milan in Parijs zegt Jacques Delors dat hij in 1997 premier Wim Kok had gewaarschuwd, omdat Nederland in die tijd EU-voorzitter was. „De Europese regeringsleiders kwamen bij elkaar om afspraken te maken over de monetaire unie en ik zei dat je voor zo’n unie politieke coördinatie moet hebben. Maar die kwam er niet. Vanaf dat moment had ik mijn bedenkingen. Wat mensen ook zeggen, ik heb mij nooit de vader gevoeld van deze euro. Ook niet toen het allemaal nog goed ging.”

Hoe gaat het volgens u nu met de euro? Is de afgrond nog altijd dichtbij?

„Het gaat een beetje beter. Ik zie dat regeringsleiders zich wat meer bewust zijn van de gevaren. Er zijn stappen gezet: er is een permanent noodfonds voor zwakke eurolanden, een begrotingspact, EU-voorzitter Van Rompuy kwam met zijn plannen voor een economische, politieke en bankenunie. Maar we zijn er nog niet. Het begrotingspact is te bestraffend en te controlerend, de euro zou juist een instrument moeten zijn voor optimisme over de toekomst. Er zijn ook nog veel zorgen, vooral over Griekenland. Als de groei wereldwijd achterblijft, ben ik bang voor de reactie van de financiële markten op sommige eurolanden.”

Hoe lang kunnen landen als Griekenland of Spanje de crisis nog verdragen? De wanhoop neemt toe, extreemrechts groeit.

„Ik weet hoe de mensen in die landen lijden. Maar ze moeten beseffen dat dat komt door de stommiteiten van hun eigen politieke leiders en niet door de euro. Het is niet aangenaam om te zeggen, maar het is waar. Tegelijk is er een verantwoordelijkheid van de andere eurolanden die niet hebben begrepen dat bij een gezamenlijke munt plichten horen. Ik heb al in 1985 gezegd dat Europa rust op drie pijlers: de concurrentie die ons stimuleert, de economische samenwerking die ons sterker maakt en de solidariteit die ons verenigt. Er is veel te weinig een geest van samenwerking. Dat komt door de globalisering en de opkomst van populistische bewegingen, ook in uw land. Maar over Nederland ben ik nu gerustgesteld.”

Maar ook Nederland wil niet dat er meer geld gaat naar Europa, net als andere landen die nettobetalers zijn. De Britten eisen extra bezuinigingen, Frankrijk wil niet dat er minder Europees geld beschikbaar is voor landbouw. Donderdag en vrijdag praten de EU-regeringsleiders erover in Brussel. Wat verwacht u?

„Misschien ben ik te pessimistisch, maar ik denk dat ze er niet uitkomen, al vergaderen ze twee of drie nachten door. De verschillen tussen de landen zijn te groot.”

En dan?

„Dan komen ze eruit op hun bijeenkomst in december. Ik wil graag iets benadrukken waar de Nederlandse regering het niet mee eens zal zijn, maar toch: alle landen moeten bezuinigen, sommige heel stevig. Laat het dan aan Europa om de economische opleving tot stand te brengen, bijvoorbeeld door het cohesiefonds [bedoeld om de economie te stimuleren in minder welvarende EU-landen, red.], door het stimuleren van onderzoek en innovatie. Het Europese budget moet niet worden beperkt. Als je per land 100 euro uitgeeft, heeft dat economisch lang niet zoveel effect als wanneer je met 27 landen 2.700 euro besteedt. Het is heel belangrijk voor landen als Griekenland en Spanje dat het lukt.”

Maar veel landen willen het niet. Ze denken aan zichzelf?

„Regeringen vinden het moeilijk om hun strenge bezuinigingen thuis uit te leggen en dus zeggen ze: van Europa verwachten we nu hetzelfde. Maar Europa moet juist een signaal geven. Denk aan 200 tot 300 miljard euro voor de komende zeven jaar, van alle Europese landen samen, en dan zal alles veranderen. Dan laat je zien dat Europa er niet is om ons te straffen, maar om ons te helpen om uit de crisis te komen. Het ergert mij zeer hoe de Britse regering zich opstelt, en ook die van landen als Duitsland en Frankrijk.”

