Frankrijk zit al jarenlang in de ontkenningsfase

De Europese druk op Frankrijks president François Hollande om eindelijk werk te maken van al jaren noodzakelijke hervormingen van de Franse economie, arbeidsmarkt en sociale voorzieningen groeit. Maar de eerste socialistische president sinds François Mitterrand (1981-1995) kampt met een majeur binnenlands probleem: het dringt maar niet door tot de Franse publieke opinie dat Frankrijk het grootste probleemland van de eurozone kan worden.

Als Hollande doorgaat op dezelfde voet als in zijn eerste zes maanden, zal hij zich „stuklopen op de muur van de economische werkelijkheid”, waarschuwde onlangs de Duitse ex-bondskanselier Gerhard Schröder. Deze geestverwant van Hollande hielp Duitsland tien jaar terug met electoraal riskante hervormingen – flexibeler arbeidsmarkt en lagere lasten voor bedrijven – wél op weg naar succes.

Vorige week deed The Economist het dunnetjes over. Het liberale Britse blad noemt Frankrijk „de tijdbom in het hart van Europa”: als hervormingen nog langer uitblijven, kan het land volgend jaar al het vertrouwen kwijt zijn van financiële markten. Dat zou catastrofaal zijn voor de eurozone.

De Franse reacties op het „schotschrift” van The Economist zijn heftig. Commentatoren verwijten het blad „Hollande bashing”. Al in de verkiezingscampagne dit voorjaar waarschuwde The Economist voor „the rather dangerous mr. Hollande”. Links en rechts onderstrepen dat Frankrijk nu juist tegen historisch lage rente schulden herfinanciert. Dus wat is het probleem?

Precies dit: dat in de Franse publieke opinie nog steeds het besef uitblijft dat hervormingen echt nodig zijn. Hollande kampt met de gevolgen van tientallen jaren achterstallig onderhoud. Sinds de jaren tachtig heeft Frankrijk nooit een begroting zonder tekort gehad, is de werkloosheid bijna permanent boven de 10 procent en is het concurrerend vermogen van het land drastisch verslechterd.

Hollande maakt nu aanstalten dat te doorbreken: hij belooft het aandeel van de staat in de economie, gegroeid naar 57 procent, terug te dringen en een gunstiger klimaat voor het bedrijfsleven te scheppen. Hij heeft de politieke ruimte om dat te doen: een meerderheid in beide Kamers en op regionaal niveau.

De oppositie is verdeeld, zeker nu de strijd om het leiderschap in de UMP van ex-president Nicolas Sarkozy is ontspoord: ex-premier François Fillon en partijvoorzitter Jean-François Copé betwisten elkaar de zege na interne verkiezingen.

Van Hollande kan worden verwacht, zelfs geëist, dat hij doorzet. Dat is geen kwestie van ‘bashen’. Hollande verdient hiervoor steun in het Europese belang.