EU wacht met Syrische oppositie

De Europese Unie accepteert de nieuwe Syrische oppositiecoalitie nog niet als ‘de enige wettige vertegenwoordiger van het Syrische volk’, zoals Frankrijk had voorgesteld. Dat bleek gisteren na een vergadering van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken in Brussel. De EU erkent de Syrische Nationale Coalitie wel als een wettige vertegenwoordiger, en noemt de vorming daarvan, ruim een week geleden, een „belangrijke stap op weg naar de eenheid in de oppositie die nodig is”.

Frankrijk is tot nu toe het enige Europese land dat de coalitie als de enige wettige vertegenwoordiger ziet van Syrië. Groot-Brittannië overweegt eenzelfde stap. Minister van Buitenlandse Zaken William Hague zei dat hij de kwestie later deze week zal voorleggen aan het Lagerhuis. Ook Italië, Luxemburg en België zijn volgens Brusselse bronnen bereid om het Franse voorbeeld te volgen.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) zei na de vergadering in Brussel dat er nog „zorg” is over de coalitie: of alle Syriërs zich er wel door vertegenwoordigd voelen. „Vooral voor de periode ná Assad zal dat belangrijk zijn.”

Maar volgens Timmermans is de beslissing over de erkenning ook een „kwestie van tempo”. „De mensen die de coalitie nu leiden, zijn mensen die je kunt vertrouwen. Als het zich zo door ontwikkelt, is de Franse stap logisch.” Leider van de nieuwe coalitie is de geestelijke Moaz al-Khatib.

Frankrijk pleit ook voor een opheffing van het wapenembargo voor Syrië, zodat de oppositie wapens geleverd kunnen worden. Maar ook daarin werden de Fransen niet gesteund. Timmermans zei: „Zolang er een EU-wapenembargo is, zal ook Frankrijk zich daaraan houden.”

Juist gisteren maakten dertien fundamentalistische rebellengroepen in een videoboodschap bekend dat zij niets te maken willen hebben met de nieuwe coalitie die tien dagen geleden onder druk van het Westen in elkaar is gezet. Ze zeiden te vechten voor een islamitische staat en bekritiseerden de nieuwe groep als een „buitenlands product”.