Gruwelijk adoptieverhaal van twee kanten gefilmd

Mercy Mercy Documentaire van Katrine Riis Kjær. Woe en do in Tuschinski, Amsterdam. Inl: idfa.nl ***

Naar verluidt brak tijdens de voorvertoning van Mercy Mercy een klein oproer uit in de zaal. De woede over de getoonde adoption from Hell trof vooral de adoptie-instanties en de adoptieouders, maar keerde zich ook tegen Deense regisseuse Katrine Riis Kjær. Haar trof het verwijt dat vele rampjournalisten treft: ze had gefilmd in plaats van ingegrepen.

Kjær volgde vijf jaar van zeer nabij de adoptie van twee Ethiopische kinderen, een adoptie die gruwelijk misloopt. Ze volgde intensief de adoptieouders, maar ook de andere kant, die je nooit ziet: de HIV-positieve Ethiopische ouders. Zelfs op het moment dat ze hun kinderen afstaan.

De sympathie van de kijker ligt bij de Ethiopiërs. Ze kunnen goed hun verdriet tonen en verwoorden. De Denen steken er ongunstig bij af. Het contrast tussen de ouderparen – blank, lelijk en koud versus bruin, mooi en warm – werkt goed, maar voelt oneerlijk suggestief.

Zo heeft de Deense adoptiemoeder een hard en behaard gezicht. Dat valt extra op doordat Kjaer in lange, extreme close-ups filmt. Maar dat zij onaangenaam overkomt en een baard heeft, wil nog niet zeggen dat ze een slechte moeder is. Verder krijgen we weinig te zien van het wangedrag van de dochter, zodat het einde – zij wordt in een Deens kindertehuis gestopt – onverteerbaar is.

De zaal emotioneel platwalsen is een gave. Maar zo rauw opgediend laat Mercy Mercy te veel vragen open.