Hoe erg is het als Europese regeringsleiders Europa die kans niet geven?

„Op dit moment is iedereen uit op zijn eigenbelang. Het is ieder voor zich. Ik begrijp de argumenten van de politieke leiders en ik heb er geen moreel oordeel over. Maar als we doorgaan met na najagen van nationaal eigenbelang raakt Europa achterop. De komende jaren moet Europa kiezen tussen overleven of verval. Om ons heen wordt iedereen sterker. De Amerikanen zijn hard op weg om voor hun energie onafhankelijk te worden. Dan heb je China, Brazilië, India. Als de Europese begroting wordt beperkt, gaan we de verkeerde kant op.”

Wat gebeurt er dan?

„Dan verwatert Europa. We kunnen over tien jaar een los samenwerkingsverband zijn van staten. Maar zonder spierkracht, zonder gezag in de wereld.”

Het is onzeker of er in de EU-begroting genoeg geld is voor het Erasmusprogramma, de uitwisseling van studenten.

„Ach ja, dat is míjn kind. Daar ben ik treurig over. Het is een succesvol programma, er kan een Europese geest door ontstaan en het gaat nu eens níet over financiën of economie. Ik heb als voorzitter veel moeite gedaan om het in 1986 geaccepteerd te krijgen door de regeringsleiders. De Britse premier Thatcher verzette zich tot het laatst. Ik zei: ‘Ik ga straks op de persconferentie zeggen dat u het niet wilt’. Toen veranderde Groot-Brittannië van gedachten.”

Nu zijn het ook weer de Britten die het moeilijkst doen over de Europese begroting.

„Ik was blij toen Groot-Brittannië in 1973 bij de EU kwam, ik heb als student hun democratie, hun onderzoekers en professoren altijd bewonderd. Maar Groot-Brittannië was ook vaak een hindernis voor Europa. Soms heel concreet, zoals bij Erasmus. Het is aan de Britten om daar over na te denken. Ik ben er niet zo zeker van dat ze echt uit de EU willen stappen. De zeventien eurolanden moeten een manier van omgang bedenken met de tien andere EU-landen.”

U was vaak kritisch over Merkel en Sarkozy die hun wil oplegden in Europa. Wat is er veranderd nu Hollande president is? Wat kunnen de EU-landen van Frankrijk verwachten?

„Het is te vroeg om dat te zeggen. Ik wacht nog met mijn oordeel. Ik ben heel gelukkig met de opmerkingen van Merkel in het Europees Parlement. Dat is voor mij een reden tot optimisme.”

En wat ziet u bij Hollande?

„Hij is anders dan zijn voorganger, hij kan luisteren. Hij probeert de situatie te begrijpen. Het is moeilijk, iedereen weet dat Frankrijk gebrek heeft aan concurrentiekracht. Maar Hollande is een echte Europeaan.”

Is Duitsland te dominant in Europa?

„Dat vind ik, ja. Ik denk dat er behoefte is aan meer collegialiteit. Er moet beter naar elkaar worden geluisterd. Maar Duitsland heeft de sterkste economie van Europa en betaalt het meeste aan Europa. Dat bepaalt de krachtsverhoudingen. Dat moeten andere landen inzien en ze kunnen er gebruik van maken. Als Merkel nu zegt dat ze een hechte economische, monetaire en politieke unie wil, moeten de anderen zeggen: ‘Kom maar op met je voorstellen’. Dat doen ze nu niet.”

Bent u pessimistisch over de toekomst van de Europese Unie?

„Ik heb het pessimisme van iemand die nadenkt en het optimisme van de activist. Europa is het mooiste project uit de geschiedenis van de mensheid. We hebben veel te verliezen.”